Paragraaf 2. Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen is een maatstaf om te beoordelen of de provincie in staat is om nadelige gevolgen van risico’s op te vangen. Dit zonder dat daarbij de continuïteit van de uitvoering van taken in gevaar komt of de provincie het beleid moet wijzigen.

In de nota Nota Weerstandsvermogen is het beleid rond weerstandsvermogen geformuleerd. De nota geeft de methodiek en berekeningswijze van de afzonderlijke delen van het weerstands­vermogen aan, evenals de norm voor het gewenste niveau van het weerstandsvermogen.

In deze paragraaf komen de benodigde en de beschikbare weerstandscapaciteit aan de orde. Hieruit volgt het weerstandsvermogen van onze provincie. Daarna worden de risico’s behandeld. Tot slot is de verplichte set van vijf financiële kengetallen opgenomen.

Het weerstandsvermogen is afhankelijk van de benodigde en de beschikbare weerstandscapaciteit. In onderstaand schema is dit schematisch weergegeven.

Het weerstandvermogen volgt uit de benodigde en de beschikbare weerstandscapaciteit.

 

 

 

 

 

 

In het vervolg van deze paragraaf is de nadere toelichting en onderbouwing van de bedragen opgenomen.

1 – Beschikbare weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf 2. Weerstandsvermogen - 1 – Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit is de optelsom van alle elementen uit de provinciale financiële huishouding die we daadwerkelijk kunnen inzetten om onvoorziene, niet begrote kosten te dekken. Deze elementen behoren alleen tot de weerstandscapaciteit als hierdoor de continuïteit van het bestaande beleid niet wordt aangetast. Bovendien mag er niet al een bestemming aan gegeven zijn.

De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit:

  • reserves waar geen claim op rust. Dit zijn de reserves ná verwerking van vastgestelde beleidsverplichtingen, uitgesplitst in algemene en bestemmingsreserves;
  • stille reserves. Vanwege de aard van deze reserves worden ze bij voorbaat niet gekwantificeerd, maar als p.m.-post opgenomen;
  • onbenutte belastingcapaciteit. Deze kent een structureel karakter in de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit.

Hieronder is de beschikbare weerstandscapaciteit ten opzichte van weerstandscapaciteit zoals berekend in de begroting 2026 weergegeven.

Beschikbare weerstandscapaciteit

Type beschikbare weerstandscapaciteit
1-1-2026
31-12-2025
Bedragen x € 1.000
(begroting 2026)
(jaarrekening 2025)
Reserves:
Basisreserve
10.000
10.000
Vrij Aanwendbare Reserve (VAR)
217.300
270.400
Bestemmingsreserves
203.500
201.300
Stille reserves
0
0
Onbenutte belastingcapaciteit
43.200
45.900
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
474.000
527.600
Waarvan:
Structureel
43.200
45.900
Incidenteel
430.800
481.700

De reserves van de provincie Fryslân bedragen op kasbasis eind 2025 € 894,7 mln. (excl. rekeningresultaat 2025). Er rusten op deze reserves echter vastgestelde beleidsverplichtingen: verplichtingen die zijn vastgesteld door Provinciale Staten via begrotingen en begrotingswijzigingen. Voor de bepaling of de reserves in aanmerking komen voor de beschikbare weerstandscapaciteit moeten deze verplichtingen in mindering worden gebracht op de stand van de reserve. Hieronder wordt de stand van de reserves eind 2025 aangegeven zowel op kasbasis als op transactiebasis. 

Reserves:
Saldo op kasbasis
Saldo op transactiebasis
Bedragen x € 1.000
Eind 2025
Algemene reserve
Basisreserve
10.000
10.000
Vrij aanwendbare reserve
231.046
270.400
Subtotaal algemene reserve
241.046
280.400
Bestemmingsreserves
Fractieondersteuning
345
0
De Nieuwe Afsluitdijk
21.089
0
Investering eigendom derden
34.103
0
Groot onderhoud Wegen
16.324
0
Groot onderhoud Water
25.972
0
Oeverbeheer
1.501
0
Natuurpact 2014
22.714
0
Aankoop natuurterreinen (fase 1)
2.315
0
Breed cofinancieringsbudget
21.362
0
Reserves Windpark Fryslan
7.594
0
Groot onderhoud Gebouwen
1.043
0
Indirecte uitvoeringskosten NPLG
5.388
0
Generatiepact
154
0
Spaarverlof
2.048
0
Jaarovergang structurele budgetten
365
0
Rente kapitaalverstrekking Alliander
6.517
6.500
Afwaardering aandelenkapitaal windpark Fryslân
4.000
0
Risicoreserve lening herstelplan Thialf
927
0
Risicoreserve strategische grondvoorraad
664
0
Weerstandsbuffer
100.000
100.000
Risicoreserve revolverende middelen
94.792
94.800
Tijdelijke budgetten categorie A
42.355
0
Tijdelijke budgetten categorie B
42.296
0
Dekkingsreserve kapitaallasten
175.670
0
Beklemde reserves verstrekte subsidies
24.166
0
Subtotaal bestemmingsreserves
653.704
201.300
Totaal
894.750
481.700

Toelichting
Algemene reserve
De algemene reserve is opgebouwd van uit een basisreserve van € 10 mln. en de vrij aanwendbare reserve.
De stand van de vrij aanwendbare reserve is conform het financieel kader opgenomen, stand einde bestuursperiode (2027). Hierbij is rekening gehouden met zowel het rekeningsaldo 2025, het begrotingssaldo 2026/2027 en een minimale stand van de VAR van € 10 mln.  Zie bijlage 1.

Bestemmingsreserves
Afgezien van de risicoreserves zijn alle bestemmingsreserves belegd. Alleen als door Provinciale Staten de bestemming eraf gehaald wordt, kunnen deze ingezet worden wanneer de beschikbare weerstandscapaciteit te weinig zou zijn om onze risico's op te vangen. Daarmee resteren alleen de volgende reserves als beschikbare weerstandscapaciteit:

  • De Staten hebben middels een motie besloten tot het reserveren van de rente op de kapitaalverstrekking Alliander ter dekking van mogelijk lager dividend in de toekomst. Een deel van deze reserve wordt meegenomen in de stresstest als dekking voor een lager verwacht rendement in 2025 (€ 7,5 mln.). Op transactiebasis resteert eind 2027 nog een bedrag van € 2,1 mln. dat kan worden ingezet als weerstandscapaciteit.
  • De weerstandsbuffer is bedoeld voor het opvangen van het risico zoals berekend in de stresstest.
  • De risicobuffer is bedoeld voor het opvangen van het risico van de uitgezette en nog uit te zetten revolverende middelen. Het saldo op transactiebasis is gebaseerd op het saldo per 30-6-2024 (conform paragraaf 4 financiering en beleggingen).

Stille reserves
Stille reserves zijn de meeropbrengsten van direct verkoopbare activa, waarvan de verkoopwaarde hoger is dan de boekwaarde. Bij de provincie Fryslân gaat het om stille reserves op de dienstwoningen, gronden en deelnemingen. Naast enkele kleine deelnemingen zijn het aandeelhouderschap van Alliander, Windpark Fryslân, en Vitens onze grootste deelnemingen.

Stille reserves maken slechts deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit als het betreffende activum op korte termijn (binnen één jaar) verkoopbaar is én verkoop de taakuitoefening van de provincie niet aantast.

De stille reserves worden bij voorbaat niet gekwantificeerd. Mocht de beschikbare weerstandscapaciteit niet toereikend zijn om de risico’s op te vangen, dan worden de stille reserves wél betrokken om de afweging te maken of de beschikbare weerstandscapaciteit moet worden aangevuld

Onbenutte belastingcapaciteit
Jaarlijks stelt het rijk het maximaal toegestane niveau van de opcenten op de motorrijtuigenbelasting vast. Dit wettelijke maximum gaat in op 1 januari van het volgende belastingjaar. Het verschil tussen het maximaal mogelijke tarief en het feitelijk door de provincie gehanteerde tarief voor de opcenten, bepaalt de vrije of onbenutte belastingcapaciteit. Zie paragraaf 1 Provinciale heffingen.
De onbenutte belastingcapaciteit is structureel omdat deze potentiële opbrengst zich in beginsel elk jaar voordoet. Dit in tegenstelling tot een reserve die na aanwending is verdwenen.

2 – Benodigde weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf 2. Weerstandsvermogen - 2 – Benodigde weerstandscapaciteit

De benodigde weerstandscapaciteit is de optelsom van alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Het gaat hierbij om risico’s die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie. Een risico heeft voor de provincie een materiële betekenis als die meer bedraagt dan € 50.000,-. Dit lijkt een laag bedrag, maar moet gezien worden als een grens om een risico te identificeren.

Nettorisico
De risico’s die relevant zijn voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit kunnen niet op een andere manier worden ondervangen. De reguliere risico’s die zich regelmatig voordoen en die meestal vrij goed meetbaar zijn, behoren hier niet toe. Voor deze risico’s kan de provincie verzekeringen afsluiten of voorzieningen vormen. Ook kunnen risico’s worden beperkt met beheersmaatregelen, zoals budgetafspraken en versobering of temporisering van investeringsprojecten bij stijgende prijzen. Voor de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit is dan ook het nettorisico van toepassing. Dit zijn de risico’s na aftrek van voorzieningen, beheersmaatregelen, enz.


Deze risico’s worden zo goed mogelijk benaderd op basis van schattingen. Zie hiervoor onderdeel 5 van deze paragraaf. Omdat risico’s per definitie niet zijn te kwantificeren, gaat het om grove schattingen.

Bij het ‘kwantificeren’ wordt onderscheid gemaakt tussen risico’s met een­malige gevolgen en risico’s met structurele gevolgen. Voor de bepaling van de verwachte impact van een risico met een structureel gevolg, wordt een tijdsperspectief aange­houden van twee jaar. Dit risico wordt vermenigvuldigd met de factor twee. Binnen een reactietijd van twee jaar moet het risico geminimaliseerd kunnen worden door het bijsturen of aanpassen van het beleid. Of het risico wordt opgevangen binnen de (reguliere) exploitatie.

De verwachte impact van de incidentele en structurele risico’s wordt berekend door het nettorisico te vermenigvuldigen met de kans dat het risico zich voordoet. Deze kans is een grove schatting.

Stresstest
Jaarlijks voeren we een ‘stresstest’ bij de kadernota of begroting uit. Deze stresstest geeft een inzicht in de verwachte gevolgen van exogene risico’s op de financiële positie van de provincie. Exogene risico’s zijn variabelen die van grote invloed kunnen zijn op de financiële positie van de provincie, maar niet in eerste instantie door de provincie zelf te beïnvloeden zijn.


Voor de exogene risico’s worden drie scenario’s in beeld gebracht. Ten opzicht van het  gekozen (reële) scenario bij het opstellen van de begroting wordt daarnaast een somber en een midden scenario uitgewerkt. Het resultaat van het sombere scenario, waarin de exogene variabelen zich negatief ontwikkelen, wordt meegenomen in de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit.

Benodigde weerstandscapaciteit
In onderdeel 5 worden de onderstaande risico's nader toegelicht.

Pogramma
Omschrijving risico's
Nettorisico (afgerond)
Kans - %
Incidenteel (afgerond)
Bedragen x € 1.000
Bedragen x € 1.000
3
Negatieve waarde afvalbedrijven
15.100
8%
1.200
3
Respressieve handhaving
5.000
2%
100
3
Onvoldoende overheidstoezicht
35.000
4%
1.400
3
Vergunningverlening en toezicht
35.000
0%
0
7
Verstrekte leningen, borgstellingen en deelnemingen*)
8.000
1%
100
7
Revolverende middelen uitgezet
264.000
37%
96.400
Div.
Europese programma's
3.200
50%
1.600
Div.
Verbonden partijen
158.400
0%
100
Div.
Juridische procedures
4.890
15%
800
Div.
Informatiebeveiliging en privacy (boete)
20.000
5%
1.000
Div.
Informatiebeveiliging en privacy (schade)
9.000
13%
1.100
Subtotaal risico's (afgerond)
557.590
103.800
Stresstest begroting 2026
67.300
Benodigde weerstandscapaciteit (afgerond)
171.100
*) niet opgenomen bij verbonden partijen

3 – Weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Paragraaf 2. Weerstandsvermogen - 3 – Weerstandsvermogen

De benodigde weerstandscapaciteit is iets verhoogd ten opzichte van de begroting 2026 in verband met een lagere stand van de risicoreserve door afwaarderingen van uitgezette middelen. Daarnaast een hogere risico inschatting van uitgezette middelen.

De beschikbare weerstandscapaciteit is hoger door een toename van de VAR (Vrij Aanwendbare Reserve) in verband met het hogere rekeningsaldo 2025. 

Hierdoor is de weerstandsratio *) toegenomen van 2,6 naar 2,8. Hiermee is de weerstandsratio op het bij het bestuursakkoord afgesproken niveau van ruim voldoende.

*) bij het weerstandsvermogen wordt gekeken naar de ratio excl. de onbenutte belastingcapaciteit. Er wordt namelijk vanuit gegaan dat PS er niet voor kiest om de opcenten de komende jaren met meer dan de indexering te verhogen.

Weerstandsvermogen
Bedragen x € 1.000
Begroting 2026
Jaarstukken 2025
Benodigde weerstandscapaciteit (A)
168.800
171.100
Beschikbare weerstandscapaciteit (B)
474.000
527.600
Weerstandsvermogen B/A (ratio)
2,8
3,1
Weerstandsvermogen B - A
305.200
356.500
Weerstandsvermogen exclusief onbenutte belastingcapaciteit (C)
430.800
481.700
Weerstandsvermogen C/A (ratio)
2,6
2,8
Weerstandsvermogen C - A
262.000
310.600

4 – Mutaties risico’s

Terug naar navigatie - Paragraaf 2. Weerstandsvermogen - 4 – Mutaties risico’s

Inhoudelijk zijn de risico’s conform de weerstandsparagraaf in de begroting 2026. Wel is de inschatting van de omvang en kans voor een aantal risico’s aangepast waardoor sprake is van een toename van de benodigde weerstandscapaciteit, van €  169 mln. (begroting 2026) naar € 171 mln. (jaarstukken 2025).  De toename is veroorzaakt door de risico's die samenhangen met de revolverende middelen.

Een deel van de uitgezette middelen aan  NOM en FOM zijn afgewaardeerd  ten laste van de risicobuffer en daar is een voorziening voor getroffen. Voor dit deel (totaal € 2  mln.) is een reservering via de risicobuffer niet meer nodig.  

5 – De risico’s

Terug naar navigatie - Paragraaf 2. Weerstandsvermogen - 5 – De risico’s

In de onderstaande tabel staat een toelichting op de risico’s.

Omschrijving
Programma
Bedrag en kanspercentage
Negatieve waarden afvalbedrijven
Omgeving
Max € 14,4 mln. Kans: 5,1%
De provincie verleent omgevingsvergunningen, voor bedrijven waarvoor GS het bevoegd gezag is, aan onder andere bedrijven die afval bewerken, verwerken en/of opslaan. Voor het bepalen van het actuele risico is over 2024 per afvalverwerker de kans waarop het netto risico zich voordoet bepaald. Het risicobedrag op basis van dit onderzoek bedraagt € 1,2 mln. (voor 50 bedrijven). Dit onderzoek zal elke drie jaar worden uitgevoerd. Het risicopercentage is gebaseerd op een combinatie van een inschatting van de financiële impact van de negatieve waarde van het afval en een inschatting van de financiële positie waarin een bedrijf verkeert a.h.v. financiële jaarverslagen. Het netto risico omvat de kosten voor het verwerken van het resterende afval door de provincie als de afvalverwerker wegens faillissement en/of calamiteiten niet meer kan voldoen aan de in de vergunning gestelde voorwaarden. In deze berekening staat het netto risico gelijk aan de gemiddelde marktwaarde van de negatieve afvalwaarde. Onder de Omgevingswet kan de provincie voor majeure risico bedrijven en de afvalbedrijven in een omgevingsvergunning voorschriften opnemen die de vergunninghouder verplichten tot financiële zekerheidstelling. Voor de risicobedrijven geldt een algehele verplichting (MOET-bepaling) en voor afvalbedrijven een bevoegdheid om FiZe te eisen (KAN-bepaling). De Omgevingswet is per 1-1-2024 van kracht. Er wordt gestart met een FiZe pilotperiode 2024-2025 door de ODG voor Noord-Nederland. Het aanpassen van de bestaande vergunningen zal dan nog ruim 4 à 5 jaren in beslag nemen.
Repressieve handhaving
Omgeving
Min. € 10.000,- Max. € 10 mln. Kans: 2%
Op grond van een aantal milieuwetten is de provincie verantwoordelijk voor handhaving bij bepaalde categorieën van inrichtingen. Bij deze handhaving is incidenteel bestuursdwang nodig zonder dat financiële verrekening is verzekerd. Vanaf 1-1-2024 is de Omgevingswet van kracht.
Vergunningverlening & toezicht
Omgeving
Min. € 10.000,- Max. € 70 mln. Kans: 4%
Bij vergunningverlening bestaan er risico’s dat er onterecht (dan wel onvolledig, niet doelmatig of niet tijdig) vergunningen en dergelijke worden verleend, gewijzigd of geweigerd. Daarnaast kunnen er financiële gevolgen voor bedrijven of derden ontstaan als gevolg van termijnoverschrijdingen bij het aanvragen van vergunningen waar de provincie aansprakelijk voor kan worden gesteld. Ook kan gedacht worden aan financiële gevolgen van het niet correct tot stand komen van een handhavingsbesluit of rechtsongelijkheid bij toezicht. Hoewel bedrijven en saneerders zelf verantwoordelijk zijn en blijven voor het voldoen aan de betreffende milieuregelgeving, kan de provincie te maken krijgen met claims vanwege uitgesteld of onvoldoende toezicht. Uit jurisprudentie blijkt dat de overheid onder omstandigheden aansprakelijk kan zijn indien er onvoldoende toezicht is gehouden op naleving van regelgeving. Vanaf 1-1-2024 is de Omgevingswet van kracht.
Verstrekte leningen, borgstellingen en deelnemingen
Algemene dekkingsmiddelen
Max. € 8,0 mln. Kans: 1%
Wanneer de begunstigde van een borgstelling of de ontvanger van een verstrekte geldlening niet aan zijn verplichtingen voldoet, komen de eventuele lasten voor de provincie. De deelnemingen en verstrekte geldleningen zijn van dien aard dat het risico gering is. Voor die enkele keer dat de provincie naar eigen inschatting wel enig risico loopt, is een voorziening getroffen. De risico’s van de huidige gewaarborgde geldleningen zijn gering. Indien de provincie naar eigen inschatting wel een verhoogd risico loopt, wordt een voorziening getroffen. Eind 2025 staat de provincie borg voor € 8,0 mln.
Revolverende middelen uitgezet
Algemene dekkingsmiddelen
€ 264,0 mln. Kans 37%
In paragraaf 4 Financieringen is opgenomen welke revolverende middelen zijn uitgezet door de provincie. Eind 2025 bedraagt het bedrag waarover de provincie risico loopt € 264 mln.
Europese programma’s
Verschillende programma’s
p.m. € 3,2 mln. Kans 50%
Overcommittering EFRO/EZ, Interreg en POP3/GLB. Het is een bekend verschijnsel dat de bedragen uit een subsidieaanvraag van een project hoger zijn dan de bedragen uit het afrekeningsverzoek. Dit leidt dan tot vrijval van cofinancieringsmiddelen. Om te voorkomen dat Europese middelen terugvloeien, wordt zowel door het SNN als door de provincie tot overcommittering van de beschikbare middelen overgegaan. In de loop der jaren zijn ervaringscijfers beschikbaar gekomen (10 tot 15% vrijval). De provincie blijft met de gepleegde overcommittering van 10% beneden dat percentage. De vrijval die ontstaat bij de eindafrekening van de projecten, wordt aangewend ter dekking van de overcommitteringsruimte. Bij de afrekening van projecten/programma's vallende onder Europese programma's is er het risico dat niet alle kosten als subsidiabel worden aangemerkt. In dat geval blijven de gemaakte kosten voor rekening van de provincie.
Verbonden partijen
Verschillende programma’s
€ 158,4 mln. Kans: 0%
In paragraaf 5 Verbonden partijen is aangegeven welk risico de provincie loopt. Per 31 december 2025 is het bedrag waarover provincie Fryslân heeft uitstaan in de vorm van langlopende leningen of een mogelijk risico loopt vastgesteld op € 158,4 mln..
Juridische procedures
Verschillende programma’s
€ 4,9 mln. Kans: 15%
Hieronder vallen de nog lopende juridische procedures van derden tegen de provincie. Gelet op de onderliggende risico’s komt het risicopercentage uit op gemiddeld 15%.
Informatieveiligheid en privacy
Verschillende programma’s
Max. (boete) € 20 mln. Kans: 1% Max. (schade) € 8 mln. Kans: 12%
De algemene verordening gegevensbescherming (AVG) vraagt van organisaties dat zij zorgvuldig omgaan met de verwerking van persoonsgegevens. In deze verordening staat dat de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) bevoegd is om sancties op te leggen als een organisatie de privacywetgeving overtreedt. De belangrijkste sancties zijn de boete, de last onder dwangsom, het verwerkingsverbod, de berisping en de waarschuwing. Overtreedt een organisatie de beginselen of grondslagen vande AVG of de privacyrechten van betrokkenen, dan is een boete maximaal 20 miljoen euro. Komt een organisatie de onder de AVG bepaalde verplichtingen niet na (o.a. verwerkingsregister) dan kan de AP een boete opleggen van maximaal 10 miljoen euro. Het risico bestaat dat door het onzorgvuldig omgaan met persoonsgegevens of het niet tijdig melden van datalekken de provincie (een) boete(s) kan krijgen van de AP. Wij trachten dit risico te beheersen door gebruik te maken van een continue proces van verbetering rondom informatieveiligheid en privacy waardoor nieuwe risico’s tijdig kunnen worden gesignaleerd en aanvullende beheersmaatregelen kunnen worden getroffen. Onze samenleving is sterk gedigitaliseerd. Er bestaan amper nog processen zonder digitale ondersteuning. Overheid en burgers maken allemaal veelvuldig gebruik van digitale processen en kunnen niet zonder. De bescherming van deze processen en informatie gaat is breder dan alleen persoonsgegevens en ook de kans op schade kan zich op andere vlakken manifesteren, zeker in de huidige (geo)politieke situatie. Mogelijke risico: de provincie wordt slachtoffer van een hack waardoor informatie wordt vernietigd of ontoegankelijk wordt gemaakt. De processen kunnen hierdoor geen doorgang hebben en er is sprake van significante herstelkosten. De kosten van een hack waarbij criminelen binnendringen in de fysieke infrastructuur van de provincie, met mogelijk fysieke schade en imago schade, wordt geraamd op € 100.000,- tot € 9 mln.

6 – Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Paragraaf 2. Weerstandsvermogen - 6 – Financiële kengetallen

Met ingang van de begroting 2016 is in de BBV voorgeschreven dat in deze paragraaf een set van vijf verplichte financiële kengetallen opgenomen moet worden voorzien van een toelichting. Voor statenleden is het van belang dat ze de betekenis van de kengetallen begrijpen en inzicht krijgen in de financiële positie van hun provincie. Een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie is daarvoor essentieel. Daarbij is het ook relevant om inzicht te hebben in de ontwikkeling van de kengetallen over de jaren heen. 

1A. Netto schuldquote 
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de provincie ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

Ultimo jaar - Bedragen x € 1.000
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Jaarrekening 2025
A
Vaste schulden
50.755
42.310
42.310
B
Netto vlottende schuld
117.724
117.724
107.517
C
Overlopende passiva
266.791
266.116
311.658
D
Financiële activa
0
0
0
E
Uitzettingen < 1 jaar
428.374
313.952
494.089
F
Liquide middelen
603
0
3.035
G
Overlopende activa
47.645
6.000
34.365
H
Totale baten  (excl. mutaties reserves)
525.867
529.064
513.231
Netto schuldquote  (A+B+C-D-E-F-G)/Hx100%
-8%
20%
-14%

Toelichting
Bij een negatieve schuldquote is er geen sprake van een schuldenlast, maar een overschot aan middelen. Er wordt, anders dan hierboven weergegeven, verwacht dat de schuldquote langer negatief zal blijven en er dus langer een overschot aan middelen zal zijn, omdat een deel van de uitgaven later in de tijd of maar ten dele zullen plaatsvinden. Bij een positieve schuldquote is er wel sprake van een schuldenlast.

1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 
Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak wordt de netto schuldquote ook inclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op die manier wordt in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen (vanuit de publieke taak) is en wat dit betekent voor de schuldquote. 

Ultimo jaar - Bedragen x € 1.000
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Jaarrekening 2025
A
Vaste schulden
50.755
42.310
42.310
B
Netto vlottende schuld
117.724
117.724
107.517
C
Overlopende passiva
266.791
266.116
311.658
D
Financiële activa (incl. verstrekte leningen)
340.908
334.345
328.780
E
Uitzettingen < 1 jaar
428.374
313.952
494.089
F
Liquide middelen
603
0
3.035
G
Overlopende activa
47.645
6.000
34.365
H
Totale baten  (excl. mutaties reserves)
525.867
529.064
513.231
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (A+B+C-D-E-F-G)/Hx100%
-73%
-43%
-78%

Toelichting
Bij een negatieve schuldquote is er geen sprake van een schuldenlast, maar een overschot aan middelen. Bij een positieve schuldquote is er wel sprake van een schuldenlast.

2. De solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de provincie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. 

Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een provincie bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat van baten en lasten.  

Ultimo jaar - Bedragen x € 1.000
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Jaarrekening 2025
A
Eigen vermogen
932.950
858.247
956.344
B
Balanstotaal
1.377.449
1.293.861
1.428.229
Solvabiliteit (A/B) x 100%
68%
66%
67%

Toelichting
Door de grote reserves van de provincie is de solvabiliteit hoog. Door de inzet van een deel van de reserves daalt het eigen vermogen van de provincie de komende jaren.

Bij het eigen vermogen is al rekening gehouden met het rekeningresultaat 2025.

3. Kengetal grondexploitatie 
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van decentrale overheden. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. 

Ultimo jaar - Bedragen x € 1.000
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Jaarrekening 2025
A
Bouwgronden in exploitatie
2.061
0
1.818
B
Totale baten  (excl. mutatie reserves)
525.867
529.064
513.231
Grondexploitatie (A/B) x 100%
0%
0%
0%

Toelichting
De gronden van de provincie betreffen met name de natuurgronden en de gronden voor infrastructuur. Daarnaast is er in beperkte mate sprake van een strategische grondvoorraad. De natuurgronden worden ingericht als natuur of worden verkocht wanneer ze niet passen in de EHS. Met de opbrengst daarvan moet andere gronden die wel binnen de EHS passen aangekocht worden (de zogenaamde grond voor grond constructie). Bij de infraprojecten worden de gronden die niet noodzakelijk zijn voor de aanleg van de weg weer verkocht. 

4. Structurele exploitatieruimte 
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. 

Ultimo jaar - Bedragen x € 1.000
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Jaarrekening 2025
A
Totale structurele lasten
319.605
356.852
340.352
B
Totale structurele baten
413.460
399.632
415.746
C
Totale structurele toevoegingen aan de reserves
0
1.342
0
D
Totale structurele onttrekkingen aan de reserves
0
21.406
5.000
E
Totale baten
525.867
529.064
513.231
Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E x 100%
18%
12%
16%

Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. 

5. Belastingcapaciteit: Opcenten 
Een provincie heeft de mogelijkheid om het aantal opcenten te verhogen tot de maximaal te heffen opcenten zoals dat door het Rijk wordt bepaald. Geen van de provincies maakt gebruik van dit maximale tarief. De ruimte die provincies hebben, wordt vaak gerelateerd aan de tarieven, die andere provincies hanteren. 

Ultimo jaar
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Jaarrekening 2025
A
Aantal opcenten motorrijtuigenbelasting
89,6
92,1
92,1
B
Landelijk gemiddelde aantal opcenten
87,4
88,8
88,8
Aantal opcenten tov. Landelijk gemiddelde in jaar ervoor   (A/B) x 100%
102,5%
103,7%
103,7%

Toelichting
De opcenten zijn voor provincies de belangrijkste eigen belastinginkomsten. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven.