Paragraaf 9. Grote projecten
In deze paragraaf staan de grote projecten en programma’s in de provincie Fryslân. Hieronder verstaan we projecten of programma’s die een meerjarig karakter hebben, en waarvan PS besloten hebben tot uitvoering over te gaan. Het gaat om projecten en programma’s met grote maatschappelijke impact. De realisatie is van belang voor het halen van de provinciale doelstellingen, zoals de resultaatdoelstellingen uit het bestuursakkoord. Daarbij geldt dat deze projecten (significante) bestuurlijke en/of juridische en/of financiële risico’s kennen. De provincie speelt in deze projecten een regisserende of stimulerende rol.
De paragraaf is ontstaan vanuit de periodieke sturingsbehoefte van PS op deze (en toekomstige) programma’s en projecten. Jaarlijks wordt in overleg met de auditcommissie bepaald welke projecten en programma’s voldoen aan de criteria om in de begroting van het volgende jaar in de paragraaf opgenomen te worden.
De verantwoording gebeurt aan de hand van de volgende vragen:
• Welke besluiten hebben Provinciale Staten in 2025 genomen?
• Wat heeft het gekost?
• Hebben wij bereikt wat wij wilden bereiken?
• Hoe hebben de risico’s zich ontwikkeld?
Overzicht projecten
Terug naar navigatie - Paragraaf 9. Grote projecten - Overzicht projectenProjecten
1. Spoorprojecten
a. Lelylijn
b. ERTMS
2. Vismigratierivier
3. Bruggen/Sluis Kornwerderzand
Programma’s
4. Natuurpact: uitvoering natuurontwikkelingsopgave
5. Programma Natuur
6. Fries Programma Landelijk Gebied (FPLG)
7. Veenweide
a. Veenweideprogramma 2021-2031
b. Aldeboarn-De Deelen
c. Hegewarren
d. Idzegea
1. Spoorprojecten
Terug naar navigatie - - 1. SpoorprojectenWat wilden we bereiken?
Terug naar navigatie - 1. Spoorprojecten - Wat wilden we bereiken?1. Spoorprojecten (programma infrastructuur)
Terug naar navigatie - 1. Spoorprojecten - Wat wilden we bereiken? - 1. Spoorprojecten (programma infrastructuur)De spoorprojecten zijn onder te verdelen in twee hoofdprojecten:
• Lelylijn
• ERTMS
1a. Lelylijn
Terug naar navigatie - - 1a. Lelylijn1. Lelylijn
Terug naar navigatie - 1a. Lelylijn - 1. LelylijnWelke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2025 door Provinciale Staten?
Er zijn in 2025 geen PS-besluiten genomen.
Wat heeft het gekost?
In 2025 is het Masterplan Lelylijn opgesteld. Met het Rijk is afgesproken de kosten hiervan ad € 2 mln. te verdelen in 50% voor het Rijk en 50% voor de regio. Voor de provincie Fryslân betekent dit een bijdrage aan de plankosten van € 330.000.
In het Bestjoersakkoart 2023-2027 Oparbeidzje foar Fryslân is € 1 mln. gereserveerd, die zal in 2025 en 2026 worden aangesproken voor de uitvoering van de vervolgstappen op basis van de afspraken in het BO MIRT 6 november en 20 december 2024 en op basis van het toekomstige regeerakkoord. De oorspronkelijke € 3 mld. die het kabinet had gereserveerd voor de Lelylijn is in het kader van de Voorjaarsnota 2025 voor een belangrijk deel besteed aan andere infrastructurele projecten, waarmee er nog circa € 600 mln. resteert voor de Lelylijn.
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
In 2024 is het MIRT- en NOVEX-onderzoek voor de Lelylijn afgerond. Eind 2025 is het Masterplan Lelylijn afgerond.
Sinds december 2022 is het (door Rijk en Regio gezamenlijk opgerichte) projectteam Lelylijn aan de slag met het MIRT- en NOVEX-onderzoek respectievelijk Masterplan waarin de effecten van de Lelylijn worden onderzocht. Doel van het onderzoek is het opleveren van voldoende informatie om de Startbeslissing Verkenning Tracéwet te nemen door de minister, als start van de formele planvoorbereiding en realisatie van de Lelylijn. Verder is een Ontwikkelperspectief NOVEX Lelylijn opgesteld ten behoeve van de nieuwe landelijke Nota Ruimte. In Europees verband loopt een traject om de Lelylijn op te nemen in het 'extended core network', TEN-T, het eerste resultaat van dit traject is dat de Lelylijn op het comprehensive network, TEN-T wordt vermeld. Er wordt lobby gevoerd richting Europa om cofinanciering voor de aanleg van de Lelylijn te krijgen uit de budgetten achter de TEN-T verordening en andere mogelijke Europese fondsen.
Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Het is een risico of er zicht komt op 75% van de financiering van de Lelylijn. Dat hanteert het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat als spelregel voor het nemen van de Startbeslissing. Klaas Knot (oud president-directeur Nederlandsche Bank) is in 2025 aangesteld om hierover een advies uit te brengen. Dit advies wordt op 30 januari 2026 gepresenteerd tijdens het Lelylijncongres als opmaat naar het nieuwe regeerakkoord.
1b. ERTMS
Terug naar navigatie - - 1b. ERTMSERTMS
Terug naar navigatie - 1b. ERTMS - ERTMSWelke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2025 door Provinciale Staten?
Op 5 november 2021 hebben Provinciale Staten ingestemd met het besluit van Gedeputeerde Staten van 5 oktober 2021 over de invoering van het nieuwe treinbeveiligingssysteem European Rail Traffic Management System (ERTMS) op de noordelijke regionale spoorlijnen. Het is een gezamenlijk project van het Rijk en de provincies Groningen en Fryslân. De provincies zijn opdrachtgever voor Arriva voor de ombouw van 68 treinstellen (het geschikt maken voor ERTMS). Het Rijk draagt zorg voor de ombouw van de spoorinfrastructuur voor circa € 310 mln. Het project kent een doorlooptijd tot 2030.
In 2025 zijn er geen nieuwe besluiten genomen door Provinciale Staten.
Wat heeft het gekost?
Het totale budget voor de ombouw van de treinen bedraagt € 99,5 mln. Hiervoor draagt de provincie Fryslân € 10 mln. bij en de provincie Groningen € 20 mln. (naar rato omvang van de concessie: 1/3 Fryslân en 2/3 Groningen). De bijdrage van de provincie wordt gedekt uit de te realiseren besparing in de concessie. Via een Specifieke Uitkering (SPUK) ontvangen de provincies van het Rijk naar rato het resterende bedrag. Arriva heeft op basis van een kasstroomregeling circa € 30 mln. ontvangen; 1/3 van Fryslân en 2/3 van Groningen. Met deze middelen wordt het contract met Stadler gefinancierd, de partij die de treinstellen gaat ombouwen voor Arriva.
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
ProRail heeft een projectorganisatie in het leven geroepen om de uitrol van ERTMS in Nederland te organiseren. Inmiddels staan een aantal treinen bij de fabrikant voor de ombouw naar een prototype. De aanpassing van de Friese spoorlijnen naar ERTMS is inmiddels gegund. Door vertraging in een door een externe partij aan te leveren Specifieke Transitie Module (STM) is de gehele implementatie ongeveer 2 jaar vertraagd.
De provincies hebben zitting in de stuurgroep ERTMS noordelijke lijnen en worden middels kwartaal- en jaarrapportages geïnformeerd. De regie op planning en uitvoering is belegd bij de landelijke Programmadirectie die hiervoor door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is opgericht.
Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
- De beide provincies zijn volledig risicodragend voor de ombouw van het treinmaterieel naar verhouding van inbreng.
- Door de vertraging van de STM module (nodig om zowel op het oude beveiligingssysteem als op het nieuwe systeem te rijden) zijn er extra kosten gemaakt en moeten nog extra kosten gemaakt worden. Provincie en Rijk zijn in overleg wie verantwoordelijk is voor deze kosten en afgesproken is de afspraken vast te leggen in een aangepaste overeenkomst.
- De indexering is een risico. We zijn met het Rijk overeengekomen dat zij hun bijdrage jaarlijks indexeren voor zover niet is uitbetaald. Onze eigen bijdrage wordt niet geïndexeerd, hetgeen op termijn kan leiden tot een tekort. In het totale budget is circa € 9 mln. beschikbaar voor risicodekking.
- Omdat de noordelijke lijnen als één van de eerste worden omgebouwd naar ERTMS kunnen er onvoorziene zaken optreden.
- De complexiteit van de integrale werking van de diverse ProRail systemen maakt dat er nog geen definitief startmoment is gepland. Vooralsnog kan de voorziene vertraging opgelost worden binnen de looptijd van project.
2. Vismigratierivier
Terug naar navigatie - - 2. VismigratierivierWat wilden we bereiken?
Terug naar navigatie - 2. Vismigratierivier - Wat wilden we bereiken?Vismigratierivier
Terug naar navigatie - 2. Vismigratierivier - Wat wilden we bereiken? - VismigratierivierIn 1932 is de Afsluitdijk gerealiseerd. De afsluiting van de toenmalige Zuiderzee heeft ecologisch grote negatieve gevolgen gehad. Door het realiseren van de Vismigratierivier (VMR) wordt de verbinding hersteld zodat trekvissen weer kunnen migreren tussen zout en zoet en andersom.
Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2025 door Provinciale Staten?
- Op 21 december 2011 hebben Provinciale Staten de Bestuursovereenkomst Afsluitdijk (inclusief ambitie agenda Afsluitdijk) vastgesteld.
- Op 21 januari 2015 hebben Provinciale Staten diverse provinciale budgetten vastgesteld.
- Op 20 april 2016 hebben Provinciale Staten besloten geen wensen of bedenkingen kenbaar te maken voor vaststelling van vier Realisatieovereenkomsten met RWS.
- Op 20 april 2016 hebben Provinciale Staten het Provinciaal Inpassingsplan voor de Vismigratierivier vastgesteld.
- Op 28 november 2018 hebben Provinciale Staten het reparatieplan van het Provinciaal Inpassingsplan vastgesteld
In 2025 zijn er geen nieuwe besluiten genomen door Provinciale Staten
Wat heeft het gekost?
| Budget | Besteed | ||
| Project | Totaal budget |
Aandeel provinciale bijdrage in budget |
Gerealiseerd t/m 2025 |
| Vismigratierivier deel 1 | 19.000.000 | 2.700.000 | 19.000.000 |
| Vismigratierivier deel 2 | 61.300.000 | 5.700.000 | 33.000.000 |
In 2020 is de realisatie van de VMR gestart. Als gevolg van negatieve ontwikkelingen, waaronder bijvoorbeeld de verziltingsproblematiek op het IJsselmeer en daarmee issues m.b.t. beschikbaarheid van zand voor de VMR, was begin 2025 voor de totale businesscase van de VMR een budgettoevoeging van € 13 mln. exclusief btw nodig.
In juli 2025 is het gelukt het financiële issue te beheersen. De benodigde €13 mln. (exclusief btw) is toegekend door het Waddenfonds en de ministeries van I&W en LVVN middels een bijdrage uit het PAGW. Daarnaast hebben de initiatiefnemers een bijdrage kunnen toevoegen vanuit de Nationale Postcode Loterij. Het totale budget voor VMR deel 2 bedraagt daarmee ca. € 61,3 mln. (zie tabel).
In de eerste jaren na realisatie wordt door het project bewaakt hoe het beheer en onderhoud zo goed mogelijk kan plaatsvinden tijdens de zogeheten inregelfase (het optimaliseren van het ecologisch systeem). Hiermee is een bedrag van € 2,5 mln. gemoeid, dat in 2024 vanuit het onderhoudsbudget VMR beschikbaar is gesteld aan het project.
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
Het project is opgedeeld in deelgebieden (zie afbeelding 1).

Afbeelding 1. Deelgebieden Vismigratierivier
De VMR wordt op basis van zes deelcontracten gerealiseerd, inmiddels zijn alle delen aanbesteed. Vijf van de zes deelgebieden zijn gerealiseerd. Deelgebied VI wordt in 2026 en 2027 gerealiseerd. Begin 2027 kan de rivier functioneel in gebruik worden genomen. Daarna start de inregelfase met onderzoek en monitoring om te komen tot een stabiel systeem met regulier beheer en onderhoud vanaf 2029.
Hoe hebben de genoemde risico’s zicht ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Alle deelgebieden van de VMR zijn aanbesteed conform de inkoopstrategie met twee-fasen-contracten. In de aanbesteding worden de randvoorwaarden aangegeven, waaronder het taakstellend budget. In de 1e fase ‘engineeren’ opdrachtgever en opdrachtnemer samen aan een ontwerp met een planning en een financiële aanbieding waarvoor de opdrachtnemer het werk kan maken. Als dit past binnen de randvoorwaarden (waaronder budget maar ook beschikbaarheid grondstromen) krijgt de aannemer opdracht voor de realisatie (fase 2). Er blijft een financieel rest-risico op dit punt, wanneer tussentijds scope, financiering, vertraging of externe ontwikkelingen wijzigen ((landelijke) politiek, pandemie of oorlog bijvoorbeeld). Uiteraard blijven we dit goed monitoren.
De VMR is naar verwachting half 2027 functioneel, waarna inregeling en verantwoording aan financiers plaatsvinden. Er blijft een financieel rest-risico op dit punt of alle gestelde doelen naar tevredenheid van de financiers zijn ingevuld.
3. Bruggen/Sluis Kornwerderzand
Terug naar navigatie - - 3. Bruggen/Sluis KornwerderzandWat wilden we bereiken?
Terug naar navigatie - 3. Bruggen/Sluis Kornwerderzand - Wat wilden we bereiken?Bruggen/Sluis Kornwerderzand
Terug naar navigatie - 3. Bruggen/Sluis Kornwerderzand - Wat wilden we bereiken? - Bruggen/Sluis KornwerderzandEen brede regio heeft de wens het IJsselmeergebied toegankelijk te maken voor grotere schepen. Dit levert baten op voor een brede regio. Het project omvat het vervangen van de bruggen in de A7, het verruimen van de grote sluis te Kornwerderzand en het verruimen van de vaargeulen in het IJsselmeer. In 2019 is een bestuursovereenkomst (BOK) gesloten met Rijk over de realisatie en financiering. Sindsdien zijn omstandigheden gewijzigd en hebben ontwikkelingen plaatsgevonden. September 2025 heeft een bestuurlijk overleg plaatsgevonden tussen de minister van I&W en de verantwoordelijke gedeputeerden van de betrokken provincies Flevoland, Fryslân en Overijssel. In dit overleg zijn afspraken gemaakt over de verdere aanpak van het project in het komende half jaar.
Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2025 door Provinciale Staten?
- In het kader van het uitvoeringsprogramma DNA is 21 januari 2015 € 10 mln. gereserveerd als regionale bijdrage in de investeringskosten voor de sluis Kornwerderzand.
- In het coalitieakkoord 2015-2019 is een bedrag van € 5 mln. beschikbaar gesteld voor het gehele project.
- 17 juni 2020 hebben Provinciale Staten besloten geen wensen of bedenkingen kenbaar te maken voor de vaststelling van de Bestuursovereenkomst (BOK) Sluis Kornwerderzand en hebben €100 mln. investeringskrediet beschikbaar gesteld voor de nieuwe bruggen en de voorbereidende werkzaamheden voor de sluis.
- 22 december 2022 hebben Provinciale Staten hebben ingestemd met het voorfinancieren van de € 26,5 mln. marktbijdrage. En zijn geen wensen en bedenkingen ingebracht tegen het besluit van het college van GS om in te stemmen met de model overeenkomst “inning marktbijdrage”.
- 8 november 2023 hebben PS ingestemd met het beschikbaar stellen met de resterende € 4,5 mln. als provinciale bijdrage voor het project Sluis Kornwerderzand
In 2025 zijn geen nieuwe besluiten genomen door Provinciale Staten
Financiële stand van zaken
| Budget | Besteed | Toelichting | ||
| Project | Totaalbudget | Aandeel provinciale bijdrage in budget |
Gerealiseerd t/m 2025 |
|
| Sluis Kornwerderzand | 80.000.000 | 16.000.000 | 3.000.000 | Besteding betreft voorbereidingskosten exclusief € 1,4 mln. verkenning/studie |
| Fase 1 bruggen Kornwerderzand | 100.000.000 | 3.500.000 | 13.200.000 |
Voor de vervanging van de bruggen is een totaalbudget beschikbaar gesteld van € 100 mln, waarvan inmiddels € 13,2 mln. is besteed. In eerdere jaren is al € 3 mln. besteed vanuit de provinciale bijdrage ten behoeve van de planvoorbereiding Sluis. Als onderdeel van de afspraken die in het tweede kwartaal van 2026 worden gemaakt tussen het Rijk en de regio, zullen ook nieuwe financiële afspraken worden gemaakt. De reeds gemaakte kosten door de provincie zullen betrokken worden bij de betreffende afspraken.
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
In 2020 is een BOK met het Rijk gesloten voor de realisatie van het project. Sindsdien hebben zich diverse ontwikkelingen voorgedaan en zijn er nieuwe risico's opgetreden (zie paragraaf risico's) die van invloed zijn op het gehele project. Dit is aanleiding geweest voor een herijking van het project. In de voorjaarnota 2025 is door het Rijk € 375 mln. extra beschikbaar gesteld voor het project.
In september 2025 heeft een bestuurlijk overleg plaatsgevonden tussen de minister van I&W en de verantwoordelijke gedeputeerden van de betrokken provincies Flevoland, Fryslân en Overijssel. In dit overleg zijn afspraken gemaakt over de verdere aanpak van het project in het komende half jaar. De huidige scope van het project is: nieuwe basculebruggen in de A7, het verruimen van de sluis in combinatie met de aanpak van de verzilting, de aanpak van de havens van het sluizencomplex Kornwerderzand en het verdiepen van de geulen in het IJsselmeer. Op basis van de afspraken wordt het project langs viersporen verder verkend:
1. Voorbereiding aanbesteding bruggen,
2. Oplossingsrichting voor verzilting in combinatie met de sluis,
3. Nieuwe afspraken over vaargeulen.
4. Aanpassing/addendum bij de bestuursovereenkomst (BOK) (met daarin o.a. de financiering, risicoverdeling en governance van project.)
De uitkomsten van de verkenning zullen tweede kwartaal 2026 in een bestuurlijk overleg met de minister van I&W besproken worden en uiteindelijk worden vastgelegd in een bestuursovereenkomst.
Partijen hebben onderkend dat de bruggen in de A7 zo spoedig als mogelijk worden vervangen, gezien de huidige technische staat van deze objecten.
Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Mede op basis van de uitkomsten van de verkenning maken Rijk en regio nieuwe bestuurlijke afspraken.
- Project/bouwrisico's; elk project kent risico’s in de voorbereiding- en bouwfase. Er moeten o.a. nog diverse vergunningen worden aangevraagd. Wijzigingen in wet- en regelgeving kunnen soms tot onverwachte neveneffecten leiden, zoals de PAS (Programma Aanpak Stikstof). Deze risico's worden normaal gesproken opgevangen binnen de risicoreserveringen van het project.
- Als gevolg van de actualisatie van de projectraming is het risico aanwezig dat het budget niet toereikend is. Rijk en regio zullen dan gezamenlijk moeten zoeken naar een oplossing voor dit probleem. Dit kan betekenen extra budget zoeken of het project faseren dan wel te versoberen.
- De provincie heeft voor het project reeds € 16 mln. aan kosten gemaakt. Deze kosten zullen ingebracht worden als projectkosten. Afhankelijk van de definitieve afspraken is er al dan niet sprake van een eventueel restrisico.
- Vaargeul de Boontjes is van belang voor een goede bereikbaarheid van Kornwerderzand en de haven in Harlingen.
- In het IJsselmeer is sprake van een toenemende verzilting. Onderdeel van de huidige afspraken met de minister is het uitwerken van oplossingsrichtingen voor de verzilting in combinatie met een verruimde sluis. De verdieping van de geulen in het IJsselmeer is daarmee in principe mogelijk.
4. Natuurpact: uitvoering natuurontwikkelingsopgave
Terug naar navigatie - - 4. Natuurpact: uitvoering natuurontwikkelingsopgaveWat wilden we bereiken?
Terug naar navigatie - 4. Natuurpact: uitvoering natuurontwikkelingsopgave - Wat wilden we bereiken?Natuurpact: uitvoering natuurontwikkelingsopgave
Terug naar navigatie - 4. Natuurpact: uitvoering natuurontwikkelingsopgave - Wat wilden we bereiken? - Natuurpact: uitvoering natuurontwikkelingsopgaveIn 2011 hebben provincies en het Rijk in het Onderhandelingsakkoord Natuur afspraken gemaakt over de decentralisatie van het natuurbeleid. Hiermee zijn wij verantwoordelijk geworden voor de uitvoering van de Natuuropgave.
De decentralisatie is verder uitgewerkt in het Natuurpact. Het Natuurpact is afgesloten voor de periode 2014 – 2027. De uitvoering van het Natuurpact is in de begroting opgenomen in hoofdstuk 3.1 Natuur. Het betreft daar de planning voor het lopende begrotingsjaar op hoofdlijnen. In deze paragraaf Grote projecten wordt een toelichting gegeven op één van de onderdelen van het Natuurpact: natuurontwikkelingsopgave.
In het kader van het Natuurpact is met het Rijk afgesproken dat in 2027 het NatuurNetwerkNederland (NNN) wordt gerealiseerd. Provinciale Staten heeft november 2022 besloten dat er maximaal wordt ingezet om het NNN te realiseren. Gelet op de beschikbaarheid van geld, menskracht en beschikbaar instrumentarium is gebleken dat niet zonder meer het gehele NNN in 2027 kan worden gerealiseerd. Vooral het verkrijgen van de benodigde grond dan wel het geïnteresseerd krijgen van grondeigenaren voor natuurbeheer is een cruciale factor voor het slagen van de ambities. En natuurlijk moeten voldoende middelen voorhanden zijn. Met Provinciale Staten is afgesproken dat we uitgaan van de realisatie van 750 ha verwerven/functiewijziging en 2.000 ha inrichting NNN in de periode 2023-2027. Voorjaar 2025 is een MidtermReview over de voortgang van de realisatie van het NNN middels het rapport Healweis Weromsjen NNN aan Provinciale Staten voorgelegd. Hieruit blijkt dat de verwerving/functiewijziging achterblijft en dat de inschatting is dat ca. 1.600 ha van de 2.000 ha inrichting wordt gerealiseerd.
De realisatie van het NNN wordt in Fryslân gedaan middels vier grote gebiedsontwikkelingsprojecten (Achtkarspelen Zuid, Alde Feanen, Beekdal Linde en Koningsdiep) en Natuer mei de Mienskip (NmdM). NmdM is in 2018 middels een Right to Challenge (RtC) gestart omdat er op dat moment minder budget beschikbaar was voor de realisatie van het NNN waardoor er minder NNN aangelegd kon worden; NmdM kwam met een voorstel hoe het NNN grotendeels wel te kunnen realiseren. In 2019 is het een RtC in samenwerking met de provincie geworden. Middels het uitwerken van een aantal pilots heeft NmdM een aanpak/werkwijze ontwikkeld en vastgelegd in een koersdocument. PS heeft maart 2022 aangegeven verder te willen gaan met NmdM en hiervoor 13 FTE beschikbaar te stellen.
Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2025 door Provinciale Staten?
Op 23 april 2025 is de Mid Term Review (Healweis Weromsjen NNN) besproken in PS. Omdat de stemming 21 - 21 was, is de stemming verplaats naar 28 mei 2025. Met deze stemming heeft PS besloten dat er een plan van aanpak opgesteld wordt voor de realisatie van de resterende opgave met de focus op de cruciale hectares en hierbij te onderzoeken of natuur buiten NNN naar binnen NNN geplaatst kan worden en om te onderzoeken of er minder NNN binnen prioriteit 3 en 4 mogelijk is. Het voorgestelde onderzoek voor het inzetten van volledige schadeloosstelling op basis van onteigening is door PS uit het besluit gehaald. Het plan van aanpak is in januari 2026 aan PS voorgelegd.
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
Met de realisatie van het NNN wordt invulling gegeven aan het vergroten van de biodiversiteit. Hiermee wordt een robuust netwerk gerealiseerd. In 2027 is een robuust en samenhangend natuurnetwerk gerealiseerd: vanaf 1-1-2023 betreft dit 750 ha verwerving/functiewijziging en 2000 ha inrichting NNN t/m 2027. Hiermee is er na 2027 nog een restanttaakstelling van ca. 850 ha verwerving/functiewijziging en 1.600 ha inrichting NNN voor de realisatie van het gehele NNN.
| Indicator | doelwaarde 2025 | doelwaarde 2025 aangepast | realisatie 2025 |
| Gerealiseerde hectare Natuurnetwerk Fryslân: grondverwerving / functieverandering (cumulatief) | 400 ha | 210 ha | 165 ha |
| Gerealiseerde hectare Natuurnetwerk Fryslân: inrichting (cumulatief) | 1.045 ha | 690 ha | 594 ha |
NB: bij de doelwaarde 2025 werd bij de begroting 2025 uitgegaan vanaf 1 januari 2022 i.p.v. 1 januari 2023. Bij de jaarstukken is dit gecorrigeerd en dit is doorgevoerd in de doelwaarde 2025 aangepast.
Voor grondverwerving/functiewijziging werd uitgegaan van 100 ha realisatie in 2025. Dit is geworden: 55 ha.
Voor de inrichting werd uitgegaan van 200 ha realisatie in 2025. Dit is geworden: 104 ha.
Wat heeft het gekost?
Onderstaand is het overzicht opgenomen van de stand van zaken van het Natuurpact. Dit is de tabel met de programmering van de totale natuuropgave in de nieuwe indeling op basis van het scenario 750 ha verwerven/functiewijziging en 2.000 ha inrichting NNN, conform het PS besluit over de herziene planning NNN (november 2022). Betreft de periode 2014-2027. In deze tabel zijn voor de realisatiecijfers de peildatum 31/12/2025 aangehouden. En is de financiële programmering aangepast naar de stand van zaken 1 juni 2025, zoals opgenomen in de berap 2025.
Natuurpact Programmering 2014 t/m 2027 op basis van 750 ha |
||||
|---|---|---|---|---|
programmering 2014 t/m 2027 |
||||
Realisatie |
Realisatie |
Programmering |
||
INKOMSTEN x € 1.000 |
2025 |
2014-2024 |
2026-2027 |
Totaal |
1. Rijksmiddelen |
45.000 |
422.100 |
119.000 |
586.100 |
2. Provinciale middelen |
12.700 |
123.200 |
27.800 |
163.700 |
3. Europese middelen |
14.500 |
117.500 |
34.500 |
166.500 |
4. pMP middelen |
0 |
20.900 |
0 |
20.900 |
5. Overige middelen |
3.000 |
31.100 |
8.300 |
42.400 |
SUBTOTAAL |
75.200 |
714.800 |
189.600 |
979.700 |
Realisatie |
Realisatie |
Programmering |
||
UITGAVEN x € 1.000 |
2025 |
2014-2024 |
2026-2027 |
Totaal |
1. Ontwikkelopgave |
9.500 |
82.300 |
76.700 |
168.500 |
2. Natura 2000 |
500 |
20.800 |
25.300 |
46.600 |
3. Natuurbeheer |
21.600 |
192.300 |
51.600 |
265.500 |
4. Agrarisch natuurbeheer |
30.000 |
194.400 |
64.700 |
289.100 |
5. Wet natuurbescherming |
0 |
1.000 |
100 |
1.100 |
6. Soortenbeleid - weidevogels |
0 |
5.900 |
0 |
5.900 |
7. Soortenbeleid - Ganzen |
22.000 |
136.100 |
33.600 |
191.700 |
8. Soortenbeleid overige soorten |
800 |
2.100 |
800 |
3.700 |
9. Diversen |
4.800 |
40.800 |
7.900 |
53.500 |
SUBTOTAAL |
89.200 |
675.700 |
260.700 |
1.025.600 |
Realisatie |
Realisatie |
Programmering |
||
TOTAAL x € 1.000 |
2025 |
2014-2024 |
2026-2027 |
Totaal |
Subtotaal inkomsten |
75.200 |
714.800 |
189.600 |
979.700 |
Subtotaal uitgaven |
89.200 |
675.700 |
260.700 |
1.025.600 |
TOTAAL |
-14.000 |
39.100 |
-71.100 |
-45.900 |
Op basis van de huidige programmering is er berekend dat er een tekort is van ca. € 46 mln. Hierin is bijvoorbeeld rekening gehouden met: de verhoging van de indexatie voor het Agrarische Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb), de aanpassing standaardkostprijzen van Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL), de verhoogde kosten voor de ganzenschade, de benodigde inzet voor NmdM en uitvoering strategische grondnota NNN (totaal 18 FTE in de periode 2023 t/m 2027) en vanaf 2024 zijn de rente lasten voor het IKG (Investeringskader Grond) substantieel hoger dan in voorgaande jaren. Daarnaast is de besluitvorming in PS, maart 2024, over het ganzenbeleid dat zorgt voor hogere kosten in de programmering verwerkt. De extra lasten voor het ANLb maakt geen deel uit van het tekort binnen het Natuurpact, aangezien de inschatting is dat deze door het Rijk betaald gaan worden. PS heeft in najaar 2025 € 3 mln. per jaar structureel extra toegezegd voor natuur. Dit bedrag is nog niet opgenomen in de programmering. De programmering zal vanaf de BERAP 2026 hierop worden aangepast. Er is geen sprake van een financieel risico omdat het beschikbare budget kaderstellend is en we de komende tijd op zoek gaan naar aanvullend budget. Hierbij kan gedacht worden aan financiering vanuit EU-subsidies of uit Programma Natuur.
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
Inhoudelijk rapporteren we hier alleen over de voortgang van de natuurontwikkelingsopgave. Voor de andere onderdelen wordt verwezen naar programma 3.1 Natuur. De natuurontwikkelingsopgave wordt uitgevoerd middels Natuer mei de Mienskip en vier gebiedsontwikkelingsprojecten: Achtkarspelen Zuid, Alde Feanen, Beekdal Linde en Koningsdiep. Algemeen geldt dat we verder gaan met de uitvoering van de natuurontwikkelopgave conform de besluitvorming van PS. Hiervoor is een realisatiestrategie opgesteld waar uitvoering aan wordt gegeven. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan het verkopen van ingerichte provinciale grond conform het uitvoeringskader verkoop gronden NNN.
Midterm Review NNN
In voorjaar 2025 is Healweis Weromsjen NNN over de voortgang van de realisatie van het NNN voorgelegd aan PS. In dit rapport is de voortgang en zijn de mogelijkheden voor realisatie van de opgave in 2027 aan u voorgelegd. Er is afgesproken dat er een vervolg wordt gegeven door een plan van aanpak m.b.t de versnellingsmogelijkheden uit te werken. Dit plan van aanpak is januari 2026 in PS besproken.
Natuer mei de Mienskip
Op basis van de verkenningen van de voorgaande jaren is duidelijker geworden waar kansen voor functiewijziging en inrichting liggen.
In de tweede helft van 2025 is de uitvoeringsorganisatie op sterkte gebracht. Per gebied zijn compacte teams samengesteld die de verkenningen verder hebben gebracht in plannen voor het vervolg. In een aantal gebieden is dit vervolg in gang gezet en zijn diverse contacten opgepakt om de concrete uitvoering ‘van onderop’ vorm te geven.
In het gebiedsproject Burgumermar & De Leijen is gewerkt aan een inrichtingsplan voor het deelgebied ’t Swartfean en een aanpak voor het gehele plangebied. Hierbij het uitzicht op de realisatie van 70 ha NNN.
Het oorspronkelijke loket Tsjoch op! heeft een nieuwe structuur en naam gekregen; Natuer op eigen Grûn. Grondeigenaren met initiatieven voor realisatie van het NNN kunnen terecht bij dit loket. De potentie voor dergelijke initiatieven is laag, in de voorgaande jaren is al vrij volledig in beeld gebracht welke kansen er liggen en zijn initiatieven verder gebracht of doorverwezen. Daarom is het loket in 2025 omgevormd naar een meer kennis en informatie gericht platform waar de Mienskip terecht kan met vragen over natuurontwikkeling, subsidies, regelgeving, etc. Begin 2026 wordt ook het digitale loket binnen de website hierop geënt.
Ook is er inzet op fondsenwerving en het vinden van koppelkansen om extra middelen beschikbaar te maken voor het NNN. Hier is in 2025 een vervolg aangegeven.
Gebiedsontwikkelingsprojecten
In 2025 vond in gebiedsontwikkelingsproject Beekdal Linde de uitvoering van het hermeanderingsbestek Linde plaats. Dit project wordt in 2026 afgerond. Daarnaast is gewerkt aan het financieel afronden van module 4 (Polder Ykenverlaat en gronden Ter Schure) en module 5 (Stuttebosch). En is gestart met de voorbereiding van de uitvoering van 17 ha NNN middels module 6. Daarnaast is gestart met het opstellen van een inrichtingsplan voor 140 ha waarvan ca. 70 ha in provinciaal eigendom is.
In 2025 is in het gebiedsontwikkelingsproject Achtkarspelen Zuid gestart met de uitvoering van de Droegehamstermieden (175 ha), gestart met de uitvoering van Reahel-East (182 ha), gestart met de uitvoering van de Surhuzumermieden (148 ha) en in z’n algemeenheid wordt verder gegaan met de uitvoering van het plan “Mieden op z’n Mooist”.
In 2025 is in het gebiedsontwikkelingsproject Alde Feanen gestart met de uitvoering van de inrichtingsmaatregelen en omvorming naar nieuwe natuur in het gebied Jandrukspolder/Wolwarren. In aanvulling op de natuurmaatregelen zijn een aantal projecten gerealiseerd met (mede) financiering uit de Regio Deal Zuid Oost, gericht op beleving van het gebied. Zo is een nieuwe vogelkijkhut gebouwd en een vogeleiland gerealiseerd. De weg Wolwarren is fietsvriendelijk ingericht en de parkeerplaats geoptimaliseerd. Ook is een wandel/fietsbrug aan de noordzijde vervangen. Daarnaast is een vervolg gegeven aan de voorbereiding van de uitvoering van de 4e module (38 ha).
In 2025 is in het gebiedsontwikkelingsproject Koningsdiep op basis van de uitkomsten van de MER voor de boven- en middenloop een inrichtingsplan opgesteld (350 ha). Daarnaast is voor de realisatie van 250 ha binnen dit inrichtingsplan een 5e module opgesteld. Samen met het Wetterskip Fryslân is najaar 2025 gestart met het vaststellen van deze plannen, zodat in 2026 gestart kan worden met de uitvoering van de 5e module.
In 2025 is verder gewerkt aan voorbereiding van de uitvoering van het inrichtingsplan Dulf Mersken (240 ha). Hiermee wordt zowel invulling gegeven aan de Natura 2000 doelstellingen als de waterdoelen. Het projectmanagement is verder vormgegeven en er zijn diverse onderzoeken uitgezet.
Hoe hebben de genoemde risico’s zicht ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Algemeen:
In deze paragraaf lichten we alleen de risico’s toe van de natuurontwikkelingsopgave. Over de risico’s van de rest van het Natuurpact rapporteren we in hoofdstuk 3.1 Natuur van deze begroting.
Ontwikkelopgave:
Tempo grondverwerving te laag - Indien het tempo van vrijwillige grondverwerving te laag is zullen de doelen voor de ontwikkelopgave en daarmee de KaderRichtlijn Water (KRW) en Natura 2000 niet worden gehaald. In april 2022 heeft PS op basis van de strategisch grondnota NNN een besluit genomen over het in te zetten instrumentarium. Hiermee wordt ingezet op het maximaal vrijwillig realiseren van natuur. Na 2028 kan voor prioriteit 1 en 2 NNN gerealiseerd worden op basis van volledige schadeloosstelling. Het eventueel inzetten van schadeloosstelling brengt wel hogere kosten met zich mee en voor maximaal vrijwillig kunnen realiseren is meer capaciteit nodig. Dit heeft op zichzelf weer een negatief effect op het aantal ha’s dat kan worden gerealiseerd met het budget.
Tempo van doorlevering van ingerichte natuurgrond te laag – Als het niet lukt om door de provincie verworven en als natuur ingerichte gronden door te verkopen aan een eindbeheerder heeft dit als gevolg dat de provincie dan kosten heeft voor het beheer maar ze kan zichzelf geen beheersubsidie toekennen. Als beheersmaatregel kunnen de beheerkosten dan worden gefinancierd uit het budget voor de ontwikkelopgave.
Onvoldoende budget voor de realisatie NNN – Op dit moment is er onvoldoende budget voor de realisatie van het NNN. Daarnaast is er nog een risico dat andere onderdelen van Natuurpact meer financiering nodig hebben en dit zou ten koste kunnen gaan van de realisatie van NNN. Als beheersing wordt ingezet op het maken van een financiële risicoanalyse, zodat er tijdig en goed beeld is van de financiële voortgang van het totale Natuurpact.
Onvoldoende beschikbare capaciteit – Voor de realisatie van het NNN is meer inzet van capaciteit nodig. Op dit moment zijn er zoveel ontwikkelingen in het landelijk gebied dat het beeld is dat er onvoldoende beschikbare capaciteit is om het NNN te realiseren. Zowel qua inzet als het vinden van personeel dat voldoende kennis en ervaring heeft. Zeker gezien de grote opgaven die aan de orde zijn in het landelijk gebied.
5. Programma Natuur
Terug naar navigatie - - 5. Programma NatuurWat wilden we bereiken?
Terug naar navigatie - 5. Programma Natuur - Wat wilden we bereiken?Programma Natuur
Terug naar navigatie - 5. Programma Natuur - Wat wilden we bereiken? - Programma NatuurDe provincies en het Rijk hebben als onderdeel van de structurele aanpak stikstof afgesproken om een gezamenlijk Programma Natuur op te stellen, aanvullend op het Natuurpact. Belangrijke hoofdlijn van het Programma Natuur is om condities te realiseren voor een gunstige staat van instandhouding (Svl) van alle soorten en habitats onder de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR). Hiermee wordt gestreefd, in samenhang met de andere maatregelen in de structurele aanpak stikstof, om aan de eisen te voldoen die de VHR stelt. De inzet richt zich vooral op maatregelen in en rond beschermde natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland).
De provincie heeft voor de periode 2021-2023 een Uitvoeringsprogramma Natuur opgesteld. Hierin is beschreven hoe gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan het realiseren van de condities, die nodig zijn voor een landelijk gunstige Staat van Instandhouding, waar bij aanvang van het programma sprake is van een te hoge stikstofdepositie voor stikstofgevoelige soorten en habitattypen in de provincie Fryslân. Op 15 november 2023 heeft de minister van N&S besloten om de uitvoeringstermijn van het programma Natuur te verlengen van ultimo 2025 naar ultimo 2026. Dit naar aanleiding van het verzoek van de provincies die aangaven meer tijd nodig te hebben om de maatregelen uit te kunnen voeren .
Programma Natuur kent ook een 2e fase. De planvorming hiervan is in 2024 gestart en heeft geresulteerd in een beschikking van het ministerie van LVVN die wij 4 november 2024 ontvingen, ter grootte van € 88 mln. Deze 2e fase loopt van 2024 tot 2032 De te treffen maatregelen hebben betrekking op het benodigde systeemherstel voor realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen.
Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2025 door Provinciale Staten?
Geen.
Wetgeving:
Wet Stikstof en Natuurherstel (WSN)
Wat heeft het gekost?
Voor het uitvoeringsprogramma Natuur hebben we een toezegging van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van € 44,8 mln. ontvangen , dit op basis van de ingediende plannen. De maatregelingen (€ 31 mln.) worden uitgevoerd door de terrein beherende organisaties (TBO) en door de provincie zelf. Verder kunnen de middelen ingezet worden voor grondaankopen (€ 10,7 mln.) en voor onderzoek en personeelsinzet (€ 3,2 mln.) . Onderling kan binnen het budget geschoven worden. Het totaalbedrag ad € 44,8 mln. is reeds ontvangen. Tot nu toe is er van dit bedrag ca. € 33,9 mln. besteed. Het zwaartepunt van de uitvoering ligt op de jaren 2024, 2025 en 2026. Niet bestede middelen gaan terug naar het ministerie. Jaarlijks vindt er een verantwoording plaats aan het Rijk over de stand van zaken. De eindafrekening vindt plaats ultimo 2026. Het verantwoordingsproces vindt plaats via SiSa.
Voor de 2e fase Programma Natuur heeft de provincie €88 mln. ontvangen. De uitvoering vindt grotendeels plaats via de terreinbeherende organisaties via de SKNL-regeling. In de periode september 2025 tot eind 2025 vond de eerste openstelling ter grootte van € 57 mln. plaats.
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
De 1e fase programma Natuur wordt uitgevoerd in 2024, 2025 en 2026 door de verschillende terrein beherende organisaties en via projecten die de provincie zelf uitvoert. Daarnaast is het uitvoeringsprogramma programma Natuur 2e fase vastgesteld en is een startgemaakt met het uitzetten van een SKNL-subsidieregeling zodat de terreinbeherende organisaties een subsidieaanvraag kunnen doen ter uitvoering van de maatregelen. De eerste subsidieaanvragen zijn aan het eind van 2025 ingediend.
Hoe hebben de genoemde risico’s zicht ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Uitvoeringsprogramma Natuur:
Alle provincies plegen een extra inspanning voor natuurherstel. Zij hebben ook allen hiervoor middelen ontvangen van het Rijk. Al deze werkzaamheden vragen ook veel capaciteit die niet bij iedere organisatie aanwezig is. Het risico is dat er landelijk te weinig capaciteit aanwezig is om alle werkzaamheden tijdig uit te voeren. LNV heeft ter verkleining van het risico een kennisbank opgezet om daarmee kennis met elkaar te delen waardoor de kwetsbaarheid daalt. Daarnaast is de uitvoeringsperiode met een jaar verlengd waardoor de verwachting is dat de maatregelen tijdig uitgevoerd kunnen worden.
Door de inflatie stijgen de kosten en kunnen projecten mogelijk niet binnen het budget worden uitgevoerd. Dit kan er toe leiden dat er keuzes moeten worden gemaakt over projecten die niet kunnen worden uitgevoerd. Wij gaan ervan uit dat het totaal beschikbare budget wordt benut ten behoeve van de geplande maatregelen en dat er geen restantbudget overblijft wat terug zou moeten vloeien naar LVVN. Daarmee zetten we binnen het programma maximaal in om maatregelen ten behoeve van de herstel van stikstofgevoelige natuur.
6. Uitvoeringsprogramma Maatregelen Landelijk Gebied (UMLG)
Terug naar navigatie - - 6. Uitvoeringsprogramma Maatregelen Landelijk Gebied (UMLG)Wat wilden we bereiken?
Terug naar navigatie - 6. Uitvoeringsprogramma Maatregelen Landelijk Gebied (UMLG) - Wat wilden we bereiken?Uitvoeringsprogramma Maatregelen Landlijk Gebied (UMLG)
Terug naar navigatie - 6. Uitvoeringsprogramma Maatregelen Landelijk Gebied (UMLG) - Wat wilden we bereiken? - Uitvoeringsprogramma Maatregelen Landlijk Gebied (UMLG)Uitvoeringsprogramma Maatregelen Landelijk Gebied
In de zomer van 2024 heeft het Rijk (Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) een positief besluit genomen voor de uitvoering van de maatregelpakketten Landelijk Gebied. De komende jaren wordt er gewerkt aan doelen op het gebied van water, natuur, klimaat en landbouw. Voor de uitvoering van de maatregelen is € 180 mln. beschikbaar gesteld. De uitvoering loopt tot en met december 2028 en voor een deel tot en met december 2032.
Vier maatregelpakketten
De uitvoering gebeurt via vier verschillende pakketten en 23 concrete maatregelen:
- Natuur: Dit pakket bevat maatregelen voor de uitvoering van de Friese bomen- en bossenstrategie, maatregelen die de instandhouding en verbetering van weidevogelgebieden stimuleren en kennisontwikkeling.
- Water & Bodem: Hierin gaat het om gebiedsplannen met duidelijke doorkijk naar uitvoering. Het doel is om het waterbeheer en de bodemkwaliteit te verbeteren.
- Klimaat & Veenweide: Dit pakket omvat zes maatregelen die volgen uit het vastgesteld Veenweideprogramma. De maatregelen richten zich op aanpassingen aan het watersysteem. Deze moeten bodemdaling tegengaan en de uitstoot van broeikasgassen verminderen.
- Landbouw: In dit pakket gaat het onder andere om het verlengen van de Noordelijke Investeringsregeling Reductie Stikstofemissie, het opzetten van een KPI-Doelsturing systematiek en de uitvoering van pilots voor mono mestvergisters in Zuidoost Fryslân.
Versnellingsmaatregelen 2022
In aanvulling op de uitvoering van de maatregelpakketten worden onder de vlag van dit programma ook vier versnellingsmaatregelen uitgevoerd. Dit zijn maatregelen waar in 2022 € 26,9 mln. Rijksfinanciering voor is toegekend. Deze maatregelen moeten uiterlijk 31 december 2028 zijn uitgevoerd.
Het gaat om:
- Versnelling Aldeboarn – De Deelen (maatregelen rondom vernatting)
- Versnelling Middelen-Doelenbeleid (pilotprojecten KPI systematiek)
- Versnelling N2000 Fochteloërveen (kadeherstel Fochteloërveen)
- Gelijkwaardige positie boeren in gebiedsproces
Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2025 door Provinciale Staten?
In 2025 zijn voor de uitvoering van het UMLG geen besluiten genomen door Provinciale Staten.
In november 2025 zijn de Staten geïnformeerd over de voortgang van het UMLG.
Maatregelen Landelijk gebied
x € 1.000,- |
Realisatie 2025 |
Realisatie t/m 2024 |
Nog te besteden t/m 2028 of 2032 |
|---|---|---|---|
Natuur |
|||
Bomen en bossen |
487 |
0 |
15.312 |
Kennisontwikkeling |
228 |
0 |
3.454 |
Weidevogels |
695 |
0 |
22.755 |
Subtotaal Natuur |
1.409 |
0 |
41.522 |
Water en bodem |
20 |
0 |
430 |
Klimaat en veenweide |
445 |
0 |
45.299 |
Landbouw en sociaaleconomisch |
338 |
0 |
89.637 |
Versnellingsvoorstellen |
4.158 |
1.787 |
21.003 |
Eindtotaal |
6.370 |
1.787 |
197.890 |
Wat heeft het gekost?
In september 2024 is de beschikking voor de middelen ontvangen. Daarmee was 2025 het eerste echte jaar van de uitvoering. In dit jaar is circa €2.4 mln. daadwerkelijk uitgegeven.
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
In 2025 wilden we de de Versnellingsagenda 2022 uitvoeren en starten met de uitvoering van de Maatregelpakketten Landelijk gebied.
Voor de uitvoering van vier versnellingsvoorstellen, Fochteloërveen, Aldeboarn de Deelen, van middelen- naar doelen beleid en gelijkwaardige positie boeren in het gebiedsproces is in 2022 via een regeling van de minister van Natuur en Stikstof, € 26,9 mln. ontvangen. Deze middelen zijn bedoeld om de gebiedsgerichte aanpak voor natuur, inclusief stikstof, water en klimaat te versnellen. Het college heeft in 2024 een verlenging aangevraagd en deze is toegekend. Daarmee hebben we tot en met 2028 om tot uitvoering te komen. In dit jaar is circa €4,2 mln. daadwerkelijk uitgegeven.
Voor de uitvoering van de maatregelpakketten is in 2025 een stevige organisatie neergezet die zorg draagt voor de uitvoering van de 23 maatregelen. Bij de verkenning van de uitvoering bleek dat niet alle maatregelen uitvoerbaar waren zoals oorspronkelijk gepland. Hiervoor is een verlengingsverzoek voor ingediend bij het Rijk. Voor de onderdelen MRP Natuur (Weidevogels), MRP Klimaat en Veenweide en MRP Landbouw (KPI/Doelsturing) heeft het Rijk de verlenging om tot en met 2032 uit te voeren goedgekeurd. Voor de andere maatregelen blijft de deadline van 31 december 2028 staan.
De volgende zaken zijn o.a. gerealiseerd in het eerste jaar van uitvoering:
- Openstelling subsidieregelingen. Twee subsidieregelingen zijn opengesteld vanuit het Maatregelpakket Natuur voor respectievelijk 'Bomen en Bos binnen NNN' en 'Optimalisatie Weidevogelbiotoop'.
- Start Pilots. Daarnaast zijn twee pilots gestart. Eén om de werkwijze voor KPI Doelsturing te testen (Maatregelpakket Landbouw) en de ander voor het opstellen van gebiedsplannen met als focus waterkwaliteit en waterkwantiteit (Maatregelpakket Water en Bodem).
- Voorbereiding van subsidieverlening. Vanuit het maatregelpakket Landbouw is de subsidieverlening van de pilot Wijnjewoude Energie Neutraal voorbereid. Onder voorbehoud van de vergunningen kan het initiatief in 2026 van start met de uitvoering.
- Uitzetten onderzoeken. In 2025 zijn circa 20 onderzoeken uitgezet vanuit het onderdeel 'Kennisontwikkeling' binnen het Maatregelpakket Natuur. Onderzoeken gaan over o.a. de grote vuurvlinder of groenblauwe dooradering.
- Haalbaarheid en Doelbereiksonderzoek. Voor de uitvoering van het Maatregelpakket Klimaat en Veenweide bleek dat de toegekende middelen niet voldoende zijn om alle maatregelen in de vier koploper gebiedsprocessen tot uitvoering te brengen. Advies en ingenieursbureau TAUW heeft daarom in 2025 een haalbaarheids- en doelbereikanalyse opgeleverd. Op basis van de analyse van TAUW adviseert het Bestjoerlik Oerlis Feangreiden (BOF) GS over de inzet van deze middelen.
- Realisatie Dashboard. Om de voortgang van het UMLG te monitoren is een dashboard opgezet waarin de financiën en voortgang gemonitord worden.
Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Met het wegvallen van het transitiefonds in 2024 was het voorziene risico dat maatregelen niet volledig konden worden uitgevoerd. Dit risico doet zich nu met name voor in het Maatregelpakket Klimaat en Veenweide. Immers; op basis van de toegekende financiering kunnen niet alle maatregelen in alle vier gebieden worden uitgevoerd.
In het afgelopen jaar zijn er ook nieuwe risico's ontstaan:
- Slot op Vergunningverlening (Stikstofuitspraak/december 2024): Voor het MRP Landbouw staan door de Stikstofuitspraak twee maatregelen on hold. De maatregelen 'laaghangend fruit' en 'hooghangend fruit' raken direct de vergunningverlening en kunnen daardoor op dit moment niet (volledig) worden uitgevoerd.
- Geen staatssteunkader: De uitvoering van de maatregel 'duurzaam behoud weidevogelgrasland' is afhankelijk van het staatssteunkader in de Catalogus Groen Blauwe Diensten. Dit ligt voor ter notificering in Europa maar het is nog ongewis of dit wordt goedgekeurd.
- Onvoldoende budget voor realisatie: Voor de uitvoering van het Maatregelpakket Veenweide was oorspronkelijk € 60 mln. aangevraagd, maar is € 45 mln. toegekend. Dit betekent dat minder uitgevoerd kan worden dan oorspronkelijk beoogd. In 2026 wordt duidelijk in welke mate en waar het maatregelpakket Veenweide uitgevoerd kan worden.
- Onvoldoende capaciteit bij de TBO's of collectieven; Bij de openstellingen van de twee subsidieregelingen kregen we als signaal terug van TBO's en collectieven wel een aanvraag willen doen, maar de capaciteit er niet voor hebben. Dit betekende dat het aantal aanvragen achterbleven bij de verwachting en dus ook de besteding. In 2026 wordt in overleg met TBOs en collectieven gekeken wat haalbaar en werkbaar is.
7. Veenweide
Terug naar navigatie - - 7. VeenweideVeenweide
Terug naar navigatie - 7. Veenweide - VeenweideVeenweide verdelen we onder in:
7a. Veenweideprogramma 2021-2030
7b. Gebiedsontwikkeling Aldeboarn De Deelen
7c. Gebiedsontwikkeling Hegewarren
7d. Gebiedsontwikkeling Idzegea
7a. Veenweideprogramma 2021-2031
Terug naar navigatie - - 7a. Veenweideprogramma 2021-2031Wat wilden we bereiken?
Terug naar navigatie - 7a. Veenweideprogramma 2021-2031 - Wat wilden we bereiken?Veenweideprogramma 2021 - 2030
Terug naar navigatie - 7a. Veenweideprogramma 2021-2031 - Wat wilden we bereiken? - Veenweideprogramma 2021 - 2030In het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 hebben landen afgesproken om de opwarming van de aarde te beperken tot minder dan 2 graden. Als uitvloeisel hiervan werd in Nederland op 2 juli 2019 de Klimaatwet van kracht. Het Veenweideprogramma richt zich op het realiseren van een bijdrage aan de CO2-uitstootreductie zoals vastgelegd in de Klimaatwet. In het Nationaal Klimaatakkoord maakten overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties in 2019 afspraken over de realisatie van de doelen uit de Klimaatwet. Het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet bevestigt bestaande afspraken t.a.v. klimaat en vormt daarmee een stimulans om uitvoering te blijven geven aan het Veenweideprogramma.
Onze ambitie voor de lange termijn (2050) is een blijvend evenwicht, waarin veenafbraak, bodemdaling en CO2-uitstoot nagenoeg zijn gestopt. De kwaliteit van landschap en natuur is verbeterd. Ook de leefbaarheid en vitaliteit staan op een hoog peil; de landbouw heeft zich aangepast aan de veranderde omstandigheden en recreatie en toerisme hebben zich verder ontwikkeld. Om tot deze ambitie te komen richten we ons voor 2030 op de volgende veenweidedoelen:
- De negatieve effecten van bodemdaling zijn verminderd (gemiddeld 0,2 cm minder bodemdaling per jaar): Enerzijds door de absolute bodemdaling te beperken, anderzijds door de negatieve effecten te beperken, mitigeren of te compenseren. Dit moet ertoe leiden dat schade aan woningen, wegen en infrastructuur wordt beperkt, de stijging van kosten van waterbeheer in het gebied ook in de toekomst beperkt blijft, de verdroging van natuurgebieden is afgenomen, en het landschap en de cultuurhistorie van het veenweidegebied herkenbaar blijven.
- De uitstoot van broeikasgassen uit de veenbodem is in 2030 met 0,4 megaton CO2 equivalenten per jaar afgenomen.
- De landbouw heeft een duurzaam toekomstperspectief.
- Het watersysteem is waterrobuust en klimaatbestendig ingericht.
De uitvoering van het Veenweideprogramma vindt plaats in de gebiedsprocessen. Deze processen lopen in drie ontwikkelgebieden, Aldeboarn-De Deelen, de Hegewarren en Idzegea, terug te vinden als apart project in deze begroting. Ook zijn er drie kansrijke gebieden, Groote Veenpolder, Leechlân Grou-Warten en Akkrumer Goedland. Ontwikkelgebieden hebben prioriteit boven kansrijke gebieden en zijn verder in de uitvoering en planvorming.
Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2025 door Provinciale Staten?
Geen.
Wat heeft het gekost?
Kosten Veenweide algemeen |
Begroot |
Besteed t/m 2025 |
Saldo |
|---|---|---|---|
Programmalijnen werkplannen |
€ 36.823.611 |
€ 11.389.705 |
€ 25.433.906 |
Regiodeal NIL |
€ 665.624 |
€ 331.787 |
€ 333.837 |
Funderingsaanpak |
€ 14.583.550 |
€ 1.955.040 |
€ 12.628.510 |
NL2120 |
€ 19.446.325 |
€ 3.145.982 |
€ 16.300.343 |
Hoogwatercircuits (door Wetterskip Fryslân) |
€ 6.300.000 |
€ 1.800.000 |
€ 4.500.000 |
Investeringen door Wetterskip Fryslân |
€ 7.500.000 |
€ 0 |
€ 7.500.000 |
Maatregelpakket ontwikkelgebieden |
€ 44.743.780 |
€ 445.074 |
€ 44.298.706 |
Totalen |
€ 130.062.890 |
€ 19.067.588 |
€ 110.995.302 |
Financiering Veenweide algemeen |
Begroot |
Ontvangen t/m 2025 |
Saldo |
Provincie Fryslân |
€ 36.740.348 |
€ 36.740.348 |
|
Wetterskip Fryslân |
€ 26.394.750 |
€ 5.733.073 |
€ 20.661.677 |
Gemeenten |
€ 1.044.000 |
€ 468.668 |
€ 575.332 |
Rijk |
€ 61.384.624 |
€ 4.386.680 |
€ 56.997.944 |
Overig |
€ 4.499.168 |
€ 156.415 |
€ 4.342.753 |
Totalen |
€ 130.062.890 |
€ 10.744.836 |
€ 119.318.054 |
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
Naar verwachting wordt er begin 2026 ingestemd door de Europese Commissie met de Compensatiesystematiek Veenweide (CSV). Dit is een belangrijk instrument om in Fryslân te komen tot uitvoering.
Op dit moment is er onvoldoende budget om de doelstellingen uit het Veenweideprogramma 2021 – 2030 te realiseren. Bij de risico’s gaan we daar verder op in.
In 2025 hebben we binnen de programmalijnen de volgende werkzaamheden uitgevoerd:
P1 Waterbeheer en klimaatadaptatie
- Voortzetting en verdere uitrol van de projecten met flexibel peilbeheer (‘hoger als het kan, lager als het moet’) ;
- Als onderdeel van de integrale aanpak de Kaderrichtlijn water-maatregelen voor waterkwaliteitsverbetering meenemen in de gebiedsgerichte aanpak.
- Inzet op de problematiek rondom funderingsschade en het borgen van de effectiviteit van hoogwatercircuits
- Ondersteuning van planvorming voor waterkwantiteit; zoet water toevoer en waterberging.
P2 Bodem en grondgebruik
- Begeleiden proeven VIPNL voor overlagen, klei in veen en profielkeren, excursies organiseren en resultaten delen.
- Klei in veen op praktijkschaal beproeven met boeren uit de Groote Veenpolder
- Uitvoeren onderzoek verbeteren vochttoestand en het bewerken van mest
- Aanleggen demonstratieveld Hegewarren om de effecten van beweiding op draagkracht in kaart te brengen.
- Inhoudelijk bijdragen aan opzet VIPNL-onderzoek ‘Weide en Water’.
- ondersteunen praktijknetwerk van boeren en loonwerkers voor duurzame maisteelt voor minimale grondbewerking en een gewasbeschermingsmiddelenvrije maisteelt.
P3 It Nije Buorkjen
- Voorlichting en advies geven over bedrijfseconomisch perspectief na peilverhoging.
- Inzetten op goedkeuring CSV door Europese commissie voor uitrol CSV in de ontwikkelgebieden
- Uitrollen GLB Samenwerkingsregeling voor peilverhoging (en extensivering)
- GLB-praktijkbedrijven opgestart.
- Stimuleren van initiatieven die werken aan een passende ontwikkeling van de vegetatie onder natte condities en geschikt blijvend voor melkproductie.
- Bevloeiingsproef Brekkenpolder opgestart.
- Uitwerken kringlooplandbouw meegenomen bij ontwikkeling innovatiebedrijf Hegewarren.
P4 Natuur en biodiversiteit
- In 2025 is de landschaps-ecologische systeemanalyse (LESA) uitgevoerd door Altenburg en Wymenga in samenwerking met een brede adviesgroep met alle partners uit het veenweidegebied. In de eerste helft van 2026 wordt deze opgeleverd in een webtool, om de bruikbaarheid van de LESA te vergroten. Daarnaast is (gekoppeld aan de LESA opdracht) gestart met de uitwerking van een maatregelimpact-overzicht, dat inzichtelijk maakt welke impact mogelijke maatregelen hebben, gedifferentieerd naar de verschillende type veengebieden in de LESA. De LESA en de maatregelimpactmatrix dienen komend jaar als bouwsteen in de voorbereiding van de herijking van het Veenweideprogramma. Per gebied is uitwerking gegeven aan verschillende vormen van gebiedsspecifieke onderzoeken gericht op het landschaps-ecologische systeem passend bij de behoefte van het gebied.
- In het veenweidegebied is generiek archeologisch onderzoek gedaan naar waardevolle vindplaatsen. Generieke kennis stelt ons in staat de (potentiële) waarde van de archeologie in de kansrijke gebieden nauwkeuriger te bepalen. Deze kennis is nodig voor het preciezer bepalen van de noodzaak en vorm van nader onderzoek in geval van ingrepen in de gebieden. Met name in de Hegewarren is vanwege werkzaamheden op verschillende plekken al diepgaand onderzoek gedaan. In de andere gebieden is nog geen sprake van werkzaamheden waarbij de impact dermate groot is dat de urgentie voor diepgaand archeologisch onderzoek aanwezig is.
- Het projectplan voor onderzoek naar CO2 vastlegging is in samenwerking met het waterbedrijf op de Hegewarren opgesteld. In verband met regelgeving is er niet eerder begonnen met de proef, naar verwachting kan de proef dit voorjaar van start. Daarnaast is er in 2025 in vervolg op een studie van Altenburg & Wymenga over kruidenrijk grasland bij hogere peilen een praktijkproef op de Hegewarren gestart. De omvorming naar kruiden- en faunarijk grasland op veen door vernatting en extensivering lijkt vaak moeilijker te zijn dan verwacht in verband met de aanwezigheid van dominante soorten als Pitrus. In 2025 is het projectplan geschreven, zijn de eerste percelen ingericht en is gestart met de 0-meting. In 2026 worden de eerste resultaten verwacht.
P5 Integrale gebiedsaanpak
Separaat wordt nader ingegaan op de drie belangrijkste gebiedsprojecten (ontwikkelgebieden) van Veenweide, namelijk Aldeboarn de Deelen, Hegewarren en Idzegea. Daarnaast wordt vanuit Veenweide nog een aantal gebiedsprocessen actief ondersteund:
Groote Veenpolder: Het Bestjoerlik Oerlis Feangreide (BOF) heeft in 2025 positief gereageerd op het advies van de projectleider over de toekomst van het gebiedsproces. Het beeld is, dat er in het gebied veel wantrouwen is naar elkaar en naar de overheid. Ook is er in het gebied weinig energie om met elkaar een breed gedragen gebiedsproces op te zetten. Het advies is, om aan de overheid duidelijke kaders te vragen, waarbinnen er van onderop weer vertrouwen en initiatief kan groeien. In de tussentijd moet er goed onderzoek worden gedaan naar de vermeende wegzijging van grondwater naar de Noordoostpolder. Individuele hoorzittingen met de mensen in het gebied kunnen bijdragen aan het in beeld brengen van informatie, verwachtingen en zorgen. Alles bij elkaar kan dit een mogelijke basis vormen voor verdere gesprekken in de toekomst.
De Proeftuin Bodem en de bijbehorende Initiatiefgroep blijven actief met onderzoek, vergelijking en onderlinge uitwisseling zodat de Groote Veenpolder een plek blijft waar leren belangrijker is dan gelijk krijgen. De Proeftuin Bodem heeft zich bewezen als een waardevolle leeromgeving waarin boeren, onderzoekers en bestuurders samen ervaring opdoen met bodemmaatregelen.
Leechlan Grou-Warten: We gaan verder met de verkennende fase in het Leechlân. Met draagvlak in het gebied beginnen we aan de projecten zoals genoemd in het startdocument dat in april ’24 door het BOF is vastgesteld. De ervaringen en resultaten hiervan vormen de bouwstenen voor de verdere planuitwerking.
Akkrumer Goedland: We geven uitvoering aan de initiatieven om te komen tot een collectief verdienmodel vanuit de doelstellingen Veenweide. Hiervoor wordt concreet invulling gegeven aan de opgave van het landelijke Groeifonds (NL2120) en samengewerkt met Innovatiepolder Hegewarren.
P6 Onderzoek en monitoring
Op het gebied van onderzoek en monitoring gaan we het volgende doen:
- In 2025 is de nauwe samenwerking met het NOBV voortgezet. Vanuit het programma nemen twee leden deel aan de begeleidingscommissie van het NOBV.
- We hebben een financiële bijdrage geleverd aan een landelijke verkenning naar bodemvochtmetingen middels detectie van gammastraling. Deze verkenning loopt nog door in 2026.
- Er is een eerst aanzet gedaan tot het maken van een dashboard om de voortgang van het programma te monitoren. Hier wordt in 2026 verder invulling aan gegeven.
- Ook in 2025 hebben we het meten aan de uitstoot van broeikasgassen met eigen zogenaamde eddy covariance meetmasten voortgezet. Deze metingen helpen om inzicht te krijgen in de effectiviteit van verschillende maatregelen om het veen te behouden. Deze metingen lopen ook in 2026 door.
- Jaarlijks wordt er een meetronde gedaan om de bodemdaling in het veenweidegebied te volgen. Deze meting op een dertigtal percelen heeft ook in het vroege voorjaar van 2025 plaatsgevonden.
- Het monitoren van grondwaterstanden en bodemvochtmetingen is een doorlopende monitoring en heeft ook in 2025 plaatsgevonden. Deze metingen helpen bij het inzichtelijk krijgen van de effecten van verschillende maatregel om het veen te vernatten. De jaarlijkse analyses hiervan hebben ook in 2025 plaatsgevonden.
- Ook in 2025 is weer een monitoringsronde uitgevoerd op het voorkomen van leverbot. In 2026 wordt de laatste ronde gedaan.
- In 2024 is gestart met het monitoren van het effect van verhoogde grondwaterpeilen op mestkelders. Hiertoe zijn er in voorkomende situaties peilbuizen geplaatst. Dit onderzoek loopt ook in 2026 door.
- Het valideren van maaiveldhoogtes van de AHN middels landmeetkundige metingen is nog niet opgestart. Wel zijn er in de praktijk wat metingen gedaan in het kader van de GLB samenwerkingsregeling. In 2026 wordt de validatie verder opgepakt middels een bijdrage aan een landelijk onderzoek naar dit onderwerp.
- De monitoring van de waterkwaliteit en ecologie is in 2025 flink opgeschaald. Deze monitoring loopt ook in 2026 door.
- Er wordt één vuilstort in het gebied Aldeboarn – De Deelen gemonitord. In 2026 wordt bekeken of er meer monitoring bij andere voormalige vuilstorten noodzakelijk is.
P7 Funderingen
Continueren uitvoering Funderingsaanpak, inclusief de moties bij de Funderingsaanpak:
-
P7 Funderingen
Continueren uitvoering Funderingsaanpak, inclusief de moties bij de Funderingsaanpak:- Funderingsloket (operationeel sinds maart 2024) verder uitbouwen en ontwikkelen om woningeigenaren te helpen met informatie en stappen naar funderingsonderzoek en -herstel incl. subsidies, financieringsmogelijkheden en psychosociale begeleiding
- Subsidieregeling funderingsonderzoek (incl. kwijtschelding eigen bijdrage) uitvoeren sinds openstelling januari 2024
- Subsidieregeling funderingsherstel (incl. hardheidsclausule voor bijzondere gevallen) uitvoeren sinds openstelling juni 2025
- Het landelijke Fonds Duurzaam Funderingsherstel is sinds juli 2025 in werking
- Doorpakken op code rood gevallen; 12 van de 13 gevallen hebben een besluit ontvangen en er is een nazorgplan (tot in ieder geval 31 december 2027) Code Rood opgemaakt (Provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân en gemeente Weststellingwerf) voor ondersteuning en advies. De eigenaren van het laatste en zeer complexe adres zijn ook in 2025 geadviseerd en ondersteund; zij hebben hun opties nog in beraad en begeleiding wordt gecontinueerd
- Evaluatie van de in dec 2022 door PS en AB aangenomen moties: in 2025 is de Tussenevaluatie “Wat je niet ziet bestaat wel” opgeleverd (PS juni 2025), betreffende de uitvoering van de moties (PS/AB juli 2023) en de oorspronkelijke Funderingsaanpak (PS dec 2022). De aanbevelingen zijn uitgewerkt naar acties en via het Werkplan 2026 met een begeleidende brief (id nr. 2465132) voorgelegd aan PS.
- Financiële verbreding Funderingsaanpak is uitgevoerd door aan te blijven sluiten bij het Rijk, sinds vóór 2022 mee te doen in de voorbereidingen van de Nationale Aanpak Funderingsproblematiek en in zomer 2025 is Fryslân aangewezen als pilotgebied in de Gebiedsgerichte leeraanpak (GGLA) waar het Rijk middelen voor beschikbaar stelt. Een eerste bijdrage heeft Den Haag via de Decembercirculaire toegekend op basis van onze aanvraag voor het opstellen van een plan van aanpak voor Gebiedsgerichte aanpak als eerste stap naar de GGLA.
Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Onvoldoende bezetting door een krappe arbeidsmarkt blijft een risicofactor, vooral bij de Funderingsaanpak. De tijd die nodig is voor beslissingen aan de kant van bewoner-eigenaren kan lijken op vertraging terwijl ook het gunnen van tijd aan de woningeigenaren onderdeel van de aanpak is. Daarnaast is Fryslân landelijk gezien voorloper in het aanpakken van funderingsproblematiek, wat pionieren en dus tijd investeren betekent.
Al met al blijkt dat er geprioriteerd en getemporiseerd is binnen de Funderingsaanpak: de openstelling van de herstelregeling funderingsschade was eind juni 2025 beïnvloed door de voorname aandacht aan Code Rood. Het temporiseren van de subsidieregelingen heeft direct effect op de besteding van het budget Funderingsaanpak tot 2030. Ook ontbreekt tot nu toe de grote toeloop op de subsidieregelingen. De financiële verbreding van de Funderingsaanpak is in 2025 ingezet en verder uitgewerkt via de GGLA, maar niet eerder dan halverwege 2026 zal de omvang, ook financieel, van de GGLA duidelijk worden.
Onvoldoende budget voor de realisatie: zoals bij de vaststelling van het FPLG is aangegeven is zo’n € 1,4 mld. nodig om het Veenweideprogramma tot uitvoering te brengen, inclusief de aanpak funderingen. Met het wegvallen van het Transitiefonds Landelijk Gebied wordt voor de financiering gekeken naar overige financieringsbronnen vanuit het Rijk en Europa. Het is nog onvoldoende duidelijk welke financieringsbronnen waarvoor beschikbaar komen en in hoeverre dit ingezet kan worden voor de uitvoering van het Veenweideprogramma. Duidelijk lijkt wel dat er onvoldoende budget is om de bestuurlijke taakstelling in 2030 te realiseren. Het is op dit moment niet te zeggen of de financiële verbreding van de Funderingsaanpak haalbaar is, omdat dit afhangt van de landelijke beleidsontwikkeling.
Onvoldoende tempo in de grondverwerving: Invulling van de opgaven in de gebiedsprocessen vraagt de mogelijkheid om af te kunnen waarderen en te kunnen compenseren. Grond is hierin cruciaal. Tot op heden hebben we onvoldoende grond beschikbaar in de verschillende gebieden om te kunnen afwaarderen en compenseren en kunnen wij onvoldoende snel handelen.
7b. Aldeboarn-De Deelen
Terug naar navigatie - - 7b. Aldeboarn-De DeelenWat wilden we bereiken?
Terug naar navigatie - 7b. Aldeboarn-De Deelen - Wat wilden we bereiken?Aldeboarn - De Deelen
Terug naar navigatie - 7b. Aldeboarn-De Deelen - Wat wilden we bereiken? - Aldeboarn - De DeelenAldeboarn- De Deelen is één van de ontwikkelgebieden in het Veenweideprogramma 2021-2030. Binnen deze gebieden liggen er op inhoudelijke gronden en vanuit maatschappelijke energie veel kansen, én zijn er middelen om aan de slag te gaan. In het gebied loopt sinds 2016 een proces ‘van onderop’, gestart door burgers en boeren uit het gebied zelf . GS heeft in 2021 een breed samengestelde gebiedscommissie ingesteld met de opdracht om een integraal ontwerp gebiedsplan op te leveren.
Eind 2023 is, als tussenstap naar een ontwerp gebiedsprogramma, door de gebiedscommissie een lange termijn visie (het Koersdocument) vastgesteld. De betrokken overheden (GS, DB Wetterskip en colleges van B&W van de drie betrokken gemeenten) hebben dit Koersdocument inmiddels als inspirerend en richtinggevend betiteld en uitgesproken er in gezamenlijkheid met de gebiedspartners verder invulling aan te willen geven. Het doel daarbij is de leefbaarheid en vitaliteit van het gebied, waarbij de opgaven uit het veenweideprogramma en het Maatregelpakket Klimaat & Veenweide, maar ook de ambities uit het gebied zelf integraal onderdeel zijn te bevorderen. Het Koersdocument is tevens ter kennisgeving aan de Staten toegezonden.
Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2025 door Provinciale Staten?
Geen.
Wat heeft het gekost?
Kosten Aldeboarn-De Deelen |
Begroot |
Besteed t/m 2025 |
Saldo |
|---|---|---|---|
Gebiedsproces |
€ 4.716.953 |
€ 3.453.347 |
€ 1.263.607 |
Vastgoed |
€ 32.484.920 |
€ 6.955.010 |
€ 25.529.910 |
Regiodeal NIL |
€ 1.392.188 |
€ 534.183 |
€ 858.005 |
Totalen |
€ 38.594.061 |
€ 10.942.540 |
€ 27.651.522 |
Financiering Aldeboarn-De Deelen |
Begroot |
Ontvangen t/m 2025 |
Saldo |
Impulsgelden (SPUK) |
€ 7.000.000 |
€ 1.116.711 |
€ 5.883.289 |
IBP-VP (SPUK) |
€ 4.913.223 |
€ 5.717.331 |
-€ 804.108 |
Klimaatenvelop (DUK) |
€ 3.150.000 |
€ 3.150.000 |
€ 0 |
Versnellingsagenda (SPUK) |
€ 21.846.750 |
€ 0 |
€ 21.846.750 |
Pachtopbrengsten |
€ 291.900 |
€ 424.315 |
-€ 132.415 |
Regiodeal NIL fase 1 (SPUK) |
€ 317.425 |
€ 317.425 |
€ 0 |
Regiodeal NIL fase 1 (via Stichting Koningsdiep) |
€ 82.575 |
€ 82.575 |
€ 0 |
Regiodeal NIL fase 2 2022-2024 (SPUK) |
€ 992.188 |
€ 134.183 |
€ 858.005 |
Totalen |
€ 38.594.061 |
€ 10.942.540 |
€ 27.651.522 |
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
- In oktober 2025 heeft de Gebiedscommissie ADD aan de overheden (provincie, Wetterskip en betrokken gemeenten) voor ADD Zuid (ca 2.000 ha landbouwgrond en ruim 500 ha natuurgrond) een voorstel voor structurele verhoging van de grondwaterstanden (peilscenario ADD Zuid). Voorafgaand aan aanbieding aan de overheden is het peilscenario ook met de boeren in het gebied zelf besproken. Het peilscenario behelst verhoging van de grondwaterstand tot gemiddeld 40 cm onder maaiveld voor reguliere landbouwgrond en tot 20 cm onder maaiveld voor het overgangsgebied rondom het Natura 2000 gebied De Deelen. Ook bevat het een concrete uitwerking van de voor deze peilverhoging noodzakelijke aanpassingen aan het watersysteem.
- Het peilscenario is ontwikkeld in samenspraak met alle stakeholders en wordt gedragen door de boeren in het gebied zelf. Het is daarbij de bedoeling dat de met het plan gepaard gaande vermogens- en inkomensschade voor de grondeigenaren en -gebruikers vergoed wordt aan de hand van de Compensatiesystematiek Veenweide (CSV). Deze CSV hebben wij in 2024, gelijktijdig met het DB van het Wetterskip vastgesteld en ligt op dit moment nog ter beoordeling voor bij de Europese Commissie. We hopen daar begin 2026 groen licht voor te krijgen.
- In de CSV systematiek krijgen de boeren de keuze of ze de nadeelcompensatie willen krijgen uitgekeerd in geld of in de vorm van extra grond. De boeren die hun bedrijf willen voortzetten zullen voornamelijk kiezen voor grondcompensatie. Ten behoeve van dit laatste is in het plan ook voorzien in een (wettelijk) herverkavelingsproces. Dit is nodig om de aan te bieden compensatiegrond ook daadwerkelijk op de ‘goede plek’ te krijgen.
- Het gebied ADD is, als onderdeel van het focusgebied ‘Hart van het Noorden’, door het ministerie van LVVN ook aangewezen als aandachtsgebied onder het programma Ruimte voor Landbouw en Natuur. Hierdoor krijgen we vanuit het Rijk extra ondersteuning, onder meer door inzet van het Kadaster, dat capaciteit beschikbaar stelt om op basis van de Omgevingswet een Ontwerp Inrichtingsprogramma en -Inrichtingsbesluit voor te bereiden en om de toepassing van CSV en herverkaveling te ondersteunen.
- De kosten voor uitvoering van dit gehele plan voor ADD Zuid (verhoging grondwaterstand gecombineerd met een herverkavelingsproces) worden ruwweg begroot op ca. € 54 mln. (inclusief prijsindexatie, onvoorzien en de ca. € 10 mln. aan ontwikkelkosten welke reeds zijn uitgegeven). Deze kosten kunnen in principe volledige gedekt worden uit reeds voor het gebied beschikbaar gestelde middelen: met name de verschillende voor ADD beschikbaar gestelde doeluitkeringen (SPUK’s) en de GLB subsidie voor in het watersysteem, welke naar verwachting begin 2026 zal worden toegekend. Hiervoor is het echter wel nodig dat de looptijden van de betreffende SPUK’s door het Rijk worden verlengd (we verwachten voor de daadwerkelijke realisatie en uitvoering nog wel tot 2032 nodig te hebben) en het toepassingsbereik wordt verbreed. Hierover zijn we met het Rijk in gesprek. Het is de bedoeling om uiteindelijk in het voorjaar 2026 een concreet besluit over het ingaan van deze volgende fase in ADD Zuid te nemen.
- In deze volgende fase zal mogelijk ook de MER beoordeling moeten worden uitgevoerd.
- In 2025 zijn verder de Hoger Als het Kan en Lager Als het Moet (HAKLAM) pilot en de projecten in het kader van de Regiodeal NIL (RD NIL) afgerond en afgerekend. De resultaten hebben mede als input gediend voor het peilscenario ADD Zuid. De overgebleven ADD-middelen van RD-NIL verwachten wij in 2026 uitgekeerd te krijgen en willen wij dan toevoegen aan de dekkingsmiddelen voor de uitvoering van ADD Zuid.
- Door de focus op ADD zuid en gebrek aan capaciteit is de ontwikkeling van een peilscenario en de uitwerking van het Aanvalsplan Grutto voor ADD Noord nog niet opgepakt. Dit willen we nu in 2026 doen.
Hoe hebben de genoemde risico’s zicht ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
De risico’s van het ‘koploperschap’ van ADD komen we in de dagelijkse praktijk regelmatig tegen. Dit uit zich voor een groot deel ook in het moeten maken van keuzes die mogelijk doorwerken in andere gebiedsprojecten. Bijvoorbeeld bij de vraag om peilindexatie[1], beheerskosten, het afstemmen van de verschillende wettelijke kaders (herverkaveling en peilbesluit) etc. Dit leidt telkens weer tot onvoorziene vraagstukken met risico van vertraging.
Een ander risico is dat het Rijk niet instemt met de door ons voorgestelde aanpassingen in de aanwending van de beschikbare middelen. In dat geval is de dekking onvoldoende en kan het project in de voorziene vorm geen doorgang vinden. Gezien de constructieve houding van het Rijk achten we dit risico vooralsnog beperkt.
[1] Peilindexatie = het, na initiële peilverhoging, geleidelijk mee laten dalen van de grondwaterstand met de resterende maaivelddaling, zodat de drooglegging (de ‘-40 cm’) gelijk blijft,
7c. Hegewarren
Terug naar navigatie - - 7c. HegewarrenWat wilden we bereiken?
Terug naar navigatie - 7c. Hegewarren - Wat wilden we bereiken?Hegewarren
Terug naar navigatie - 7c. Hegewarren - Wat wilden we bereiken? - HegewarrenDe Hegewarren is één van de ontwikkelgebieden in het Veenweideprogramma 2021-2030. De bodem in de Hegewarren zakt en het waterbeheer wordt er ingewikkelder. Door het dalende veen komt er veel CO2 vrij en door lagere grondwaterstanden verdrogen omliggende natuurgebieden. Daarnaast ligt de Hegewarren naast het stikstofgevoelige natuurgebied De Alde Feanen. De peilen moeten omhoog om de problemen op te lossen. Dat heeft ingrijpende gevolgen voor de mensen die in en om de Hegewarren wonen en de grond gebruiken. Daarom is juist hen gevraagd om na te denken over een goede invulling van het gebied met een hoger waterpeil.
Bijna een jaar lang heeft een groep inwoners en betrokkenen uit en rondom de Hegewarren gewerkt aan oplossingen voor de toekomst van de Hegewarren in het veenweidegebied. Ze deden dat in een zogenaamd co-creatieproces. In 2022 heeft u op basis van de resultaten uit dat proces het besluit genomen om de polder om te vormen naar een waterrijk gebied met veel ruimte voor natuur en recreatie.
Voor veehouders in het gebied verandert er veel. Ze kunnen of willen niet blijven in een polder met hogere grondwaterstanden. Ze gaven aan ervoor open te staan om in gesprek te gaan over het verplaatsen van hun bedrijf. Daarom heeft u hier in 2020 geld voor beschikbaar gesteld.
Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2025 door Provinciale Staten?
Geen.
Wat heeft het gekost?
Kosten Hege Warren |
Begroot |
Besteed t/m 2025 |
Saldo |
|---|---|---|---|
Vastgoed |
€ 29.094.121 |
€ 11.912.800 |
€ 17.181.321 |
Planstudie |
€ 1.965.566 |
€ 1.714.629 |
€ 250.937 |
Regiodeal NIL |
€ 450.000 |
€ 403.688 |
€ 46.312 |
Overgangsbeheer |
€ 516.606 |
€ 799.685 |
-€ 283.079 |
Innovatiepolder |
€ 668.843 |
€ 955.799 |
-€ 286.956 |
Totalen |
€ 32.695.136 |
€ 15.786.601 |
€ 16.908.535 |
Financiering Hege Warren |
Begroot |
Ontvangen t/m 2025 |
Saldo |
Impulsgelden (SPUK) |
€ 15.000.000 |
€ 11.627.077 |
€ 3.372.923 |
Verkoopopbrengsten vastgoed |
€ 14.452.000 |
€ 0 |
€ 14.452.000 |
Bijdrage Veenweide programma |
€ 1.570.000 |
€ 1.570.000 |
€ 0 |
Pachtinkomsten |
€ 101.700 |
€ 241.139 |
-€ 139.439 |
Bijdrage Gemeente Smallingerland |
€ 150.000 |
€ 150.000 |
€ 0 |
Bijdrage Wetterskip Fryslân |
€ 150.000 |
€ 150.000 |
€ 0 |
Regiodeal NIL 2022-2024 (SPUK) |
€ 150.000 |
€ 150.000 |
€ 0 |
Regiodeal NIL kennismiddelen (SPUK) |
€ 300.000 |
€ 253.688 |
€ 46.312 |
NL2120 Subsidie |
€ 646.236 |
€ 646.236 |
€ 0 |
NL2120 Cofinanciering |
€ 175.200 |
€ 175.200 |
€ 0 |
Totalen |
€ 32.695.136 |
€ 14.963.340 |
€ 17.731.796 |
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
Het gebiedsproces blijft volop in beweging. Merkbaar binnen de verwervingsopgave is dat verplaatsingen steeds vaker niet slagen. De juridische complexiteit rondom landingslocaties, in combinatie met het zogenoemde ‘stikstofslot’, maakt dat hierop momenteel geen voortgang kan worden geboekt. In plaats daarvan vinden verkennende gesprekken plaats over alternatieve mogelijkheden voor de resterende ondernemers, met als doel het ontwerp op termijn te kunnen ondersteunen
Tijdelijk beheer
Sinds 2023 zijn we gestart met het tijdelijke beheer van de gronden die we in eigendom hebben. Dit betekent dat het Veenweideprogramma 21-30 deze gronden gebruikt voor o.a. innovatieve proeven op praktijkschaal met extensieve agrarische activiteiten op nattere veengrond, zoals andere teeltgewassen. In 2025 gaat het Veenweideprogramma verder met het telen en opschalen van lisdodde als teeltgewas, een natuurinclusief veebedrijf en een veen-waterinnovatiebedrijf. Deze projecten bieden kansen om nieuwe verdienmodellen en bedrijfsconcepten te ontwikkelen en geeft inzicht in waar mogelijk aanpassingen van bestaand beleid noodzakelijk zijn om de transitie mede mogelijk te maken.
Daarnaast is geïnvesteerd in de (be)leefbaarheid. Op veel van de aangekochte locaties is onderhoud uitgevoerd aan de erven. Het meest in het oog springend is de renovatie van de schuur bij het projectbureau op Hiem 15. Bij authentieke schuur is het asbest gesaneerd en is de gevel opnieuw bekleed. Daarmee is expositieruimte gerealiseerd voor het ontvangen van publiek, waar het verhaal van de veenweideopgave en de transformatie van de polder naar ‘Open & Natuurlijk’ kan worden verteld.
Planvorming
Alle bouwstenen die onderdeel uitmaken van de ontwerpopgave zijn inmiddels uitgewerkt. Dit geeft een samenhangend beeld van waar de zwaartepunten liggen en waar onderdelen elkaar kunnen versterken. Met deze informatie kan planfase deel 1 worden afgerond. Met dit inzicht in combinatie met het actualiseren van de businesscase een invulling van tijdelijk beheer ontstaat daarmee duidelijkheid over de realiseerbaarheid en haalbaarheid van het project, zodat begin 2026 een besluit kan worden genomen over de wijze waarop haalbaarheid voor de vervolgfase kan worden opgepakt.
De afronding van planfase deel 1 was oorspronkelijk bedoeld als go / no-go moment. Het voortschrijdend inzicht leert dat dit zich beter laat betitelen als bijstel moment. Met een geactualiseerd van de haalbaarheidsvraagstelling; niet of het haalbaar is maar hoe het haalbaar is!
Hoe hebben de genoemde risico’s zicht ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
Een punt van aandacht is het aankoopproces. Verplaatsen van bedrijven wordt lastiger in verband met het schaarser worden van landingslocaties met een goede vergunning (met ruimte voor de toekomst), concurrentie van agrariërs uit andere provincies (waar hectareprijzen hoger zijn) en stijgende (ver)bouwkosten. Verder is de context van tijd in een ander perspectief gekomen. Doordat de doorlooptijd is gekoppeld aan aflopende gaswinning concessie van Vermillion. Daarnaast is het ‘stikstofslot’ een groter knelpunt geworden om activiteiten in het gebied uit te voeren die ten dienste staan van de doorontwikkeling van het project. Borging van de voortgang is mogelijk met het leveren maatwerk. Het creëert samenhang tussen de projectpijlers. De dragers daarvoor zijn natuurherstelmaatregel, ‘SamenwerkendeOverheidsKracht’ en adaptieve ontwikkeling in het tijdelijk beheer.
7d. Idzegea
Terug naar navigatie - - 7d. IdzegeaWat wilden we bereiken?
Terug naar navigatie - 7d. Idzegea - Wat wilden we bereiken?Idzegea
Terug naar navigatie - 7d. Idzegea - Wat wilden we bereiken? - IdzegeaIdzegea is een ontwikkelgebied in het Friese Veenweideprogramma 2021-2030. Het gebied is ongeveer 2500 hectare groot en telt 50 boerenbedrijven. Het ligt in een waterrijke omgeving en is daardoor erg in trek bij toeristen. De bodem bestaat uit een dikke laag veen. Door de ligging biedt het gebied kansen voor weidevogels.
Boeren, betrokkenen, belanghebbenden en de overheden (provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân en de gemeente Súdwest-Fryslân) werken samen toe naar een integraal plan voor de toekomst van het gebied. Hiervoor is in 2023 een gebiedscommissie geïnstalleerd.
In Idzegea lopen verschillende pilots waarin we leren over het gebied en haar mogelijkheden.
Welke besluiten zijn er nog genomen in het jaar 2025 door Provinciale Staten?
Geen.
Wat heeft het gekost?
De provincie heeft € 1,6 mln. beschikbaar gesteld voor formatie en producten voor de ontwikkel- en ontwerpfase die van 2023 tot 2025 zou lopen. Aangezien deze planning niet realistisch is (zie volgende paragraaf), is er de komende jaren meer tijd en geld nodig om de (voor)verkenningsfase goed af te ronden. Tot en met 2026 is hiervoor nog voldoende procesgeld beschikbaar. Voor de daaropvolgende jaren moet nieuw budget worden gevonden.
Naar verwachting komt op middellange termijn vanuit het Maatregelpakket Klimaat Veenweide geld voor Idzegea beschikbaar voor de uitvoering van het gebiedsproces. Hiervoor moet eerst nog een concreet peilscenario worden opgesteld, waar de komende jaren aan gewerkt wordt.
Kosten Gebiedsproject Idzegea |
Begroot |
Besteed t/m 2025 |
Saldo |
|---|---|---|---|
Proceskosten |
€ 1.769.000 |
€ 1.116.145 |
€ 652.855 |
Regiodeal |
€ 292.188 |
€ 271.042 |
€ 21.146 |
Totalen |
€ 2.061.188 |
€ 1.387.187 |
€ 674.001 |
Financiering Gebiedsproject Idzegea |
Begroot |
Ontvangen t/m 2025 |
Saldo |
Bijdrage uit Veenweideprogramma |
€ 1.622.500 |
€ 1.116.145 |
€ 506.355 |
Bijdrage Wetterskip Fryslân (in kind) |
€ 73.250 |
€ 73.250 |
|
Bijdrage Gemeente Súdwest Fryslân (in kind) |
€ 73.250 |
€ 73.250 |
|
Regiodeal NIL 2022-2024 |
€ 292.188 |
€ 271.042 |
€ 21.146 |
Totalen |
€ 2.061.188 |
€ 1.387.187 |
€ 674.001 |
Wat wilden we bereiken en wat hebben we gerealiseerd?
1. Er wordt toegewerkt naar een integraal gebiedsplan. De insteek is om op basis van de gebiedsanalyse via scenario’s de vertaling te maken naar een ontwerpplan waarin invulling gegeven wordt aan de opgaven, kansen, (financiële) haalbaarheid en draagvlak.
In 2025 is gewerkt aan een gebiedsanalyse die dient als basis voor het gebiedsplan. Die gebiedsanalyse geeft inzicht in de fysieke, sociaal economische en historische stand van het gebied.
In de loop van 2025 is gebleken dat de opgestelde gebiedsanalyse te theoretisch was ingestoken, waardoor het draagvlak in het gebied met name onder de agrariërs afkalfde. Het gebiedsproces was niet op het punt waarvan we dachten dat we al waren. Om de dragers van het proces goed mee te nemen, wordt de gebiedsanalyse in 2026 én 2027 verdiept met peilscenario’s en vindt verificatie van de verzamelde kennis plaats in het gebied. Door een concrete verbinding te maken tussen de papieren waarheid en de weerbarstige werkelijkheid in het veld, leggen we een degelijke basis waarop het gebiedsproces in de daaropvolgende jaren kan voortborduren.
De gebiedscommissie heeft in 2023 van GS de opdracht gekregen om binnen 2 jaar te komen met een ontwerp gebiedsplan. Gezien alle ervaringen met het opstellen van een gebiedsplan binnen het Veenweideprogramma (vergelijk koploper Aldeboarn/De Deelen), is deze termijn niet realistisch. In Idzegea denken we zeker tot 2028 de tijd nodig te hebben om een gedragen peilscenario aan de bestuurders voor te kunnen leggen. In 2025 hebben we gewerkt aan het ombuigen van het gebiedsproces zoals hierboven beschreven: via gesprekken met stakeholders wordt een aangepast plan van aanpak opgesteld om te komen tot een gedragen gebiedsplan.
2. We hopen eerste stappen te maken met de grondverwerving.
In 2025 hebben keukentafelgesprekken met de agrariërs plaatsgevonden over de toekomst van hun bedrijf. Enkele boeren hebben aangegeven te willen verplaatsen. Gesprekken hierover resulteerden echter niet in de aankoop van hun grond door de provincie. De reden hiervoor is, dat het beschikbare grondinstrumentarium onvoldoende is om de boeren een passende vergoeding te geven. Omdat het op dit moment onmogelijk is om voldoende grond te verwerven voor het gebiedsproces, willen we in 2026 nadrukkelijker inzetten op de mogelijkheden tot verbreding van het grondinstrumentarium .
3. In 2025 gaan we verder met diverse pilots zoals HAKLAM en Boeren Meten Water waarin we leren over het gebied. Een deel van die pilots lopen af en worden geëvalueerd. We ronden een aantal Regiodeal NIL projecten af.
De HAKLAM-pilot met flexibel peilbeheer is in 2025 door de agrariërs stopgezet. Reden hiervoor is onvrede over de schadeafhandeling en over de onmogelijkheid van technische oplossingen voor lager gelegen percelen, die door de HAKLAM niet meer bruikbaar zijn voor de landbouw.
Het geld uit de Regiodeal NIL is o.a. besteed aan een verkenning van koppelkansen met Aanvalsplan Grutto, een pilot kruidenrijkheid, een studiegroep voor jonge boeren en voor de voorbereiding voor een subsidieaanvraag van de GLB-samenwerkingsregeling voor peilverhoging en extensivering. Deze zijn dermate succesvol, dat we ook na het verlopen van de subsidie zoeken naar mogelijkheden tot continuering.
4. We voeren een aantal no-regret maatregelen uit aan het watersysteem.
Vanaf 2025 nemen 20-25 boeren in Idzegea deel aan de GLB-samenwerkingsregeling voor extensivering en verhoging grondwaterpeil. De subsidie is voor 4 jaar. Voor de nieuwe openstelling in 2026 met een looptijd van 2 jaar is ook belangstelling.
Hoe hebben de genoemde risico’s zich ontwikkeld en zijn er nieuwe risico’s bijgekomen?
De bemensing van het Veenweideprogramma is lastig op orde te krijgen, ook in Idzegea knelt het. Dat betekent dat de planvorming niet altijd op schema loopt. In 2024 hebben we vertraging opgelopen in het planproces en met het besteden van Regiodeal Middelen. Het streven is dat we begin 2025 weer op volle capaciteit kunnen voortgaan.
In 2025 zijn er wijzigingen geweest in het projectteam Idzegea. Onder leiding van een nieuwe projectleider heeft een koerswijziging plaatsgevonden, zie bovenstaande paragraaf. Dit leidt tot een aangepaste en meer realistische planning. De bezetting van het projectteam is momenteel op orde.
Door het uitblijven van het transitiefonds is de toekomstige financiering van het project onzeker, ondanks dat een deel van de middelen uit het maatregelpakket in Idzegea is geland. Het lukt mede door een gebrek aan middelen, maar ook door weinig mobiliteit op de markt nog niet om grondposities te verkrijgen in het gebied.
In 2025 is nog niet duidelijk geworden of en hoeveel geld er uit het maatregelpakket naar Idzegea komt, omdat het gebiedsproces nog niet zover is dat het concrete plannen kan voorleggen. Dit krijgt een vervolg in 2026.
Een verdere analyse van de grondmarkt in Idzegea wijst uit, dat grondverwerving in Idzegea complex is. Dit blijft een groot risico voor de uiteindelijke uitvoering van het gebiedsproces in de vorm van grondcompensatie en ruilverkaveling.