Paragraaf 4. Financiering en beleggingen
Deze paragraaf gaat over het beheer van de financiële middelen (treasury), de revolverende middelen en de risicobuffer ter dekking van de risico’s revolverende middelen. De kaders voor het op een verantwoorde manier beheren van de financiële middelen zijn vastgelegd in het Treasury Statuut en de Wet Financiering decentrale overheden (Fido). Het Treasury Statuut bevat de kaders en richtlijnen voor risicobeheer, financiering, werkkapitaalbeheer, rapportage en verantwoording, bevoegdheden en controles.
1 - Ontwikkeling financieringssaldo
Terug naar navigatie - Paragraaf 4. Financiering en beleggingen - 1 - Ontwikkeling financieringssaldoHet saldo van de liquide middelen is in 2025 gestegen met € 45,6 mln. en bedraagt per einde van het jaar € 413,4 mln. positief. Er was een daling van de liquide middelen verwacht, maar er is minder uitgegeven dan gepland en er zijn uitkeringen van het Rijk ontvangen die pas de komende jaren worden uitgegeven. De liquide middelen van de provincie worden nagenoeg geheel aangehouden bij de schatkist. Een beperkt saldo staat op de rekening courant bij de Rabobank, van waaruit de provincie haar betalingsverkeer doet.
Het financieringssaldo (EMU-saldo) voor 2025 is € 20,3 mln. positief, wat betekent dat er in het jaar meer is ontvangen dan er is uitgegeven. Het EMU-saldo wijkt af van de mutatie van de liquide middelen omdat het EMU-saldo op een andere manier wordt berekend, zie ook bijlage 3 EMU-saldo.
2 - Financiering en beleggingen
Terug naar navigatie - Paragraaf 4. Financiering en beleggingen - 2 - Financiering en beleggingenDe overtollige middelen van provincie Fryslân worden belegd of ondergebracht bij de schatkist. De provincie heeft beleggingen in de vorm van leningen aan decentrale overheden en Hybride kapitaal verstrekt aan de Nederlandse Waterschapsbank. De gelden die zijn ondergebracht bij de schatkist staan op de rekening courant van de provincie.
Lenen aan decentrale overheden
In 2016 hebben Provinciale Staten besloten om leningen te gaan verstrekken aan decentrale overheden. Het verstrekken van leningen aan decentrale overheden is een alternatief voor het schatkistbankieren, maar door de hoge kortlopende rente en de lage langlopende rente zijn er de afgelopen jaren geen nieuwe leningen verstrekt. Het saldo van het verstrekte leningen aan decentrale overheden bedraagt eind 2025: € 1 mln.
Hybride kapitaal
Provincie Fryslân heeft € 50 mln. Hybride kapitaal verstrekt aan de Nederlandsche Waterschapsbank (NWB). Hybride kapitaal is een achtergestelde lening die voor de bank meetelt tot het eigen vermogen. Provincie Fryslân is medeaandeelhouder van de NWB en de kapitaalverstrekking vindt plaats vanuit de publieke taak. Door het Hybride kapitaal kan de bank de functie van kapitaalverstrekker aan decentrale overheden en semipublieke instellingen blijven uitoefenen. In 2025 heeft de NWB, conform de voorwaarden, besloten de lening langer aan te willen houden. Het saldo van het verstrekte Hybride kapitaal bedraagt eind 2025: € 50 mln.
Schatkistbankieren
Sinds de invoering van het schatkistbankieren kunnen de provinciale middelen bij het agentschap worden belegd in (langlopende) deposito’s of op de rekening courant worden aangehouden. In de afgelopen jaren heeft het in rekening courant aanhouden van de liquide middelen van de provincie goede rendementen opgeleverd en zijn er geen deposito's afgesloten. Het saldo van de liquide middelen bij de schatkist bedraagt eind 2025 € 410,4 mln.
Financieringen
Provincie Fryslân heeft geen financieringsbehoefte. Wel is er in 2021 is vanwege de kapitaalversterking aan Alliander een lineaire lening van € 76 mln. afgesloten om toekomstige liquiditeitstekorten te voorkomen. De lening wordt lineair afgelost en de resterende hoofdsom bedraagt per eind 2025: € 42,2 mln.
Rentelasten 2025
De in 2021 afgesloten lening heeft een rentepercentage van -0,01%. Door het negatieve rentepercentage zijn er geen renteasten, maar rentebaten.
Er wordt over de vooruit ontvangen RSP-gelden intern een indexvergoeding (IBOI) toegekend die is opgenomen onder de rentelasten van de provincie.
3 –Revolverende middelen
Terug naar navigatie - Paragraaf 4. Financiering en beleggingen - 3 –Revolverende middelenIn het kader van de publieke taak zetten we diverse middelen uit als revolverende middelen. Daarnaast worden de ontwikkelingen bij het Fûns Skjinne Fryske Enerzjy B.V. (FSFE) en de Friese Ontwikkelingsmaatschappij B.V. (FOM) in deze paragraaf nader toegelicht.
Hierna volgt een overzicht van de stand van zaken van de revolverende middelen bij de provincie. Hierbij is aangegeven wat er tot op heden is uitgezet en wat er in totaliteit mag worden uitgezet. Bij de bepaling van de omvang van het financiële risico in de paragraaf weerstandsvermogen wordt naast de reeds uitgezette middelen ook rekening gehouden met een deel van de nog uit te zetten middelen.
Met betrekking tot breedband is in 2019 besloten om de € 12 mln. die beschikbaar was gesteld voor de grijze gebieden uiteindelijk niet in te zetten omdat de marktpartijen dit zelf oppakten.
Tabel 1: overzicht revolverende middelen
(bedragen x 1 mln.) |
PS besluit |
Totaal beschikbaar bedrag |
Uitgezet t/m 2025 |
|---|---|---|---|
Wurkje foar Fryslân, revolverend deel |
3-7-2013 |
18,3 |
0,2 |
FSFE |
16-10-2013 |
90,0 |
83,2 |
Breedband |
25-1-2017 |
54,2 |
35,0 |
26-6-2019 |
-12,0 |
||
Kredietfaciliteit Muizen |
15-4-2015 |
0,7 |
0,2 |
NOM |
22-6-2016 |
21,5 |
28,1 |
26-2-2020 |
3,0 |
||
10-11-2021 |
3,9 |
||
Windpark Fryslân |
19-4-2017 |
100,0 |
92,8 |
FOM |
GS 3-7-2018 |
30,9 |
25,1 |
Totaal |
338,0 |
264,6 |
Risicobuffer
Terug naar navigatie - Paragraaf 4. Financiering en beleggingen - RisicobufferTer dekking van de risico’s bij de uitgezette revolverende middelen is er de reserve risico buffer aan. Periodiek wordt een risico inschatting gemaakt van de uitgezette middelen . Bij nieuw uitgezette middelen houden we de lijn aan dat we 1/3 van de uit te zetten revolverende middelen toevoegen aan de reserve risicobuffer.
De risicobuffer wordt aangevuld met een hogere rentevergoeding dan de rendementsderving die wij daadwerkelijk ontvangen van derden. Mochten de uitgezette middelen uiteindelijk niet terugkomen dan brengen we deze ten laste van de risicobuffer. De stand van de risicobuffer is als volgt:
(bedragen x 1 mln.) |
|
|---|---|
Beginstand risicobuffer(1/1/2015) |
100 |
Mutaties t/m 2024 (verminderingen, vermeerderingen) |
-20,0 |
Rente inkomsten t/m 2024 |
13,8 |
Stand 31/12/2024 |
93,8 |
Mutaties 2025 (verminderingen, vermeerderingen) |
-1,7 |
Rente inkomsten 2025 |
2,7 |
Stand 31/12/2025 |
94,8 |
Fûns Skjinne Fryske Enerzjy BV
Op 16 oktober 2013 hebben PS aan gegeven geen wensen en bedenkingen te hebben t.a.v. het instellen van Fûns Skjinne Fryske Enerzjy besloten vennootschap (FSFE BV). FSFE BV is op 2 september 2014 opgericht voor een periode van 15 jaar en de provincie is enig aandeelhouder. Het doel van het fonds is het financieren van projecten op het gebied van duurzame energie. Het fonds kan financieringen verstrekken middels garanties, (achtergestelde) leningen en/of participatie aan ondernemingen actief binnen het grondgebied van de provincie Fryslân.
Op 26 januari 2022 heeft PS ingestemd met:
- Het FSFE als primaire opdracht mee te geven: het leveren van een significante bijdrage aan de uitvoering van het Energieprogramma 2022-2025;
- In te stemmen met de gewenste wijzigingen in het fonds zoals omschreven in de samenvatting van de bijgevoegde Strategische Uitgangspuntennotitie FSFE 2022-2025;
- GS opdracht te geven de wijzigingen zoals onder 2 benoemd te verwerken in de betreffende investeringsdocumentatie en daarover, evenals over het uiteindelijke nieuwe Meerjarenplan van het FSFE, terug te rapporteren naar PS;
- GS opdracht te geven om te komen met een voorstel omtrent een mogelijke verlenging van de looptijd van het fonds en hierbij ook inzicht te geven in de verwachte consequenties en extra financieringsbehoefte van het fonds, inclusief mogelijke dekkingsvoorstellen.
Op 9 juli 2025 heeft Provinciale Staten besloten geen wensen en bedenkingen te hebben tegen het voorstel van Gedeputeerde Staten tot verlenging van de looptijd van het Fûns Skjinne Fryske Enerzjy (FSFE) tot en met december 2034. Met dit besluit is de voortzetting van het fonds als revolverend financieringsinstrument voor de Friese energietransitie bevestigd. Via een aantal moties heeft PS daarbij aanvullende wensen meegegeven voor de invulling van de verlengingsperiode en voor de energietransitie in bredere zin.
Financiële stand van zaken
FSFE BV heeft de beschikking over een provinciaal budget van € 90 miljoen dat nominaal in stand wordt gehouden. FSFE kan hier van trekken naar gelang ze aan financieringen heeft uitstaan bij Friese ondernemers. Ter dekking van het risico dat het fonds het provinciale budget van maximaal € 90 mln. niet nominaal in stand blijft is bij de start op de provinciale reserve een reservering aangehouden van € 30 mln. Deze is opgenomen in de Reserve risicobuffer. Dit zijn verliezen van het fonds die in de jaren daarna moeten worden terugverdiend op de uitstaande financieringen.
Eind 2025 is door FSFE € 83,2 mln. getrokken en resteert er nog € 6,8 mln.
Maatschappelijke doelen stand van zaken
Voor de verlengingsperiode 2026-2034 heeft het fonds de opdracht gekregen en is vastgelegd in de overeenkomsten:
- om een bijdrage te leveren aan onze ambitie om in 2050 ons energieverbruik in Fryslân duurzaam op te wekken. Het FSFE doet dit door het ter beschikking stellen van financiering aan investeringsprojecten op het gebied van duurzame energieopwekking, energiebesparing en flexibilisering van energiesystemen.
- het leveren van een bijdrage aan de sociaaleconomische agenda van de provincie Fryslân.
Jaarlijks zal door een externe partij gemeten worden in hoeverre FSFE heeft bijgedragen aan deze twee doelen en zal via deze paragraaf hierover consequent worden gerapporteerd. In 2028 vindt er een externe evaluatie plaats van het FSFE en het fondsbeheer.
Friese Ontwikkelingsmaatschappij BV
PS-besluiten
Op 16 oktober 2013 heeft PS aangegeven geen wensen en bedenkingen te hebben met betrekking tot de instelling van de rechtspersoon Doefonds BV en daarbij heeft ingestemd met een budget van € 8 mln. voor innovatiefinancieringen. Op 18 oktober 2017 heeft PS haar zienswijze geuit over de naamswijziging van besloten vennootschap (BV) van Doefonds naar Friese Ontwikkelingsmaatschappij (FOM) en de uitbreiding van het bestaande innovatie budget en een extra budget voor het versterken van exporterende ondernemers. Op 24 januari 2018 heeft PS ingestemd met de uitbreiding van de FOM op de doelstellingen groei en starters en daarbij een budget beschikbaar gesteld.
De provincie is 100% aandeelhouder van de FOM BV. De FOM is opgericht voor een periode van 15 jaar. Het doel van het fonds is het verstrekken van financieringen middels (achtergestelde) leningen en/of participatie aan ondernemingen actief op het grondgebied van de provincie Fryslân.
Financiële stand van zaken
FOM heeft de beschikking over een provinciaal budget van € 30,9 mln. (trekkingsruimte) verdeeld over de thema’s: Innovatie maximaal € 12 mln., Groei maximaal € 12 mln., Export maximaal € 3 mln., Starters maximaal € 2,5 mln. en Ondernemersimpuls € 1,4 mln.. Het budget Ondernemersimpuls heeft alleen betrekking op beheer van leningen die al zijn verstrekt. Inkomsten uit het beheer vallen daarna onder het budget Starters. De FOM kan hiervan trekken naar gelang ze aan financieringen heeft uitstaan bij Friese ondernemers. Eind 2025 is door de FOM € 25,1 mln. aan financieringsruimte getrokken.
Bij de start is er vanuit gegaan dat de financieringen die de FOM verstrekt risicovol zijn en dat er een kans is dat een deel van het provinciale budget niet terugkomt. Hiervoor is voor elk budget bij de start een reservering op de provinciale reserve vastgelegd. Totaal is € 15,2 mln. ter dekking opgenomen in de Reserve risicobuffer.
Maatschappelijke doelen stand van zaken
Het fonds heeft bij de start een aantal doelen (norm) op zich genomen. Deze bestaan uit het aantal investeringen per budget en het totale bedrag wat per budget wordt uitgezet. Deze doelen zijn opgenomen in het FOM meerjarenplan. In onderstaande tabel is zichtbaar gemaakt wat de doelen (normen) zijn en wat de behaalde resultaten zijn.
In 2025 is het nieuwe meerjarenplan opgesteld. Hierin is de aansluiting gemaakt met de Friese economische samenwerkingsagenda. De FOM gaat zich meer richten op het financieren van kansrijke ondernemingen in de geselecteerde Friese speerpunten zoals Water Technologie, Circulaire Technology, High Tech Materials, Maritieme Technologie en Agro & Food en gastvrijheid.
Innovatie |
Export |
Groei |
Starters |
|||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Kernprestatie-indicator (KPI) |
Norm |
resultaat |
Norm |
resultaat |
Norm |
resultaat |
Norm |
resultaat |
Aantal investeringen per jaar |
6 |
9 |
4 |
0 |
6 |
4 |
5 |
0 |
Uitzettingen per jaar in miljoenen |
€ 1,20 |
€ 1,36 |
€ 0,70 |
€ 0,00 |
€ 1,25 |
€ 3,51 |
€ 0,38 |
€ 0,00 |
4 – Toerekening van rente
Terug naar navigatie - Paragraaf 4. Financiering en beleggingen - 4 – Toerekening van renteDit onderdeel komt vanuit de BBV en is bedoeld om inzicht te geven in rentelasten die direct verband houden met een opgave of investering.
Een negatieve uitkomst betekent dat er sprake is van een positief renteresultaat. De provincie heeft geen langlopende financieringen en rekent derhalve geen rentelasten aan taakvelden toe.
De rentebaten komen vanuit de beleggingen van de Treasury middelen en vanuit de leningen verstrekt aan Alliander, FHW (Windpark Fryslân), de Nederlandse Waterschapsbank, etc.
Renteschema jaarrekening 2025 |
bedragen x € 1.000 |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
a. |
De externe rentelasten over de korte en lange financiering |
0 |
||||||
b1. |
De externe rentebaten over de korte en lange financiering Treasury |
10.451 |
-/- |
|||||
b2. |
De externe rentebaten over de korte en lange financiering overig |
9.951 |
-/- |
|||||
Saldo rentelasten en rentebaten |
-20.401 |
|||||||
c1. |
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend |
0 |
-/- |
|||||
c2. |
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend |
0 |
-/- |
|||||
c3. |
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend |
0 |
-/- |
|||||
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente |
0 |
|||||||
d1. |
Rente over eigen vermogen |
0 |
+/+ |
|||||
d2. |
Rente over voorzieningen |
0 |
+/+ |
|||||
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente |
-20.401 |
|||||||
e. |
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) |
0 |
-/- |
|||||
f. |
Renteresultaat op het taakveld Treasury |
-20.401 |
||||||
5 - Risicobeheer Treasury
Terug naar navigatie - Paragraaf 4. Financiering en beleggingen - 5 - Risicobeheer TreasuryDe voornaamste risico’s op gebied van treasury management voor de provincie Fryslân zijn: renterisico, koersrisico, kredietrisico en debiteurenrisico. Hieronder volgen de genomen maatregelen om deze risico’s te beheersen.
Renterisico
Vanuit de Wet Fido worden richtlijnen gegeven voor het renterisico op korte en lange financiering. Zo wordt het risico op kortlopende financieringen beperkt met een zogenoemde kasgeldlimiet (7% van de begrotingsomvang) en geldt voor de langlopende financieringen een renterisiconorm (20% van de begrote inkomsten). De provincie heeft geen kortlopende leningen aangetrokken in 2025, maar heeft in 2021 wel een langlopende lening van € 76 mln. aangetrokken voor de kapitaalverstrekking vanuit de publieke taak aan Alliander.
De kasgeldlimiet is niet van toepassing omdat de provincie in 2025 geen kortlopende leningen heeft aangetrokken.
De renterisiconorm heeft tot doel het renterisico's voor decentrale overheden te beperken. De renterisiconorm van de provincie bedraagt voor 2025 € 75,1 mln. (20% van de begrote inkomsten in 2025) en geldt voor herfinancieringen en renteherzieningen. Provincie Fryslân heeft één langlopende lening aangetrokken en deze wordt lineair afgelost. De resterende hoofdsom bedraagt per 31 12 2025 € 42,2 mln.
Er is geen sprake van tussentijdse renteherziening gedurende de looptijd van de lening. Daarom heeft de de provincie in 2025 niet te maken gekregen met een (her)financiering of renteherziening en voldoet daarom volledig aan de renterisiconorm.
Koersrisicobeheer
De provincie belegt haar overtollige middelen alleen in vastrentende waarden zoals deposito’s bij de schatkist en leningen aan decentrale overheden. Het beleggen in aandelen, uitsluitend voor het behalen van een rendement, is niet toegestaan. Tevens wordt er uitsluitend belegd in euro’s. Hierdoor is het valutakoersrisico nihil.
Kredietrisicobeheer
Sinds 15 december 2013 is het verplichte schatkistbankieren van kracht en dienen alle middelen te worden ondergebracht / belegd bij het agentschap van het ministerie van Financiën, uitgezonderd het verstrekken van leningen aan decentrale overheden en uitzettingen uit hoofde van de publieke taak.
Een groot deel van het Treasury vermogen van de provincie wordt aangehouden bij de schatkist, waardoor het kredietrisico voor de provincie zeer laag is. Het kredietrisico over de leningen verstrekt aan decentrale overheden (AAA rating) en het hybride kapitaalleningen verstrekt aan de NWB (AAA rating ) zijn ook zeer laag.
Voor de leningen en kapitaalverstrekkingen vanuit de publieke taak wordt in paragraaf 2 Weerstandsvermogen de benodigde weerstandscapaciteit bepaald o.b.v. het kredietrisico van de betreffende uitzetting.
Debiteurenbeheer
Voor het debiteurenbeheer betreffende de levering van goederen en/of diensten hanteert de provincie een strikt beleid van herinnering en aanmaning. Indien de debiteur nalatig blijft, wordt de vordering overgedragen aan een incassobureau. Er is in 2025 een totaalbedrag van € 60.603 als definitief oninbaar afgeboekt betreffende 7 vorderingen en 7 debiteuren.
6 - Ontwikkeling financiële markten
Terug naar navigatie - Paragraaf 4. Financiering en beleggingen - 6 - Ontwikkeling financiële marktenGeldmarktrente
De hoogte van de kortlopende rente wordt bepaald door de ontwikkelingen op de geldmarkt en deze wordt in belangrijke mate beïnvloed door het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB heeft in 2025 de depositorente -de rente waartegen banken geld bij de ECB kunnen onderbrengen- in stappen verlaagd van 3,15% naar 2,15%. De rentevergoeding voor tegoeden die wij aanhouden bij de schatkist is gedurende het jaar gedaald van 2,9% naar 1,9%.
Kapitaalmarktrente (langlopende deposito's > 1 jaar)
De kapitaalmarktrentes zijn dit jaar iets gestegen door zorgen over de oplopende overheidsschulden wereldwijd. De rentetarieven voor looptijden van 15 jaar of langer liepen het sterkst op. De hoogte van de langlopende rente wordt onder meer gebaseerd op de economische verwachtingen, de inflatie en de politieke ontwikkelingen. De Nederlandse kapitaalmarktrente voor de periode van 10 jaar is in 2024 gestegen van 2,6% naar 3,0%.