2.1 Balans

Terug naar navigatie - 2. Balans en exploitatie - 2.1 Balans
31 december 2024
31 december 2025
Activa
Vaste activa
Immateriële vaste activa
-
Bijdragen aan activa derden
8.394.457
8.697.527
Materiële vaste activa
-
Investeringen met economisch nut
126.441.222
124.807.554
-
Investeringen met maatschappelijk nut
297.060.830
302.924.213
423.502.052
427.731.767
Financiële vaste activa
-
Kapitaalverstrekking aan deelnemingen
125.961.994
129.712.005
-
Leningen aan deelnemingen
288.556.519
283.398.544
-
Leningen aan openbare lichamen
9.475.000
1.000.000
-
Overige langlopende leningen u/g
42.876.333
44.381.724
-
Uitzettingen nederlands schuldpapier met looptijd => 1 jr
0
0
overige uitzettingen met looptijd => 1jr
0
0
466.869.846
458.492.273
Totaal vaste activa
898.766.354
894.921.567
Vlottende activa
Voorraden
-
Onderhanden werken
2.060.764
1.817.835
-
Vooruitbetalingen
0
0
2.060.764
1.817.835
Uitzettingen korter dan één jaar
-
Vorderingen op openbare lichamen
31.610.941
26.724.349
-
Rekening courant met het Rijk
390.192.169
433.563.305
-
Rekening courant overige niet-financiële instellingen
2.658.977
6.634.765
-
Overige vorderingen
3.894.446
27.149.062
-
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een looptijd < 1 jaar
0
0
-
Overige uitzettingen < 1 jr
17.890
17.825
428.374.422
494.089.305
-
Liquide middelen
602.934
3.035.170
Overlopende activa
-
Nog te ontvangen bijdragen van de EU
0
0
-
Nog te ontvangen bijdragen van het Rijk
9.956.376
6.820.831
-
Nog te ontvangen bijdragen van van overige overheid
9.764.080
10.046.534
-
Overige overlopende activa
27.924.256
17.497.614
47.644.712
34.364.978
Totaal vlottende activa
478.682.831
533.307.288
Totaal activa
1.377.449.186
1.428.228.856
Passiva
Vaste Passiva
Eigen vermogen
-
Algemene reserve
189.532.378
241.046.262
-
Bestemmingsreserves
667.586.832
653.703.787
-
Nog te bestemmen resultaat
75.830.784
61.593.956
932.949.994
956.344.005
-
Voorzieningen
9.229.800
10.398.826
Vaste schuld
-
Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen
50.666.665
42.222.220
-
Door derden belegde gelden
37.500
37.500
-
Waarborgsommen
50.600
50.600
50.754.765
42.310.320
Totaal vaste passiva
992.934.559
1.009.053.150
Vlottende passiva
Vlottende schuld
-
Overige vlottende schulden
117.723.599
107.517.485
Overlopende passiva
-
Vooruitontvangen bijdragen van de EU
150.469
456.490
-
Vooruitontvangen bijdragen van het Rijk
254.998.026
296.055.070
-
Vooruitontvangen bijdragen van overige overheid
8.554.629
9.967.526
-
Overige overlopende passiva
3.087.905
5.179.133
266.791.028
311.658.220
Totaal vlottende passiva
384.514.627
419.175.705
Totaal passiva
1.377.449.186
1.428.228.856
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Leasecontracten dienstauto's en kopieerapparaten
3.917.179
3.231.227
Huurovereenkomst parkeergarage per jaar
652.000
672.400
Verplichtingen functieverandering uitfinanciering
17.946.204
16.461.710
RVO verplichtingen agrarisch natuur- en landschapsbeheer
114.876.852
102.410.758
Een specificatie van de gewaarborgde geldleningen is opgenomen in bijlage 4.2
8.323.711
7.992.353

2.2 Overzicht van lasten en baten in de jaarrekening

Terug naar navigatie - 2. Balans en exploitatie - 2.2 Overzicht van lasten en baten in de jaarrekening
Bedragen x € 1.000
Begroting 2025 voor wijziging
Begroting 2025 na wijziging
Rekening 2025
Programma
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
1
Bestuur
23.293
761
22.532
26.459
1.813
24.646
24.892
1.856
23.037
2
Infrastructuur
147.024
7.514
139.510
136.478
17.573
118.905
126.290
12.577
113.714
3
Natuur en Landbouw
117.756
38.062
79.695
132.581
35.653
96.928
121.150
34.696
86.454
4
Ruimte en Klimaat
50.802
20.307
30.495
42.327
17.657
24.670
34.838
13.394
21.444
5
Economie en Mienskip
97.129
14.221
82.909
88.585
5.895
82.691
82.557
6.272
76.285
6
Bedrijfsvoering
50.144
30
50.114
55.223
25
55.198
54.837
-38
54.875
Sub-totaal programma's
486.149
80.895
405.254
481.653
78.616
403.038
444.564
68.756
375.809
Provinciefinanciën
Provinciale heffingen
0
76.911
-76.911
0
80.873
-80.873
0
80.327
-80.327
Algemene uitkering
0
259.510
-259.510
0
314.168
-314.168
0
314.168
-314.168
Dividenden
0
7.804
-7.804
80
22.361
-22.281
79
22.361
-22.283
Overige alg. dekkingsmiddelen (financieringsfunctie)
749
11.198
-10.449
571
18.718
-18.148
579
19.087
-18.508
Saldo compensabele BTW en uitkering BCF
49
-49
0
49
-49
0
45
-45
Overige algemene dekkingsmiddelen
10.853
2.781
8.072
649
2.781
-2.132
3.185
3.523
-338
Werken voor derden
2.547
2.547
0
1.713
1.713
0
1.631
1.631
0
Sub-totaal provinciefinanciën
14.149
360.800
-346.651
3.012
440.664
-437.652
5.475
441.143
-435.669
Onvoorzien
0
0
0
-1.893
37
-1.930
-2.126
40
-2.166
Overhead
48.263
709
47.554
48.095
2.689
45.406
41.931
3.291
38.640
Vennootschapsbelasting VPB
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten
548.561
442.404
106.157
530.868
522.006
8.862
489.844
513.231
-23.386
Mutatie reserve
1
Bestuur
0
340
-340
541
237
304
556
237
319
2
Infrastructuur
2.019
29.583
-27.564
16.167
12.964
3.203
17.839
11.833
6.006
3
Natuur en Landbouw
4.455
25.089
-20.634
10.132
41.100
-30.968
10.423
31.795
-21.371
4
Ruimte en Klimaat
337
12.236
-11.899
7.395
12.566
-5.172
9.909
12.144
-2.235
5
Economie en Mienskip
1.688
19.314
-17.627
16.601
25.166
-8.565
19.787
23.102
-3.316
6
Bedrijfsvoering
14
1.261
-1.247
5.560
1.093
4.467
5.842
858
4.984
Provinciefinanciën
4.777
36.549
-31.772
5.359
26.254
-20.896
5.891
28.486
-22.595
Totaal mutaties reserves
13.289
124.372
-111.083
61.754
119.380
-57.626
70.247
108.455
-38.207
Gerealiseerde resultaat
561.850
566.776
-4.927
592.622
641.386
-48.764
560.092
621.686
-61.594
De analyse van de verschillen tussen de begroting na wijziging en de rekening is opgenomen in het jaarverslag bij de verschillende programma's.

2.3 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Terug naar navigatie - 2. Balans en exploitatie - 2.3 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Inleiding 
We hebben de jaarrekening 2025 opgesteld op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de financiële verordening en de hieraan gerelateerde nota’s over de financiële spelregels. 

Algemene grondslagen 
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld nemen we de activa en passiva op tegen nominale waarden. 

We rekenen de lasten en baten toe aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten nemen we slechts op zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's, die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. 

Voor de lastneming van subsidies hebben Provinciale Staten op 25 september 2024 het grensbedrag bepaald op € 900.000 voor de periode 2024-2027. De subsidies onder het grensbedrag wordt in een keer als lastgenomen op het moment van beschikken. Voor de subsidies die gefinancierd worden vanuit een specifieke uitkering (SPUK) en daarmee verantwoord moeten worden via de SiSa methodiek, valt de looptijd van het project waarvoor subsidie wordt verleend binnen de looptijd van de SPUK. 

Voor de wijze waarop de tijdelijke budgetten zijn verwerkt verwijzen we naar onderdeel 3 Tijdelijke budgetten.

Personeelslasten rekenen we in principe toe aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen, c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, rekenen we sommige personele lasten toe aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Voor deelnemers aan het generatiepact is een bestemmingsreserve gevormd. Voor deelnemers aan de Regeling Vervroegd Uittreden is een voorziening gevormd. 

Bepaalde medewerkers zijn verplicht tijd te schrijven. Dit is het geval wanneer formatie gedekt wordt uit specifieke projecten, waarbij het voor de verantwoording noodzakelijk is de daadwerkelijk gemaakte uren op het project te registreren. Daarnaast is opgenomen in het BBV dat alle directe kosten toegerekend moeten worden aan de investeringen. Het resterende saldo formatiebudget belasten we door naar het juiste BBV taakveld op basis van de teamplannen 2025. Met ingang van 2017 is er een programma Bedrijfsvoering ingevoerd met daarin opgenomen alle bedrijfsvoeringskosten.

Balans 
Op de balans staan alleen de posten die bij de provincie aanwezig zijn. Bij het opstellen van de jaarrekening 2025 zijn we uitgegaan van het vastgestelde financiële beleid zoals opgenomen in de verschillende financiële beleidsnota's waarvan de geactualiseerde versies op 15 december 2021 door Provinciale Staten zijn vastgesteld. Het betreft hier de nota Begrotingsregels, de nota Uitvoering begroting, de nota Weerstandsvermogen, de nota Reserves/voorzieningen/overlopende passiva, de nota Waarderen/activeren/afschrijven en de nota Financieringsinstrumenten. De nota actualisatie legesverordening is vastgesteld op 18 oktober 2023 en op onderdelen gewijzigd op 23 oktober 2024. De geactualiseerde Financiële verordening provincie Fryslân is vastgesteld op 18 december 2024. De geactualiseerde Controleverordening provincie Fryslân is vastgesteld op  25 december 2025.

Vaste Activa 
Artikel 59 BBV geeft aan dat alle investeringen geactiveerd worden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen investeringen met uitsluitend maatschappelijk nut in de openbare ruimte en investeringen met een (beperkt) economisch nut. Investeringen die op enige wijze kunnen leiden tot, of bijdragen aan het verwerven van inkomsten, zijn investeringen met economisch nut. De vraag of de investering geheel kan worden terugverdiend is niet relevant voor de classificatie. 

We berekenen de afschrijvingen conform de afschrijvingstermijnen. De afschrijving begint te lopen vanaf 1 januari van het jaar na oplevering van de investering. De rentelasten verantwoorden we in de rekening van baten en lasten , behoudens de in voorkomende gevallen berekende bouwrente. Met ingang van 2013 is de bouwrente bevroren. De in het verleden toegerekende rente wordt geactiveerd. 

Op het punt van afschrijven is het BBV verandert met ingang van 1 januari 2017. In artikel 62 van het BBV is gewijzigd dat  alle vaste activa dienen te worden geactiveerd, dus ook de investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Het betreft hier activa die eerder onder de balansverkorting vallen en eenmalig gefinancierd werden vanuit de NUON reserve. De boekwaarde van deze investeringen is daarom per 31 december 2016 ineens ten laste van de NUON reserve gebracht. De nog te verrichten investeringen vanaf 1 januari 2017 worden geactiveerd volgens de huidige richtlijnen. Het restant bedrag van de balansverkorting is vanuit de NUON reserve overgeheveld naar de nieuw in gestelde dekkingsreserve kapitaallasten. Deze reserve wordt aangewend ter dekking van de jaarlijkse kapitaallasten.    

Immateriële vaste activa
Dit zijn kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen, het saldo van agio en disagio en de kosten van onderzoek en ontwikkeling. Het beleid is om immateriële vaste activa niet te activeren. Als zich de noodzaak voordoet om dit toch te doen, moeten Provinciale Staten over een dergelijk voornemen een besluit nemen.

Bijdragen aan activa in eigendom van derden dienen op basis van de nieuwe voorschriften met ingang van 2016 ook onder de immateriële vaste activa te worden opgenomen. De bijdragen in activa van derden zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Deze bijdragen mogen alleen geactiveerd worden wanneer de derde deze werkwijze ook toepast. In het geval van het Rijk is het bijvoorbeeld niet toegestaan aangezien het Rijk zelf investeringen niet activeert.

Materiële vaste activa met economisch nut
Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijging- of vervaardigingprijs. Het kan zijn dat er in het verleden reserves op deze investeringen zijn afgeboekt. Dat is conform het huidige BBV niet meer toegestaan. Bijdragen uit eigen middelen worden toegevoegd aan de dekkingsreserve en daarmee worden de toekomstige kapitaallasten gedekt.

De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren:

Huisvesting en inrichting 
     Casco (betreft het grootste deel v.d. investering)           48 jaar
     Apparatuur                                                                                                3 jaar

     Automatisering                                                                                       5 jaar
     Voertuigen                                                                                                 6 jaar

Vaartuigen    
    Aanhangmotoren                                                                                    3 jaar
    Polyester speedboten                                                                           6 jaar
    Kranen/navigatie- + communicatieapp./generatoren    10 jaar
    Vasten motoren/spudpalen/lieren                                             15 jaar
    Conventionele vaartuigen                                                               30 jaar
Materiaal buitendienst    
    GPS-ontvangers                                                                                      3 jaar
    Maaimachines/hogedrukreinigers                                               6 jaar
    Bebakeningwagens/zoutstrooiers/heftrucks                     10 jaar
    Sneeuwploeg/gladheidsbestrijdingsinstallaties                15 jaar
 
Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut
De provincie schrijft af op deze middelen. Specifieke investeringsbijdragen van derden brengen we op de desbetreffende investeringen in mindering. In deze gevallen wordt op het saldo afgeschreven.

Natte infrastructuur            
    Oeververdediging/bodem/vaarwegmeubilair    30 jaar
    Afstandsbedieningen                                                         25 jaar
    Bruggen/sluizen/aquaducten                                        50 jaar

Onder gronden en terreinen zijn opgenomen de aangekochte gronden in het kader het investeringskrediet grondaankopen (IKG) en Strategische Grond Voorraad (SGV). De provincie verwerft voor onder andere het beleidsdoel natuur en het provinciale grondbeleid.  
De waarde op de balans van de gronden die liggen binnen de NNN-begrenzing of worden ingericht voor natuur worden afgewaardeerd naar natuurwaarde (15%). De waarde op de balans van de overige gronden is de verkrijgingsprijs of lagere marktwaarde. De marktwaarde wordt bepaald aan de hand van actuele gegevens van het kadaster. Voor het verschil van lagere marktwaarde en boekwaarde is een voorziening getroffen.

Financiële vaste activa 
De waardering van de deelnemingen is op basis van verkrijgingsprijs of lagere marktwaarde, deze marktwaarde wordt bepaald op basis van eigen vermogen per einde boekjaar in de jaarrekening.

De waardering van de aandelen Vitens is gelijk aan de verkrijgingspijs. De provincie heeft een belang van 13% in Vitens. 

De waardering van de aandelen Alliander NV is gelijk aan de oorspronkelijke (benaderde) verkrijgingprijs. De provincie heeft een belang van 12,65% in Alliander.

Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar wordt gesteld. 

In 2019 heeft de provincie de BV Fryslân Hurde Wyn opgericht. Deze BV houdt 15% van de aandelen in Windpark Fryslân Holding BV. Er is een aandelenkapitaal van € 20 mln. en een achtergestelde geldlening van € 80 mln. verstrekt. De provincie is enig aandeelhouder van Fryslân Hurde Wyn BV. 

De resterende geldleningen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Nieuwe leningen worden in principe niet meer verstrekt door de provincie zelf maar lopen via de fondsen NOM, FOM of FSFE. 

Vlottende activa 
Vlottende activa bestaan uit de voorraden, de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, de liquide middelen en de overlopende activa.

Onder de voorraden wordt als Onderhanden werken aangemerkt de gronden en inrichtingskosten van gebieden die als natuur worden ingericht. 

Vorderingen, overlopende activa en liquide middelen. 
Deze activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor onverwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Als een vordering na een incassoprocedure als oninbaar wordt ingeschat, wordt deze opgenomen in de voorziening. 

Met ingang van 2015 is er in het BBV een splitsing aangebracht in de overlopende activa. Op de balans worden nu de volgende posten gepresenteerd. Nog te ontvangen bijdragen van de EU, nog te ontvangen bijdragen van het Rijk, nog te ontvangen bijdragen van overige overheid en overige overlopende activa. 

Passiva 
Passiva splitsen we in vaste en vlottende passiva.

Vaste passiva
Onder vaste passiva verstaan we het eigen vermogen, de voorzieningen en de vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. In de Nota Reserves en Voorzieningen staat het algemene beleid met betrekking tot reserves en voorzieningen. Het beleid voor de tijdelijke budgetten staat in de Nota Uitvoering Begroting. Daarin is ook vastgelegd hoe Gedeputeerde Staten de jaarovergang tijdelijke budgetten uitvoeren. 

Het eigen vermogen bestaat uit reserves en het resultaat na bestemming volgend uit de programmarekening. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves verantwoorden we conform de besluiten van Provinciale Staten

Onttrekkingen aan reserves ten behoeve van investeringen gaat via een dekkingsreserve. Toevoegingen aan de reserves verantwoorden we in de programmarekening. 

Voorzieningen waarderen we  op het nominale bedrag van de betrokken verplichting, c.q. het voorzienbare verlies. De pensioenverplichting ten behoeve van GS-leden hebben we op de contante waarde van de toekomstige uitkeringsverplichting gewaardeerd.

Voorzieningen vormen we wegens:
a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs in te schatten;
b. op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;
c. kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren;
d. van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden. 

We hebben de langlopende schulden tegen nominale waarde gewaardeerd. 

Vlottende passiva
Onder vlottende passiva staan voorschotbedragen van overheden voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel en netto-vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. we hebben de kortlopende schulden en de overlopende passiva gewaardeerd tegen de nominale waarde. 

Met ingang van 2015 is er in het BBV een splitsing aangebracht in de overlopende  passiva.  Op de balans staan nu de volgende posten: Vooruit ontvangen  bijdragen van de EU, vooruit ontvangen bijdragen van het Rijk, vooruit  ontvangen bijdragen van overige overheid en overige overlopende passiva.

Waarborgen en garantstellingen 
De verplichtingen die voortvloeien uit het waarborgen van geldleningen zijn, conform het BBV, op de balans vermeld maar maken daar geen deel van uit. Dit betreffen borgstellingen van opgenomen leningen van diverse instellingen.

2.4 Toelichting op de balans

Terug naar navigatie - 2. Balans en exploitatie - 2.4 Toelichting op de balans
Vaste activa
Immateriële vaste activa
31-12-2024
31-12-2025
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
Boekwaarde per 1 januari
7.451.021
8.394.457
Investeringen
3.002.611
1.067.310
Bijdragen derden
0
-23.016
Desinvesteringen
0
0
Afwaarderingen
-2.059.175
-741.224
Afschrijvingen
0
0
Boekwaarde per 31 december
8.394.457
8.697.527
Dit activa zijn die in bezit zijn van het Rijk en daarom als immaterieel actief zijn aangemerkt.
De boekwaarde per 31 december 2025 €8,7 miljoen bestaat uit investeringen in Sluis Kornwerderzand 1e fase bruggen.
In 2020 hebben de Staten een investeringskrediet van €100 miljoen beschikbaar gesteld voor de realisatie  van fase 1 (vervanging bruggen, aanpak vaargeulen en voorbereiding sluis) het provinciale aandeel hierin is € 3,5 miljoen. Van de totale rijksbijdrage van €111 miljoen is  € 96,5 miljoen bestemd voor de vervanging van de verkeersbruggen (fase 1). De rijksbijdrage zal via een spuk worden toegekend.
Materiële vaste activa
31-12-2024
1-1-2025
31-12-2025
Investeringen met economisch nut
Boekwaarde per 1 januari
107.474.226
127.939.804
130.926.338
Correctie boekwaarde per 1-1-2025
2.986.534
Investeringen
36.586.734
18.737.966
Bijdragen derden
-11.289.925
-2.054.953
Desinvesteringen
-1.337.903
-3.368.850
Afwaarderingen
0
-13.484.617
Afschrijvingen
-3.493.327
-3.837.745
Boekwaarde per 31 december
127.939.804
130.926.338
126.918.139
*)
Risicovoorziening grond
-1.498.589
-1.498.589
-2.110.593
Boekwaarde per 31 december inclusief risicovoorziening grond
126.441.214
129.427.748
124.807.545
*)
V. Risicovoorziening grondaankopen
Gronden onder de materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere marktwaarde. Jaarlijks worden de gronden getaxeerd op basis van informatie van het kadaster.
Investeringen met maatschappelijk nut
31-12-2024
1-1-2025
31-12-2025
Boekwaarde per 1 januari
276.189.475
297.060.830
294.074.295
Correctie boekwaarde per 1-1-2025
-2.986.535
Investering
31.778.893
22.293.211
Bijdragen derden
-5.760.428
-2.761.999
Desinvesteringen
0
-3.099.397
Afwaarderingen
0
Afschrijvingen
-5.147.110
-7.581.898
Boekwaarde per 31 december
297.060.830
294.074.295
302.924.213
Verloop materiële vaste activa
boekwaarde 31-12-2024
boekwaarde 1-1-2025
Investeringen
Bijdragen van derden
Desinvesteringen
Afwaarderingen
Afschrijvingen
boekwaarde 31-12-2025
Investeringen met economisch nut
Gronden en terreinen*)
61.723.427
62.489.531
13.377.125
2.054.953
2.996.965
12.877.088
32.751
57.904.898
Bedrijfsgebouwen
57.227.133
60.385.406
3.051.101
371.885
0
2.701.757
60.362.866
Vervoersmiddelen
1.691.393
1.691.393
169.442
0
98.142
1.762.693
Machines, apparaten en installaties
2.423.122
2.423.121
756.355
0
749.556
2.429.920
Overige materiële vaste activa
4.874.729
3.936.886
1.383.944
607.529
255.538
4.457.762
Totaal
127.939.803
130.926.338
18.737.966
2.054.953
3.368.850
13.484.617
3.837.745
126.918.139
Investeringen met maatschappelijk nut
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
297.060.830
294.074.295
22.293.211
2.761.999
3.099.397
0
7.581.898
302.924.213
Totaal materiële vaste activa
425.000.633
425.000.633
41.031.178
4.816.952
6.468.247
13.484.617
11.419.643
429.842.352
*)
boekwaarde exclusief risicovoorziening grondaankopen
De WOZ-waarde 2025 van volledig afgeschreven woningen en enkele bedrijfspanden is € 12,0 mln.
Financiële vaste activa
31-12-2024
31-12-2025
Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen
Boekwaarde per 1 januari
146.447.281
147.697.058
(Des)investeringen
1.249.777
5.500.000
Boekwaarde per 31 december
147.697.058
153.197.058
Voorziening deelnemingen
-21.735.064
-23.485.053
Boekwaarde per 31 december inclusief voorziening deelnemingen
125.961.994
129.712.005
Aan de FOM BV is in 2025 een aanvullend aandelenkapitaal verstrekt.
Om de boekwaarde aan te laten sluiten bij de nominale waarde is voor de aandelen FOM en FSFE een voorziening gevormd ten laste van de reserve risicobuffer.
De boekwaarde op de balans is de verkrijgingsprijs of de lagere waarde van de aandelen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de boekwaarde en de nominale waarde.
Boekwaarde
Nominale waarde
Alliander NV
2.171.338
659.109.520
NV Bank voor Nederlandse Gemeenten
515.619
6.037.162
Nederlandse Waterschapsbank
5.559
3.022.164
Vitens
52.850.594
105.741.279
FSFE BV
15.454.000
15.454.000
Thialf OG BV
28.120
28.120
NOM BV
27.830.047
27.830.409
FOM BV
10.738.948
10.738.948
Fryslân Hurde Wyn
20.000.000
20.000.000
Overig
117.779
117.779
129.712.004
848.079.380
Leningen aan deelnemingen
Boekwaarde per 1 januari
289.883.386
Investeringen
66.034
Desinvesteringen
-5.157.975
Voorziening geldleningen aan deelnemingen
-1.392.902
Boekwaarde per 31 december
283.398.544
De vermindering betreft een aflossing achtergestelde lening Windpark Fryslân €5,2 mln.
Leningen aan openbare lichamen
Boekwaarde per 1 januari
9.475.000
(Des)investeringen
-8.475.000
Boekwaarde per 31 december
1.000.000
De vermindering betreft de reguliere aflossing van 3-tal leningen.
Overige langlopende leningen
Boekwaarde per 1 januari (exclusief voorziening) *)
44.216.135
Investeringen
1.613.049
Desinvesteringen
-133.400
Voorziening overige geldleningen
-1.314.059
Boekwaarde per 31 december
44.381.724
Onder de overige langlopende leningen is ultimo 2025 een verstrekte lening aan Kabelnet Noord B.V. opgenomen voor een bedrag van € 35,0 miljoen. Daarnaast is ultimo 2025 in totaal € 8,6 miljoen verschuldigde, maar nog niet betaalde, rente gekapitaliseerd. Hiervan heeft € 1,6 miljoen betrekking op 2025. De provincie heeft Kabelnet Noord B.V. tot 31 december 2026 uitstel van aflossing en rentebetaling verstrekt. De terugbetaling van de verstrekte lening en de verschuldigde (en thans gekapitaliseerde rente) is afhankelijk van de realisatie van de onderliggende business case van Kabelnet Noord B.V. Op basis van het in 2025 geactualiseerde business model verwacht Kabelnet Noord B.V. dat de verstrekte lening inclusief verschuldigde rente volledig kan worden terugbetaald.
*)
Verloop voorziening geldleningen
Boekwaarde per 1 januari
1.339.801
Vermeerderingen / verminderingen
-25.742
Boekwaarde per 31 december
1.314.059
Vlottende activa
Voorraden
31-12-2024
31-12-2025
Onderhanden werken
2.060.764
1.817.835
Vooruitbetalingen
0
0
In de post onderhanden werk zijn de gronden IKG in exploitatie opgenomen € 1,7 mln.
Uitzettingen korter dan één jaar
31-12-2024
31-12-2025
Vorderingen op openbare lichamen
31.610.941
26.724.349
Verstrekte kasgeldleningen
0
0
Rek.courant met het rijk
390.192.169
433.563.305
Rekening courant met overige niet financiële instellingen
2.658.977
6.634.765
Overige vorderingen
3.894.446
27.149.062
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een looptijd < 1 jaar
0
0
Uitzettingen in de vorm van schuldpapier
0
0
Overige uitzettingen
17.890
17.825
Bij de overige vorderingen is een voorziening dubieuze debiteuren opgenomen. Het verloop is als volgt:
Voorziening dubieuze debiteuren.
31-12-2024
31-12-2025
Boekwaarde per 1 januari
732.981
910.142
Oninbaar
-655
-60.602
Alsnog voldaan
-6.543
-75.151
Opgenomen
184.359
622.407
Boekwaarde per 31 december
910.142
1.396.796
Liquide middelen
31-12-2024
31-12-2025
Rabobank (huisbankier)
602.871
3.035.107
Kasbank/vermogensbeheerders
63
63
602.934
3.035.170
Overlopende activa: Nog te ontvangen bijdragen van het Rijk
31-12-2024
31-12-2025
Nog te ontvangen specifieke uitkeringen
2.046.700
140.702
Nog te ontvangen opcenten motorrijruigenbelasting
7.730.569
6.557.759
Overig
179.107
122.369
9.956.376
6.820.831
Overlopende activa: Nog te ontvangen bijdragen van van overige overheid
31-12-2024
31-12-2025
Vooruitbetaalde overige subsidies
577.165
1.055.867
Vooruitbetaalde subsidies ivm lastneming overige overheden
8.298.311
7.769.977
Nog te factureren overige overheden
600.218
1.209.357
Vooruitbetaald overig
288.385
11.333
9.764.080
10.046.534
Overige overlopende activa
31-12-2024
31-12-2025
Nog te ontvangen rente vermogen
3.665.129
2.955.043
Nog te ontvangen POP middelen
4.286.652
0
Nog te factureren overig
284.801
83.733
Vooruitbetaalde subsidies ivm lastneming
17.679.593
13.972.471
Vooruitbetaalde overige subsidies
1.544.129
0
Vooruitbetaald overig
463.953
486.367
27.924.256
17.497.614
Vaste passiva
mutatie
begrotings
Eigen vermogen
1-1-2025
toevoeging
onttrekking
31-12-2025
mutatie*
Algemene reserve
265.363.162
0
24.316.900
241.046.262
-78.433.700
Overige bestemmingsreserve
667.586.832
70.247.425
84.130.470
653.703.787
-205.958.340
Nog te bestemmen resultaat
61.593.956
932.949.994
70.247.425
108.447.370
956.344.005
-284.392.040
* Saldo eigen vermogen na begrotingsmutatie 2026-2030
671.951.965
mutatie
Overzicht en verloop algemene reserves
1-1-2025
toevoeging
onttrekking
31-12-2025
R. Basisreserve
10.000.000
0
0
10.000.000
R. Vrij aanwendbare reserve
255.363.162
0
24.316.900
231.046.262
totaal algemene reserve
265.363.162
0
24.316.900
0
241.046.262
mutatie
Overzicht en verloop bestemmingsreserves
1-1-2025
toevoeging
onttrekking
afschrijvings lasten
31-12-2025
R. Fractieondersteuning
344.700
0
0
344.700
R. De Nieuwe Afsluitdijk
14.193.578
9.849.622
2.953.975
21.089.225
R. Investering eigendom derden
34.441.012
0
338.240
34.102.772
R. Groot onderhoud Wegen
20.292.166
0
3.967.689
16.324.476
R. Groot onderhoud Water
23.516.083
2.455.770
0
25.971.853
R. Oeverbeheer
763.920
737.238
0
1.501.158
R. Natuurpact 2014
33.820.660
0
11.106.619
22.714.040
R. Aankoop natuurterreinen (fase 1)
5.296.898
0
2.981.786
2.315.113
R. Breed cofinancieringsbudget
36.265.196
7.835.625
22.739.292
21.361.528
R. Windpark Fryslân
8.642.668
2.511.472
3.560.540
7.593.600
R. Groot onderhoud Gebouwen
1.636.847
0
593.650
1.043.197
R. Indirecte uitvoeringskosten NPLG
5.388.209
0
5.388.209
R. Generatiepact
225.717
0
71.700
154.017
R. Spaarverlof
1.624.730
423.604
0
2.048.334
R. Jaarovergang structurele budgetten
642.919
2.333.268
2.611.300
364.887
R. Tijdelijk budget Categorie A
45.547.359
4.885.428
8.077.341
42.355.446
R. Tijdelijk budget Categorie B
34.432.500
22.195.851
14.332.748
42.295.603
R. Rente kapitaalverstrekking Alliander
4.912.518
1.604.331
0
6.516.849
R. Afwaardering aandelenkapitaal windpark Fryslân
3.000.000
1.000.000
0
4.000.000
R. Risicoreserve lening herstelplan Thialf
992.934
0
66.034
926.900
R. Risicoreserve strategische grondvoorraad
1.200.000
0
535.801
664.199
R. Weerstandsbuffer
100.000.000
0
0
100.000.000
R. Risicoreserve revolverende middelen
93.848.236
2.693.778
1.749.989
94.792.025
Beklemde reserves
R. Dekkingsreserve kapitaallasten
178.657.095
2.012.900
892.900
4.107.036
175.670.060
R. Verstrekte subsidies
23.289.095
4.320.331
3.443.831
24.165.595
totaal bestemmingsreserve
667.586.832
70.247.425
80.023.435
4.107.036
653.703.787
Stand van zaken reserves
R. Fractieondersteuning
Reserve gevormd bij besluitvorming Jaarstukken 2018. Nog beschikbare middelen voor de fracties, worden aan het eind van het jaar toegevoegd aan deze reserve om die in de toekomst nog in te kunnen zetten voor de fracties.
R. De Nieuwe Afsluitdijk
Reserveringen voor de verschillende projecten Afsluitdijk. Reserve gevormd uit de al bestaande budgetten die bestemd zijn voor het project.
R. Investering in eigendom derden
Reserve gevormd op basis van besluitvoriming op 31 oktober 2018 met betrekking tot het opheffen van de reserve Van Harinxmakanaal. Deze reserve is als dekking gevormd voor toekomstige lasten in verschillende investeringen in eigendom van derden.
R. Groot onderhoud Wegen
De reserve groot onderhoud wegen is bestemd om de eventuele meer- of minderkosten van het groot onderhoud wegen te verrekenen.
R. Groot onderhoud Water
De reserve groot onderhoud water is bestemd om de eventuele meer- of minderkosten van het groot onderhoud water te verrekenen.
R. Oeverbeheer
Reserve gevormd op basis van besluitvoriming op 20 maart 2024. Uit deze reserve betalen we mee aan het oeveronderhoud van publieke en private partijen (subsidie via Oeverfonds).
R. Natuurpact 2014
PS besluit 22 januari 2014. Reservering van de niet bestede middelen van de Natuurpact gelden in het Provinciefonds. Onttrekkingen indien het jaarlijkse exploitatiebedrag niet voldoende is.
R. Aankoop natuurterreinen (fase 1)
Reserveringen voor aankoop van natuurtereinen (provinciale middelen).
R. Breed cofinancieringsbudget
Reserve gevormd op basis van besluitvoriming op 31 oktober 2018 met betrekking tot de cofinancieringsbudgetten om zo meer flexibiliteit in de begroting te creëren.
R. Windpark Fryslân
Conform het PS besluit van 26-2-2020 wordt het rendement/dividend toegevoegd aan deze reserve onder de jaarlijkse aftrek van € 1 mln voor de afwaardering aandelenkapitaal Windpark Fryslân en € 1,67 mln voor toevoeging aan het begrotingssaldo. Daarnaast is € 1,67 mln bestemd voor duurzaamheid en € 1,67 mln bestemd voor ambitieagenda IJsselmeer. Op 26-1-2022 heeft PS besloten om middelen beschikbaar te stellen voor het energieprogramma 2022-2025. Op 21-9-2022 heeft PS besloten om middelen beschikbaar te stellen voor de ambitieagenda IJsselmeer 2022-2031. Bij het bestuursakkoord 2023-2027 is besloten dat het rendement/dividend boven de € 6 miljoen per jaar toegevoegd wordt aan het begrotingssaldo.
R. Groot onderhoud Gebouwen
De reserve groot onderhoud gebouwen is bestemd om de eventuele meer- of minderkosten van het groot onderhoud gebouwen te verrekenen.
R. Indirecte uitvoeringskosten NPLG
Reserve gevormd bij besluitvorming Jaarstukken 2024. In de decembercirculaire provinciefonds 2024 hebben wij een decentralisatie-uitkering van € 7.298.100 ontvangen voor de indirecte uitvoeringskosten NPLG. Deze reserve is gevormd om de middelen voor extra inzet van personeel voor de uitvoering de maatregelpakketten en gebiedsprocessen voor de komende jaren beschikbaar te kunnen stellen.
R. Generatiepact
Reserve om de toekomstige lasten te dekken van personeel wat deelneemt aan het generatiepact.
R. Spaarverlof
Ingesteld bij het vaststellen van de jaarstukken 2022. Medewerkers kunnen vanuit hun Individueel Keuze Budget of onder voorwaarden vanuit hun Persoonlijk Ontwikkel Budget verlof kopen. Dit verlof kunnen zij bijvoorbeeld opnemen voorafgaand aan hun pensioendatum. De doorbetaling van hun salaris in de periode dat zij geen werk meer verrichten wordt dan gedekt uit deze reserve.
R. Jaarovergang structurele budgetten
Ingesteld ivm nieuwe werkwijze subsidieverplichtingen en balanspost crediteuren. Wordt in het volgende jaar afgewikkeld.
R. Rente kapitaalverstrekking Alliander
De staten hebben middels een motie besloten tot het reserveren van de rente op de kapitaalverstrekking Alliander ter dekking van mogelijk lager dividend in de toekomst.
R. Afwaardering aandelenkapitaal Windpark Fryslân
Reserve om richting einde van de exploitatiefase ons aandelenkapitaal van € 20 mln af te kunnen waarderen. Jaarlijkse vorming met € 1 mln per jaar vanuit het ontvangen rendement.
R. Risicoreserve lening herstelplan Thialf
Op 30 juni 2021 hebben Provinciale Staten besloten tot vorming van deze reserve. Deze reserve is bedoeld ter dekking van de eventueel te vormen risicovoorziening voor de verstrekte lening herstelplan Thialf.
R. Risicoreserve strategische grondvoorraad
Vanuit de risicoreserve stategische grondvoorraad zal bij een negatieve marktprijsontwikkeling van de aankopen strategische gronden een risicovoorziening strategische grondvoorrraad worden gevormd.
R. Weerstandsbuffer
Jaarlijks wordt de stresstest uitgevoerd om te bepalen wat het effect van exogene factoren is op onze begroting. Deze reserve is bedoeld om dat risico op te vangen.
R. Risicoreserve revolverende middelen
Het risico van de uitgezette revolverende middelen wordt opgevangen door deze reserve.
R. Tijdelijke budgetten
De tijdelijke budgetten worden in twee categorieën ingedeeld: A en B Voor elke categorie gelden specifieke spelregels voor het aangaan van verplichtingen en voor de zogenoemde jaarovergang; het reserveren van resterende middelen opdat deze voor de oorspronkelijke doelen ingezet kunnen blijven worden. Dit is geregeld in de nota Uitvoering begroting. De reserve is volledig belegd.
Beklemde reserves
R. Dekkingsreserve kapitaallasten
Reserve voor de dekking van de kapitaallasten. In verband met de nieuwe regelgeving BBV in 2017 is deze reserve gevormd. Het restant van de balansverkorting is naar deze reserve overgeboekt.
R. Verstrekte subsidie
Deze reserve is gevormd naar aanleiding van de stelselwijzging subsidielastneming en is volledig belegd.
mutatie
Overzicht en verloop voorziening
1-1-2025
toevoeging
aanwending
31-12-2025
Voorziening voor bestaande risico's
V. Waardeoverdracht pensioenen GS leden
7.083.166
937.834
0
8.021.000
V. Regeling Vervroegd Uittreden (RVU)
524.837
412.372
286.093
651.116
Voorziening voor daartoe door anderen bestemde middelen
V. Grondwaterplan
1.094.808
733.511
635.648
1.192.672
V. Legaat van Harinxma thoe Sloten
24.655
567
113
25.109
V. Buma-legaten
365.939
9.003
5.790
369.151
V. Jorritsma-Boschmafonds
136.395
3.383
0
139.778
9.229.800
2.096.670
927.644
10.398.826
Stand van zaken voorzieningen
V. Waardeoverdracht pensioenen GS-leden
Risicovoorziening. Ter dekking van betaling van afkoopsommen aan ABP voor pensioenen van GS-leden.
V. Regeling Vervroegd Uittreden (RVU)
Risicovoorziening. Ter dekking van betaling van maandelijkse ontslagvergoedingen die de ex-medewerkers in staat stelt om te overbruggen tot aan de AOW-leeftijd.
V. Grondwaterplan
Aan deze voorziening wordt jaarlijks de opbrengsten grondwaterbelasting toegevoegd.
V. Legaat van Harinxma thoe Sloten
Legaat ten behoeve van onderhoud van een kamer in het Fries Museum.
V. Buma-legaten
Legaat ten behoeve van de provinciale bibliotheek, Tresoar.
V. Jorritsma-Boschmafonds
Fonds gevormd door een legaat ten behoeve van uitkering aan studenten.
Langlopende schulden
1-1-2025
vermeerdering
aflossingen
31-12-2025
Onderhandse leningen van banken en financiële instellingen
50.666.665
8.444.445
42.222.220
Door derden belegde gelden
37.500
37.500
Waarborgsommen
50.600
50.600
Stand van zaken langlopende schulden
Onderhandse leningen van banken en financiële instellingen
Provincie Fryslân heeft in 2021 voor de kapitaalversterking (€ 76,5 mln.) van haar deelneming in Alliander NV een lening bij NWB Bank afgesloten ter grootte van € 76 mln.
Door derden belegde gelden
Samen met de provincie Drenthe is er een lening in het kader van duurzame energie verstrekt. De administratie wordt hier gevoerd.
Vlottende passiva
Kortlopende schulden
1-1-2025
vermeerdering
vermindering
31-12-2025
Kasgeldleningen
0
0
Crediteuren
35.043.498
7.885.166
27.158.331
Nog te betalen subsidies ivm lastneming
12.411.988
4.899.729
7.512.258
Nog te betalen overige subsidies
29.883.261
186.861
30.070.122
Nog te betalen overig
16.046.857
4.772.516
11.274.341
Overige schulden
56.679
56.679
0
Nationaal Restauratiefonds voorschotten
2.578.977
3.975.788
6.554.765
Rekening Courant Nazorg fonds
20.061.305
3.245.326
23.306.631
Rekening courant Vermilion en Frisia
1.641.036
1.641.036
117.723.601
7.407.975
17.614.091
107.517.483
mutatie
Overlopende passiva (OP)
1-1-2025
toevoeging
aanwending
31-12-2025
Vooruitontvangen bijdragen van de EU
OP Life19/IP/DL00004 Grassbird Habbitats
0
804.264
804.264
0
OP Life19/IP/NL000011 All 4 Biodiversity
0
448.831
448.831
0
OP POP3 SNN 01255 Beekdal Linde+Drogehamstermiede
0
1.454.751
1.453.709
1.041
OP Horizon Europe project NBRACER
150.469
237.263
37.414
350.318
OP Horizon Europe project SMARTER
105.131
0
105.131
150.469
3.050.240
2.744.218
456.490
Vooruitontvangen bijdragen van het Rijk (Specifieke uitkeringen)
OP 4e trein Sneek Leeuwarden
2.035.538
0
1.922.061
113.477
OP BO MIRT Mobiliteitsgedr vervoerscorridor NO NL
297.564
115.379
182.185
OP SPUK C10-2 Verb dig dienstv Zicht op stikstofk
104.151
0
-57
104.207
OP SPUK C103 Opst en uitv woondeals 2e tranche
589.474
0
437.246
152.228
OP SPUK C130 Compensatie VS Wet Open Overheid
79.716
0
14.072
65.644
OP SPUK C131 Projekt FRIS Fryske AI yn’e soarch
0
96.850
84.205
12.645
OP SPUK D13 Matching Rijk - Verbreding en vernieuw
22.317
0
0
22.317
OP SPUK E106 Region aanpak laadinfrastructuur 2
5.209.913
2.790.480
2.869.772
5.130.621
OP SPUK E118 NL2120
1.806.589
1.805.688
1.524.429
2.087.848
OP SPUK E12 Bermmaatregelen
1.280.783
0
1.280.783
0
OP SPUK E15 Regionale aanpak laadinfrastructuur
143.233
0
0
143.233
OP SPUK E20 Reg stimul verkeersveiligh maatr SPV
2.084.011
0
586.000
1.498.011
OP SPUK E22 ERTMS Eur Rail Traffic Man System
5.366.017
237.428
1.771.196
3.832.249
OP SPUK E3 Sanering verkeerslawaai
105.495
1.527
0
107.022
OP SPUK E33-2 MIRT 17-19 Fiets in de Keten 18-2022
9.505
0
0
9.505
OP SPUK E38 Veilig doelm en duurz gebr verk infra
27.273
0
27.273
0
OP SPUK E44 FBW klimaatadaptatie 2021-2027
4.252.075
0
522.930
3.729.145
OP SPUK E83 PFAS Bodemopgaven 2022
357.884
0
54.900
302.984
OP SPUK E84 Stimul verkeersveilighmtr 2022-2023
408.430
0
0
408.430
OP SPUK E87 Beekherstel Linde fase 2
562.256
0
562.256
0
OP SPUK E87 FRESHEM-NL fase 2
2.900.000
0
622.750
2.277.250
OP SPUK E97 Bodem buitenprop difuus lood Fryslan
540.666
0
3.156
537.510
OP SPUK E99 Versterken Friese IJsselmeerkust
11.199.292
0
2.054.833
9.144.459
OP SPUK F11 MKB-deal Skillsbooster
397.934
0
397.934
0
OP SPUK J117 en J117B versnel natuurincl isoleren
4.151.788
0
1.122.451
3.029.337
OP SPUK J118 Bedrijfsmatig vastgoed
2.569.893
0
707.948
1.861.945
OP SPUK J210 Flexibele inzet woningbouw 2e fase
856.198
0
728.028
128.170
OP SPUK J41 Flexibele inzet woningbouw
104.625
0
0
104.625
OP SPUK J5 Opstellen en uitvoeren woondeal 3e fase
593.860
0
0
593.860
OP SPUK J6 Flexibele inzet woningbouw 3e fase
902.456
0
0
902.456
OP SPUK J75B Regiodeal ZuidOost Friesland
278.306
127.375
395.059
10.622
OP SPUK J86 Ontzorgingspr maatsch vastg 2e tranche
994.583
0
375.941
618.643
OP SPUK J96B Regiodeal ZW J4B
206.612
40.365
166.247
OP SPUK J96B Regiodeal NW
185.325
0
110.325
75.000
OP SPUK K28 Klimaat- en energiebeleid
2.591.034
3.980.521
2.001.527
4.570.028
OP SPUK L10 Impulsgelden veenweiden
6.876.765
0
-2.379.259
9.256.024
OP SPUK L12 Experiment strorijke stalmest
100
0
100
0
OP SPUK L16 PN Programma Natuur
18.486.277
0
7.556.494
10.929.784
OP SPUK L24 Voorbereiding NPLG
340.546
0
340.546
0
OP SPUK L25 Versnellingsvoorstellen
22.759.474
0
4.006.937
18.752.537
OP SPUK L32 Piekbelasting
322.904
360.500
106.334
577.071
OP SPUK L33 PN Programma Natuur 2e fase
28.746.777
5.270.023
788.318
33.228.483
OP SPUK L34 Indirecte uitvoeringskst NPLG 2024
556.695
0
0
556.695
OP SPUK L35 Rpml gebiedsproces en maatregelen
107.492.200
37.474.248
2.212.499
142.753.949
OP SPUK L36 Maatr gebiedsger beeindiging veeh loc
12.606.570
0
12.606.570
OP SPUK L37 PAS-melders
7.800.000
7.680.000
34.244
15.445.756
OP SPUK L40 Natuur-ecolog impulspakket VMR 2024-25
528.458
0
528.458
0
OP SPUK L7 IBP vitaal platteland
3.144.193
0
0
3.144.193
OP SPUK L8 prov aank veehouderijen nabij natuurgeb
5.000.452
0
-1.881.657
6.882.109
vooruitontvangen activa
232.567
232.567
0
254.998.026
72.935.386
31.878.341
296.055.070
Vooruitontvangen bijdragen van overige overheid
OP Omgevingsberaad Waddengeb diverse reserveringen
50.496
399.477
398.764
51.209
OP SCW Secretariaat Stuurgroep Waddenprovincies
146.883
88.150
57.654
177.378
OP Samenwerkingsverband IKW
425.287
950.457
737.601
638.143
OP SPUK E56b BO MIRT verkeersinfrastructuur 20201
69.401
0
0
69.401
OP Nog af te sluiten weidevogelcompensatie
1.526.231
26.510
0
1.552.741
OP Weidevogelcompensatie
2.186.960
0
250.658
1.936.302
OP Programma NIL Friese Kleiweide
224.658
0
25.560
199.098
OP Bodemleernetwerk Noordelijke kleischil
0
0
0
0
OP SPUK L25B Gelijkw pos boeren in gebiedsproces
2.400.671
0
150.775
2.249.896
OP Wadlopen
66.760
147.763
192.327
22.196
OP Deltaprogramma Waddengebied
108.409
345.100
105.782
347.727
OP Fries Bestuursakkoord Waterketen 3 2021-2025
228.417
104.999
60.510
272.906
OP GRO06c Regiodeal NIL Aldeboarn-De Deelen
13.915
63.485
77.400
0
OP GRO06c Regiodeal NIL Veenweide 2022-2024
376.898
127.012
503.910
0
OP GRO06c Kennismiddelen Regiodeal NIL VW HW
79.528
13.688
93.216
0
OP Leader/POP 3 Lopende kosten
3.970
0
3.970
0
OP Economic Board Noord Nederland
14.286
0
0
14.286
OP Europa Pact Fryslan
530.832
1.263.646
1.043.235
751.243
OP Leader GLB beheerskosten
101.028
180.534
281.562
0
diverse oa bijdragen activa
0
1.685.000
1.685.000
8.554.629
5.395.821
3.982.923
9.967.526
Overige overlopende passiva
OP SPUK Freshem-NL bijdrage derden
1.396.355
713.500
622.750
1.487.105
Gebiedsontw Fran-Harl Ruilverkav vooruitontv bedragen
1.429.065
1.429.065
0
overig
262.485
3.429.543
3.692.028
3.087.905
4.143.043
2.051.815
5.179.133
266.791.028
85.524.489
40.657.297
311.658.220
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
De verplichtingen, voortvloeiende uit het waarborgen van geldleningen, zijn conform de BBV op de balans vermeld, maar maken er geen
deel van uit. De provincie heeft zich garant gesteld voor de rente en aflossing van door diverse instellingen aangegane geldleningen.
31-12-2024
31-12-2025
Leasecontracten dienstauto's en kopieerapparaten
3.917.179
3.231.227
Huurovereenkomst parkeergarage per jaar
652.000
672.400
Verplichtingen functieverandering uitfinanciering
17.946.204
16.461.710
RVO verplichtingen agrarisch natuur- en landschapsbeheer
114.876.852
102.410.758
Een specificatie van de gewaarborgde geldleningen is opgenomen in bijlage 4.2
8.323.711
7.992.353
RVO. In verband met het in 2014 afgesloten Natuurpact is de verantwoordelijkheid voor de afwikkeling van de subsidieverplichtingen voor natuurontwikkeling en -beheer over gegaan van het Rijk (DLG) naar de provincies. In voorgaande jaren zijn door de DLG subsidieverplichtingen voor functieverandering en beheer aangegaan. Deze verplichtingen worden namens de provincies afgewikkeld via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Financiële verplichtingen Het beleid en de financiële spelregels voor de tijdelijke budgetten staan in de Nota Uitvoering Begroting 2022. Zie ook onderdeel 3 Tijdelijke budgetten.

2.5 Gebeurtenis na balansdatum

Terug naar navigatie - 2. Balans en exploitatie - 2.5 Gebeurtenis na balansdatum

Niet van toepassing

2.6 WNT-verantwoording 2025 Provincie Fryslân

Terug naar navigatie - 2. Balans en exploitatie - 2.6 WNT-verantwoording 2025 Provincie Fryslân

De WNT is van toepassing op Provincie Fryslân. Het voor Provincie Fryslân toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 € 246.000,- het algemene bezoldigingsmaximum.

1. Bezoldiging topfunctionarissen in dienstbetrekking

bedragen x € 1
J.J. Algra
A.G. Rosier
Functiegegevens
Algemeen Directeur
Griffier
Aanvang en einde functievervulling in 2025
1-1-2025 t/m 31-12-2025
1-1-2025 t/m 31-12-2025
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1
1
Dienstbetrekking?
ja
ja
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
€ 178.483
€ 138.975
Beloningen betaalbaar op termijn
€ 23.291
€ 22.723
Subtotaal
€ 201.773
€ 161.698
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€ 246.000
€ 246.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
N.v.t.
Bezoldiging
€ 201.773
€ 161.698
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
N.v.t.
Gegevens 2024
bedragen x € 1
J.J. Algra
A.G. Rosier
Functiegegevens
Algemeen Directeur
Griffier
Aanvang en einde functievervulling in 2024
1-1-2024 t/m
1-1-2024 t/m
31-12-2024
31-12-2024
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1
1
Dienstbetrekking?
ja
ja
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
€ 173.978
€ 130.250
Beloningen betaalbaar op termijn
€ 23.292
€ 20.222
Subtotaal
€ 197.270
€ 150.472
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€ 233.000
€ 233.000
Bezoldiging
€ 197.270
€ 150.472

2. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

2.7 Begrotingsrechtmatigheid

Terug naar navigatie - 2. Balans en exploitatie - 2.7 Begrotingsrechtmatigheid

De begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. Dit wordt formeel als volgt omschreven:

“Financiële beheershandelingen, die ten grondslag liggen aan de baten en lasten (exploitatie), alsmede de balansposten (investeringen), dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en hiermee samenhangende programma’s (begrotingscriterium). In de begroting zijn de maxima voor de lasten en baten vermeld die door Provinciale Staten zijn vastgesteld. Dit houdt in dat de financiële beheershandelingen dienen te passen binnen de begroting, waarbij het juiste programma, de toereikendheid van het begrotingsbedrag alsmede het begrotingsjaar van belang zijn.”

Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) dienen de afwijkingen in de jaarrekening herkenbaar te worden opgenomen en van een toelichting te worden voorzien. Als blijkt dat de gerealiseerde lasten en baten op programmaniveau hoger of lager zijn dan geautoriseerd, kan er sprake zijn van begrotingsonrechtmatigheid. 

Over- en onderschrijdingen die gedurende het jaar bekend werden zijn in 2025 aan Provinciale Staten voorgelegd, bijvoorbeeld via de bestuursrapportage of het autorisatiemoment december. Nog niet geautoriseerde over- en onderschrijdingen worden in de jaarstukken toegelicht en worden door de vaststelling van de jaarrekening door Provinciale Staten alsnog geautoriseerd.

De verschillen tussen de geautoriseerde lasten en baten en de gerealiseerde lasten en baten worden hieronder per beleidsprogramma weergegeven. Vanaf 2023 rapporteren wij ook over begrotingsrechtmatigheid bij de onderhanden en nog op te starten investeringen. Dit  doen wij op het niveau waarop de Staten krediet beschikbaar hebben gesteld waarbij beoordeeld wordt of er op totaal project- of programmaniveau een over- of onderschrijding plaatsvindt.

Exploitatie
Lasten
Baten
programma (x € 1.000,-)
begroting na wijziging
rekening
afwijking
begroting na wijziging
rekening
afwijking
Rekening resultaat
1
Bestuur
26.459
24.892
1.566
1.813
1.856
43
1.594
2
Infrastructuur
136.478
126.290
10.188
17.573
12.577
-4.996
2.389
3
Omgeving
132.581
121.150
11.431
35.653
34.696
-957
878
4
Economie
42.327
34.838
7.489
17.657
13.394
-4.263
288
5
Mienskip
88.585
82.557
6.029
5.895
6.272
377
1.156
6
Bedrijfsvoering
102.389
95.871
6.517
1.784
2.356
572
6.572
7
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
2.049
4.245
-2.196
441.630
442.080
450
-47
Begrotingssaldo
48.764
48.764
48.764
579.631
489.844
89.787
522.006
513.230
-8.775
61.594

In 2025 is geen sprake van een begrotingsonrechtmatigheid die opgenomen moet worden in de rechtmatigheidsverantwoording. De over- en onderschrijdingen passen binnen het bestaande beleid en er is niet vastgesteld dat deze ten onrechte niet tijdig zijn gesignaleerd. 
De over- en onderschrijdingen bij tijdelijke budgetten en reserves worden conform het gestelde in de nota uitvoering begroting en de nota reserves en voorzieningen verrekend met het volgende jaar. De budgetten waar dat niet volgens het vastgestelde beleid mogelijk is leiden tot een rekeningresultaat welke nader uitgewerkt is in onderdeel 2.8 van de jaarrekening. Een nadere toelichting hierop is te vinden in de beleidsprogramma's. Deze verschillen leiden niet tot een begrotingsonrechtmatigheid omdat ze als acceptabel worden beschouwd. 
Bij de overlopende passiva (met name specifieke uitkeringen) worden op de exploitatie de werkelijke uitgaven verantwoord, hiertegenover staat de bijdrage van derden veelal van het Rijk. Verschillen ten opzichte van de begroting zijn dan ook bij lasten en baten budgettair neutraal.

Investeringen
Lasten
Baten
Programma (x € 1.000,-)
Totaal krediet
Bestedingen t/m 31-12-2025
Restant krediet
Totaal krediet
Ontvangen t/m 31-12-2025
Restant krediet
2
Afstandsbediening
24.061
17.747
6.314
6.249
5.425
824
Bedrijfsmiddelen wegen
142
142
0
0
0
0
Busremises
23.437
7.527
15.910
1.942
463
1.479
De Centrale As
406.055
402.055
4.000
246.190
244.517
1.673
Depotbeheer
1.192
43
1.149
21
21
0
Extra sneltrein Gron Lwd
40.530
38.430
2.100
40.530
38.430
2.100
Gladheidsbestrijding algemeen
345
345
0
0
0
0
Hoofdfietsroutes
5.698
388
5.310
822
822
0
Kleine Infrastructurele Projecten (KIP)
9.825
7.876
1.949
1.102
1.102
0
Meerjaren Programma Kunstwerken (MPK)
114.184
51.083
63.101
16.102
15.278
824
Meerjaren Programma Investeringen (MPI)
27.259
25.259
2.000
3.786
3.786
0
N31 Haak om Leeuwarden
167.487
162.587
4.900
150.016
150.016
0
N358 Skieding
19.315
16.390
2.925
9.256
8.207
1.049
N359 3 tunnels
13.324
13.324
0
1.700
1.700
0
N381
173.098
173.098
0
96.398
96.398
0
Oeverinvesteringen
31.100
4.646
26.454
5.790
1.270
4.520
OV duurzaam
5.601
5.601
0
32
32
0
RSP Joure
83.176
83.176
0
64.323
64.323
0
RSP startkrediet
11.133
10.133
1.000
3.743
3.743
0
Verlagend infrastructuur progr.1 (RYP1)
25.160
22.832
2.328
9.447
9.447
0
Verlagend infrastructuur progr.2 (RYP2)
16.784
5.078
11.706
4.795
1.842
2.953
Sluis/bruggen KWZ
99.300
12.300
87.000
96.500
0
96.500
Steunpunten
22.287
17.190
5.097
9.624
9.624
0
Vaarwegen Vaartuigen algemeen
357
357
0
0
0
0
Vervanging brug Burgum
23.180
23.180
0
23.180
23.180
0
Vervanging brug Skulenboarch en Kootstertille
1.342
1.342
0
1.342
1.342
0
VH-kanaal
26.692
2.135
24.557
102
0
102
4
Veenweide
46.682
24.837
21.845
46.521
24.256
22.265
6
Bedrijfsmiddelen ICT
2.441
2.441
0
0
0
0
Energie neutrale provincie
1.454
1.067
387
0
0
0
Huisvesting
305
305
0
0
0
0
Eindtotaal
1.422.946
1.132.914
290.032
839.515
705.224
134.291
In 2025 is geen sprake van een begrotingsonrechtmatigheid omdat er geen kostenoverschrijdingen zijn.

2.8 Toelichting rekeningresultaat

Terug naar navigatie - 2. Balans en exploitatie - 2.8 Toelichting rekeningresultaat
x € 1.000
Structurele budgetten
11.425
Tijdelijke budgetten
2.029
Reserves
-414
Voorzieningen
-210
Overlopende Passiva
0
Begrotingssaldo
48.764
Nog te bestemmen resultaat
61.594
1 Structurele budgetten
11.425
Programma
Beleidsveld
1
1.1
Fractieondersteuning
189
Statengriffie
147
1.2
Uitkeringen oud leden GS
179
Representatiekosten
60-
1.5
IPO doorgeschoven BTW
163
2
2.1
Data en monitoring
69
2.2
Lager afschrijvingslasten
264
2.3
Gladheidsbestrijding
1.013-
Lager afschrijvingslasten
490
Onderhoud vaarwegen
500
Verkoop woning
300
Incidentmanagement
361-
2.4
Concessies OV index
524
Busconcessie
1.500
Onvoorzien/additioneel vervoer/meerwerk
500
3
3.1
Weidevogels
101
Hogere legesinkomsten
136
4
4.1
Ruimtelijke ordening en wonen
67
4.2
Regionaal waterprogramma
182
Bodembudget
60
4.3
FUMO
100-
Lagere legesinkomsten
62-
5
5.1
agenda economie
101
5.2
Marrekrite
309
Slimme groei
85
5.3
Taal en onderwijs
111
Archeologie FAMKE
156
6
6.1
Salarissen en inhuur
812
Dekking formatie
1.102
Bijdrage van derden
748
Organisatiebreed budget
493
6.2
Lagere afschrijvingslasten
2.493
Automatiseringskosten
761
Huisvestingskosten
251
7
7.2
Lagere opbrengst motorrijtuigenbelasting
546-
7.4
Hogere rentebaten
838
Rentetoerekening vaste activa
610-
7.7
Lagere vaststelling subsidies
236
Overige verschillen < 50.000
309
2 Tijdelijke budgetten
2.029
Dit bedrag bestaat uit vrijval van tijdelijke budgetten. Dit als gevolg van eindige projecten en opdrachten. Het betreft hier onder andere:
1
1.2
Keningsdei Dokkum
1.000
*
2
2.4
OV buurtbussen en wijkauto's
100
3
3.1
Invasieve exoten bestrijding
56
3.2
Fryske Gruntafel
119
5
5.1
Retailagenda
83
Stageinfra MKB onderwijs
50
Stimulering events missies beurzen
56
Wateractieplan
150-
5.4
Iepen Mienskip Fûns
97
Tsjukemar en Nannewiid
130
**
Overige verschillen < 50.000
488
3 Reserves
-414
6
6.1
Spaarverlof
414-
Overige verschillen < € 50.000
0-
4 Voorzieningen
-210
6
6.1
Regeling vervroegd uitreden (RVU)
202-
Overige verschillen < 50.000
7-
Begrotingssaldo
48.764
Voor deze posten wordt voorgesteld om de vrijval (deels) via de resultaatbestemming opnieuw beschikbaar te stellen. Het betreft de volgende twee voorstellen:
*
Keningsdei
1.000
**
Tsjukemar en Nannewiid
130
Een nadere toelichting op de oorzaak van de verschillen is opgenomen bij de beleidsprogramma's in de jaarstukken 2025

2.9 Berekening benutting drempelbedrag SKB

Terug naar navigatie - 2. Balans en exploitatie - 2.9 Berekening benutting drempelbedrag SKB
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1.000,-)
Verslagjaar
2025
(1)
Drempelbedrag
10.097.122
10.097.122
10.097.122
10.097.122
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
(2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
1.327.671
1.028.321
700.091
1.011.042
(3a) = (1) > (2)
Ruimte onder het drempelbedrag
8.769.451
9.068.801
9.397.031
9.086.080
(3b) = (2) > (1)
Overschrijding van het drempelbedrag
-
-
-
-
(1) Berekening drempelbedrag
Verslagjaar
2025
(4a)
Begrotingstotaal verslagjaar
548.561
(4b)
Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen
500.000
(4c)
Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
48.561
(4d)
Drempelbedrag: (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van € 1.000.000
10.097
10.097
10.097
10.097
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
(5a)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)
119.490
93.577
64.408
93.016
(5b)
Dagen in het kwartaal
90
91
92
92
(2) - (5a) / (5b)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
1.328
1.028
700
1.011

Het drempelbedrag is het bedrag aan liquide middelen dat (gemiddeld) per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. De hoogte van het drempelbedrag hangt af van de omvang van de begroting. 

Indien het begrotingstotaal hoger is dan € 500 miljoen is de drempel gelijk aan € 10 miljoen plus 0,2% van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. De drempel is nooit lager dan € 1 miljoen.

Per kwartaal mag het gemiddelde van de (liquide) middelen die de decentrale overheid dagelijks buiten de schatkist laat niet boven het drempelbedrag uitkomen. Provincie Fryslân is in 2025 ruimschoots onder het drempelbedrag gebleven. De liquide middelen die buiten de schatkist zijn aangehouden, zijn gebruikt voor het betalingsverkeer.

2.10 Rechtmatigheidsverantwoording

Terug naar navigatie - 2. Balans en exploitatie - 2.10 Rechtmatigheidsverantwoording

Verantwoordelijkheid college van Gedeputeerde Staten

De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het college van Gedeputeerde Staten toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de Provinciale Staten vastgestelde kaders zoals de begroting en provinciale verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door de staten op 26 november 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht.

Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door de Provinciale Staten bepaald en bedraagt 2% van de werkelijke lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 9.790.000. Dit betekent dat alleen die afwijkingen vermeld worden waarbij het grensbedrag wordt overschreden. Conform het besluit van Provinciale Staten van 26 november 2025 worden alle afwijkingen die groter zijn dan afgerond € 489.500 in de paragraaf Bedrijfsvoering toegelicht. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025.

Bevinding
Het college stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 1.373.000 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 9.790.000. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het college overigens een bedrag van € 0 acceptabel op basis van door provinciale staten vastgestelde afspraken. Over het jaar 2025 zijn geen onduidelijkheden vastgesteld.

De geconstateerde afwijkingen betreffen:

Geldoverdrachten   Fouten 522.000
Begrotingssubsidies  Fouten 163.000
  Onduidelijkheden 688.000
  Totaal 1.373.000

Het vastgestelde beleid betreft de Financiële verordening Provincie Fryslân 2022 (gewijzigd op 18 december 2024), Controleverordening Provincie Fryslân 2023 (gewijzigd op 25 december 2025) en de onderliggende beleidsnota's welke op 15 december 2021 door Provinciale Staten zijn vastgesteld. Hieronder zijn met name de nota Uitvoering begroting, de nota Reserves, voorzieningen en overlopende passiva en de nota Waarderen, activeren en afschrijven van belang.

In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met Provinciale Staten aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid en zijn de afwijkingen omtrent het voorwaardencriterium opgenomen boven de rapporteringsgrens van € 489.500. In deze paragraaf heeft het college ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.