Paragraaf 5. Verbonden partijen
1 – Inleiding
Terug naar navigatie - Paragraaf 5. Verbonden partijen - 1 – InleidingIn deze paragraaf staat een overzicht van de verbonden partijen conform artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (het BBV). Het provinciale beleid voor samenwerking, zoals het vormen van verbonden partijen, staat in de Nota Grip op Samenwerking.
Verbonden partijen
Verbonden partijen zijn organisaties waarin de provincie zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft en waarbij sprake is van een publiek- of privaatrechtelijk rechtspersoon. Er is een bestuurlijk belang als de provincie zitting heeft in het bestuur of stemrecht heeft. Er is sprake van een financieel belang indien de provincie middelen ter beschikking stelt (of garanties afgeeft) waarover de provincie financieel risico loopt in geval van financiële problemen bij de verbonden partij.
De provincie neemt deel aan verbonden partijen voor de uitvoering van provinciaal beleid. De provincie gaat samenwerkingsrelaties aan wanneer de zelfstandige realisering duurder is, meer risico’s met zich meebrengt of niet mogelijk is. Dit laatste is ook het geval bij een wettelijk verplichte samenwerking, zoals deelname aan een Gemeenschappelijke Regeling.
De provincie is en blijft zelf verantwoordelijk voor het bereiken van de provinciale doelstellingen door de samenwerking met verbonden partijen. Periodiek gaan we na of de verbonden partijen nog voldoende bijdragen aan de realisatie van de provinciale doelstellingen. Deze beoordeling is onderdeel van ons beleid voor het risicomanagement en maakt deel uit van de planning- en control cyclus, zie paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Financiële risico’s
De financiële risico’s voor de provincie bij verbonden partijen zijn in veel gevallen (vrijwel) gelijk aan de omvang van het directe financiële belang. Bijvoorbeeld: als een gemeenschappelijke regeling een tekort laat zien in haar boekjaar, moet de provincie naar rato van haar bijdrage een deel van het tekort bijleggen.
In een aantal gevallen is het potentiële financieel risico groter dan het directe financiële belang in de verbonden partij. De inschatting van deze financiële risico’s staat in paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Categorieën van de verbonden partijen:
- gemeenschappelijke regelingen;
- vennootschappen en coöperaties;
- stichtingen en verenigingen;
- overige verbonden partijen.
|
Categorie 1: gemeenschappelijke regelingen |
1.1 Noordelijke Rekenkamer (NRK) 1.2 Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) 1.3 Marrekrite 1.4 Waddenfonds 1.5 Letterhoeke (Tresoar) 1.6 Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) 1.7 Mobiliteitsbureau Noordoost-Friesland |
|
Categorie 2: vennootschappen en coöperaties |
2.1 Alliander NV 2.2 Vitens NV 2.3 BNG Bank NV 2.4 NWB Bank NV 2.5 Noordelijke OntwikkelingsMaatschappij (NOM NV) 2.6 Thialf OG BV 2.7 Friese Ontwikkelings Maatschappij BV (FOM BV) 2.8 Fûns Skjinne Fryske Enerzjy BV (FSFE BV) 2.9 Fryslân Hurde Wyn BV (FHW BV) 2.10 Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân |
|
Categorie 3: stichtingen en verenigingen |
3.1 Interprovinciaal overleg, vereniging (IPO) 3.2 Huis van de Nederlandse Provinciën, vereniging naar Belgisch recht (HNP) 3.3 Stichting Nazorg Ouwsterhaule |
|
Categorie 4: overige verbonden partijen |
4.1 Fonds Nazorg Stortplaatsen 4.2 Omgevingsberaad Waddengebied (convenant) 4.3 Regioboard Noordoost Fryslân |
2 – Overzicht verbonden partijen
Terug naar navigatie - Paragraaf 5. Verbonden partijen - 2 – Overzicht verbonden partijenConform het tweede lid van artikel 15 van het BBV nemen we per verbonden partij in ieder geval de onderstaande informatie op:
- de wijze waarop de provincie Fryslân een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt;
- het belang dat de provincie Fryslân in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar;
- de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar;
- de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar;
- de eventuele risico’s, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de verbonden partij voor de financiële positie van de provincie Fryslân.
Categorie 1: Gemeenschappelijke regelingen
Terug naar navigatie - Paragraaf 5. Verbonden partijen - Categorie 1: Gemeenschappelijke regelingen1.1 Gemeenschappelijke Regeling Noordelijke Rekenkamer (NRK), Assen
De NRK is op grond van de WGR een gemeenschappelijk orgaan van de provincies Groningen, Fryslân en Drenthe en heeft als taak onafhankelijk onderzoek te doen naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door de provincies gevoerde bestuur.
| Programma | Bestuur |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | Gemeenschappelijke Regeling |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | De Statenleden M. Jonker (fractie Jonker), C. Keuning (BBB) en J. Knol (GrienLinks) zijn benoemd tot leden van de Raad van Advies van de NRK. |
| Resultaat | Rekening-resultaat 2023: € 118.000,- Rekening-resultaat 2022: € 211.000,- |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) | Bijdrage 2026: € 336.700,- (begroot) Bijdrage 2025: € 336.700,- |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij | Eigen vermogen per 31-12-2024: € 101.942,- Eigen vermogen per 31-12-2023: € 166.120,- |
| Financiële risico’s provincie | Geen |
1.2 Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN), Groningen
Stimulering van de ruimtelijke economische ontwikkeling van Noord-Nederland, onder meer door bestuurlijke afstemming en behartiging van de economische belangen van het Noorden in Den Haag en Brussel. Het publieke belang dat hiermee nagestreefd wordt, is ‘werkgelegenheid en welvaart’.
| Programma | Bestuur |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | Gemeenschappelijke Regeling (gedeputeerde R.F. Douwstra) |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Het SNN-voorzitterschap rouleert tweejaarlijks tussen de drie deelnemende provincies. Per 1 juli 2025 is de Commissaris van de Koning in de provincie Fryslân voorzitter. |
| Resultaat | Resultaat 2024: € 5,3 mln. Resultaat 2023: € 4,4 mln. |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) | Bijdrage 2026: € 1.9 mln. (begroot) Bijdrage 2025: € 1.7 mln. Jaarlijkse bijdrage contributie/lidmaatschap |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij | Eigen vermogen 31-12-2024: € 21,2 mln. Eigen vermogen 31-12-2023: € 10,6 mln. |
| Financiële risico’s provincie |
EFRO programma 2021-2027 SNN als dienstverlener subsidies |
1.3 Gemeenschappelijke Regeling Marrekrite, Leeuwarden
De Marrekrite behartigt binnen de opgedragen taken de gemeenschappelijke belangen van de colleges van aangesloten gemeenten en provincie, met als doel een evenwichtige en gecoördineerde ontwikkeling van de recreatie in de provincie Fryslân, rekening houdende met de belangen van natuur en landschap. Het betreft zowel een toeristisch als economisch publiek belang: goede watersportvoorzieningen/ routenetwerken en werkgelegenheid. Het maken van aanlegvoorzieningen in het buitengebied en het beheer en onderhoud ervan was eerder de hoofdactiviteit en betreft het deel waar de Provincie aan mee betaalt. Sinds 2011 is daar de coördinatie van het door gemeenten gefinancierde beheer en onderhoud van het fietsknooppunten routenetwerk bijgekomen en ook steeds meer netwerken van wandelroutes. De Marrekrite doet dit werk namens de provincie Fryslân en 13 Friese gemeenten met het doel om een uniforme, toeristische recreatieve infrastructuur op het water en land te bewerkstelligen.
Samen met de deelnemers en nauw betrokken partijen zoals Merk Fryslân, Landschapsbeheer Fryslân, Wetterskip Fryslân, It Fryske Gea, Staatsbosbeheer en vele anderen, werkt de Marrekrite aan het opschalen en professionaliseren van de recreatie en het toerisme in en naar Fryslân.
| Programma | Economie en Mienskip |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | Gemeenschappelijke Regeling (gedeputeerde R.F. Douwstra) |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Geen |
| Resultaat | 2024: € 0,1 mln. 2023: € 0,1 mln. |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) | Jaarlijkse bijdrage provincie: 2026: € 731.500,- (begroot) 2025: € 667.500,- |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij | Eigen vermogen 31-12-2024: € 4,3 mln. Eigen vermogen 31-12-2023: € 4,3 mln. Vreemd vermogen 31-12-2024: € 4,7 mln. Vreemd vermogen 31-12-2023: € 3,9 mln. |
| Financiële risico’s provincie | Geen |
1.4 Gemeenschappelijke Regeling Waddenfonds, Leeuwarden
Doel van het Waddenfonds is het subsidiëren van niet-reguliere investeringen gericht op :
- versterking natuur- en landschapswaarden,
- wegneming externe bedreigingen natuurlijke rijkdom,
- duurzame economische ontwikkeling of duurzame energiehuishouding,
- ontwikkeling duurzame kennishuishouding.
| Programma | Bestuur |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | Gemeenschappelijke Regeling (gedeputeerde M.A.C. de Vries) |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Geen |
| Resultaat | 2024: € 2,8 mln. 2023: € 2,2 mln. |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) | Gedecentraliseerde rijksmiddelen, geen bijdrage van de provincies aan de GR. |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij |
Eigen vermogen per 31-12-2024: € 51,9 mln. 31-12-2024: 25% 31-12-2023: 62% |
| Financiële risico’s provincie | Geen |
1.5 Gemeenschappelijke Regeling Letterhoeke (Tresoar), Leeuwarden
De gemeenschappelijke regeling Tresoar is een samenwerkingsverband tussen drie partijen: de minister van OC&W, gedeputeerde staten van provincie Fryslân en het bestuur van de Stichting Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum (FLMD). De regeling heeft de vorm van een openbaar lichaam met een geleed bestuur. Tresoar voert de volgende taken uit voor de deelnemers:
- Het behartigen van de belangen van de minister, het provinciaal bestuur en het stichtingsbestuur bij alle aangelegenheden betreffende de collecties en archiefbescheiden;
- Het toegankelijk maken en houden en onder de aandacht brengen van een breed publiek van het in de collecties en archieven ondergebrachte cultureel erfgoed;
- Het bevorderen van de Friese literatuur en het verbreden van het literaire klimaat in Fryslân.
| Programma | Economie en Mienskip |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | Gemeenschappelijke Regeling (gedeputeerde E. Folkerts) |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Geen |
| Resultaat | Resultaat 2025: -/- € 100.000,- Resultaat 2024: -/- € 277.000,- |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) |
Bijdrage in 2026: € 4,5 mln. (begroot) Bijdrage in 2025: € 4,4 mln. |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij | Eigen vermogen 31-12-2025: € 1,2 mln. Eigen vermogen 31-12-2024: € 1,3 mln. |
| Financiële risico’s provincie | Geen |
1.6 Gemeenschappelijke Regeling Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO), Grou
De FUMO is een wettelijk verplichte gemeenschappelijke regeling van de Provincie Fryslân, het Wetterskip Fryslân en de Friese gemeenten. De FUMO voert namens de provincie de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving (VTH) en advies betreffende de omgevingswetgeving uit. De uitvoering van VTH taken bij de majeure risico bedrijven wordt door de Omgevingsdienst Groningen-Brzo Noord uitgevoerd (Besluit risico’s zware ongevallen, onder de Omgevingswet Seveso). Dit is geen deelneming van de provincie, maar gaat met een samenwerkingsovereenkomst, mandaatregeling en uitvoeringsprogramma.
| Programma | Ruimte en Klimaat |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | Gemeenschappelijke regeling (gedeputeerde E. Folkerts (DB), M.A.C. de Vries (AB)) |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Geen |
| Resultaat | 2024: -/- € 362.000,- 2023: € 72.000,- |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) |
Bijdrage 2024: € 6,5 mln. Exclusief majeure risico bedrijven, zie hiervoor Overige verbonden partijen Omgevingsdienst Groningen |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij | Eigen vermogen 31-12-2024: € 0,8 mln. Eigen vermogen 31-12-2023: € 1,3 mln. Vreemd vermogen 31-12-2024: € 4,5 mln. Vreemd vermogen 31-12-2023: € 5,1 mln. |
| Financiële risico’s provincie |
Tegenvallers bij de gemeenschappelijk regeling worden opgevangen door de deelnemers. De bijdrage per deelnemer is afhankelijk van haar belang in de GR en dit verschilt per jaar. Op basis van 2024 is dit voor de provincie 29%. In de afgelopen jaren is het weerstandsvermogen opgebouwd met als doel dat de FUMO risico’s die onverwacht en substantieel zijn zelfstandig kan opvangen zonder dit direct in rekening te brengen bij de deelnemers. |
1.7 Bedrijfsvoeringsorganisatie Mobiliteitsbureau Noordoost-Friesland
De bedrijfsvoeringsorganisatie Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân is een gemeenschappelijke regeling van de gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel, Noardeast-Fryslân, Tytsjerksteradiel en de provincie Fryslân. De regeling heeft tot doel het behoud en/of verbeteren van de leefbaarheid in de regio Noordoost Fryslân. Dit doel dient te worden bereikt door het verhogen van de bereikbaarheid en het efficiënt organiseren van doelgroepenvervoer en openbaar vervoer door het realiseren van een samenhangend vervoersysteem.
| Programma | Infrastructuur |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | Gemeenschappelijke regeling (bestuurslid gedeputeerde M.A.C. de Vries) |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Geen |
| Resultaat | 2024: € 0,- 2023: € 0,- |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) |
Bijdrage 2025: € 39.726,- |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij | Eigen vermogen 31-12-2024: € 0,- Eigen vermogen 31-12-2023: € 0,- Vreemd vermogen 31-12-2024: € 0,8 mln. Vreemd vermogen 31-12-2023: € 1,0 mln. |
| Financiële risico’s provincie | Tegenvallers bij de gemeenschappelijk regeling worden opgevangen door de deelnemers. De bijdrage per deelnemer is afhankelijk van haar belang in de GR en dit verschilt per jaar. |
Categorie 2: Vennootschappen en coöperaties
Terug naar navigatie - Paragraaf 5. Verbonden partijen - Categorie 2: Vennootschappen en coöperaties2.1 Alliander NV, Arnhem
De participatie in Alliander NV is in 2009 ontstaan na de splitsing van Nuon NV in een productie- en leveringsbedrijf (Nuon Energy dat is overgenomen door Vattenfall) en een netwerkbedrijf (Alliander NV). Alliander zorgt voor de distributie van gas en elektriciteit in grote delen van Nederland, waaronder Fryslân. Het openbaar belang van het aandeelhouderschap van de netbeheerders is verankerd in de wet. De aandelen dienen wettelijk in publieke handen te blijven.
| Programma | Provinciefinanciën |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | NV (gedeputeerde E. Folkerts) |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Geen |
| Resultaat | Netto resultaat 2024: € 219 mln. + € 757 mln. incidenteel Netto resultaat 2025: € 289 mln. |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) |
Provincie Fryslân bezit 12,65% van de aandelen. Provincie Fryslân heeft in 1992 een niet aflosbare achtergestelde lening verstrekt aan een rechtsvoorganger van Alliander (de PEB/ PEGM). De lening heeft een omvang van € 31,8 mln. en Alliander betaalt hierover jaarlijks 8% rente. Alliander heeft aangegeven van de lening af te willen. Over de voorwaarden waaronder Alliander de lening mag aflossen is in april 2023 overeenstemming bereikt; de lening eindigt per 31 december 2028. De grootschalige investeringen in de netten van Liander (100% dochter van Alliander) zijn in de afgelopen jaren sterk gestegen. Er is in 2025 € 2,1 mld. geïnvesteerd en de komende jaren zal het jaarlijkse investeringsbedrag nog verder gaan oplopen. Door de combinatie van sterk toenemende investeringen en lange terugverdientijden (van circa 40 jaar) neemt de financieringsbehoefte van Alliander sterk toe. De investeringen worden voornamelijk gefinancierd met vreemd vermogen (bankfinancieringen), maar er moet een zekere solvabiliteit worden gehandhaafd door voldoende eigen vermogen aan te houden. Om het eigen vermogen op peil te houden heeft Alliander in 2021 een reverse converteerbare hybride obligatielening van de aandeelhouders gekregen ter grootte van € 600 mln. Provincie Fryslân heeft hiervan € 76,5 mln. verstrekt. De lening telt voor 50% mee tot het eigen vermogen van Alliander en mag onder voorwaarden worden geconverteerd naar aandelen. Alliander heeft bij de Algemene aandeelhoudersvergadering in april 2024 aangekondigd het huidige dividendbeleid te willen aanpassen. Directe aanleiding voor de actualisering van het dividendbeleid is de investeringsopgave als gevolg van een sterke toename van de vraag naar elektriciteit. Omdat uitbreiding en verzwaring van elektriciteitskabels en de bouw van nieuwe onderstations veel geld kost, is veel kapitaal nodig. Alliander leent dat op de kapitaalmarkt, waardoor de kapitaallasten sterk oplopen. Netbeheerders mogen van de ACM steeds hogere tarieven doorberekenen aan de eindgebruikers ter dekking van de oplopende kapitaallasten. Hierdoor loopt de winst van de netbeheerders op en stijgt het dividend -bij ongewijzigd beleid- ook steeds verder. Daarom wordt door Alliander in aanvulling op het bestaande dividendbeleid een absoluut dividendplafond ingesteld. Het dividendplafond is gebaseerd op het gemiddelde dividendniveau van de afgelopen vijf jaar en is vastgesteld op € 100 mln. Met de aanpassing van het dividendbeleid blijft het percentage van de winst dat als dividend wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders ongewijzigd op 45%. Indien het dividend boven het dividendplafond uitkomt, wordt het bedrag afgetopt op € 100 mln. Vanaf boekjaar 2026 wordt het maximumbedrag jaarlijks geïndexeerd o.b.v. de Consumentenprijsindex (CPI) zodat de koopkracht voor de aandeelhouders in stand blijft. Door het Afsprakenkader die de Netbeheerders in 2023 zijn overeengekomen met het Rijk, kan Alliander bij toekomstige kapitaalbehoefte een beroep doen op het Rijk. Voorafgaand aan een kapitaalversterking vanuit het Rijk zal Alliander eerst de huidige aandeelhouders om additioneel kapitaal vragen. Indien het Rijk kapitaal gaat verstrekken, wordt zij ook mede aandeelhouder. |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij |
Eigen vermogen 31-12-2024: € 6,0 mld. Solvabiliteit 31-12-2024: 48,1% |
| Financiële risico’s provincie | Een toekomstige versterking van het eigen vermogen van de netbeheerders vanuit het Rijk, kan gevolgen hebben voor de zeggenschaps- verhoudingen en de hoogte van het dividend. |
2.2 Vitens NV, Zwolle
Vitens NV is het grootste drinkwaterbedrijf van Nederland en levert topkwaliteit drinkwater aan 5,4 miljoen mensen en bedrijven in de provincies Fryslân, Flevoland, Gelderland, Utrecht en Overijssel. Het openbaar belang van het aandeelhouderschap is verankerd in de wet. Op grond van de wet dienen de aandelen in overheidshanden te blijven.
Doelstelling: Als Fryslân willen we in het kader van het publieke belang een sterke rol als aandeelhouder in Vitens met als doel ‘Fries water in Friese handen’. Daarnaast wil de provincie de positie die het inneemt op het gebied van water (technologie) met een maximale inzet behouden en zo mogelijk uitbreiden, inclusief het behoud van werkgelegenheid.
| Programma | Provinciefinanciën |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | NV (gedeputeerde R.F. Douwstra) |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Geen |
| Resultaat | Bedrijfsresultaat 2024: € 72,9 mln. Bedrijfsresultaat 2023: € 61,0 mln. Netto resultaat 2024: € 34,5 mln. Netto resultaat 2023: € 27,2 mln. |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) | De provincie bezit ongeveer 13% van de aandelen. Dividenduitkering 2024: € 0,- Dividenduitkering 2023: € 0,- |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij | Eigen vermogen 31-12-2024 € 714 mln. Eigen vermogen 31-12-2023 € 678 mln. Vreemd vermogen 31-12-2024 € 1.685 mln. Vreemd vermogen 31-12-2023 € 1.560 mln. Solvabiliteit per 31-12-2024: 30% |
| Financiële risico’s provincie | Geen |
2.3 BNG Bank NV, Den Haag
De BNG is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijke belang. De bank beoogt met gespecialiseerde financiële dienstverlening tegen zo laag mogelijke kosten bij te dragen aan maatschappelijke voorzieningen voor burgers. De doelstelling voor de provincie is te behalen resultaat op beleggingen.
| Programma | Provinciefinanciën |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | NV (gedeputeerde E. Folkerts) |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Geen |
| Resultaat | Nettowinst 2024: € 294 mln. Nettowinst 2023: € 254 mln. |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) | De provincie bezit 75.250 aandelen, dit is minder dan 1%. Dividend 2024: € 188.000,- Dividend 2023: € 163.000,- |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij |
Eigen vermogen 31-12-2024: € 4,8 mld. Vreemd vermogen 31-12-2024: € 123,2 mld. |
| Financiële risico’s provincie | Geen |
2.4 Nederlandse Waterschapsbank NV (NWB), Den Haag
De Nederlandse Waterschapsbank NV richt zich met haar diensten exclusief op de publieke sector. Zij financiert van oudsher waterschappen, maar ook gemeenten, provincies en aan overheid gelieerde instellingen. Doelstelling voor de provincie is te behalen resultaat op beleggingen.
| Programma | Provinciefinanciën |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | NV (gedeputeerde E. Folkerts) |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Geen |
| Resultaat | Nettowinst 2024: € 94 mln. Nettowinst 2023: € 126 mln. |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) |
Aandelen A (nominale waarde € 115): 24 stuks Op 1 september 2015 heeft provincie Fryslân een hybride lening verstrekt aan de NWB ter waarde van € 50 mln. De NWB kon op 1 september 2025 de lening voor het eerst geheel of gedeeltelijk aflossen. De NWB heeft besloten de hybride lening niet af te lossen, maar te willen verlengen. De verlenging van de lening is telkens voor 1 jaar en vanaf nu kan de NWB de lening ieder jaar aflossen. Op 1 september 2025 is ook een nieuw rentepercentage van kracht; namelijk 4,06% (was 3,10%). |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij |
Eigen vermogen 31-12-2024: € 2,1 mld. Vreemd vermogen 31-12-2024: € 76,7 mld. |
| Financiële risico’s provincie | € 50 mln. hybride lening; kans < 1% |
2.5 Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij NV (NOM), Groningen
Deze participatie, sinds de jaren negentig, vloeit voort uit afspraken tussen het rijk en de drie Noordelijke provincies over de economische ontwikkeling van Noord-Nederland. De vennootschap heeft als doel een bijdrage te leveren aan de verbetering van de sociaal-economische structuur en de werkgelegenheid in de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen.
Het stimuleren van de werkgelegenheid is minder primair geworden door de dalende beroepsbevolking en de toenemende druk op de arbeidsmarkt. Dit heeft onder andere geleid voor internationale acquisitie tot de shift van Volume naar Value. Dit betekend dat de regio niet actief meer inzet op het acquireren van buitenlandse spelers met een grote impuls voor de regionale werkgelegenheid in aantallen dat er meer selectief wordt gezocht naar high potentialis die bestaande noordelijke innovatie-ecosystemen versterken. Zo zijn er door dit beleid het afgelopen jaar al een aantal nieuwe start-ups in Westus gevestigd.
De activiteiten binnen Innoveren zijn volgens aan het Strategisch Kader dat de drie provincies en het Rijk hebben opgesteld.
| Programma | Economie en Mienskip |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | NV (gedeputeerde R.F. Douwstra) |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Geen |
| Resultaat | 2024: € 0,4 mln. 2023: -/- € 1.1 mln. |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) | De provincie Fryslân heeft 16,7 % van de aandelen in de NOM. |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij | Eigen vermogen 31-12-2024: € 150,4 mln. Eigen vermogen 31-12-2023: € 150,0 mln. Vreemd vermogen 31-12-2024: € 21,7 mln. Vreemd vermogen 31-12-2023: € 18,1 mln. |
| Financiële risico’s provincie | Het risico voor de provincie blijft beperkt tot haar kapitaal inbreng. |
2.6 Thialf Onroerend Goed BV, Heerenveen
Openbaar belang is het behoud van het ijsstadion Thialf als voorziening die voor de provincie een bijdrage levert op het gebied van economie, sport en cultuur. Thialf OG BV bezit 100 % van de aandelen van Thialf B.V. NB: Het boekjaar loopt van 1 oktober tot 30 september van enig jaar.
| Programma | Economie en Mienskip |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | BV (gedeputeerden E. Folkerts en A.W. Kooistra) |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Geen |
| Resultaat | 2023/2024: -/- € 158.595,- 2022/2023: € 39.402,- |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) | Sinds overname aandelen op 4-9-2013: € 4 mln.; 66,6% van het aandelenkapitaal. Aandeelhouders lening van € 2 mln. waarvan per 30-9-2023 € 1,6 mln. is opgenomen. |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij |
Eigen vermogen 30-9-2024: € 42.000,- Vreemd vermogen 30-9-2024: € 2,6 mln. |
| Financiële risico’s provincie |
De provincie is voor 2/3 aandeelhouder en gemeente Heerenveen voor 1/3. In 2013 is € 50 mln. geïnvesteerd in ver-/nieuwbouw en is € 1,5 mln. betaald voor de overname van de aandelen. Er is € 2,5 mln. gestoken ter verbetering van de balanspositie. Na enkele moeilijke jaren kan Thialf voor tweede jaar een bescheiden positief resultaat laten zien. Weliswaar voor het grootste deel het gevolg van incidentele meevallers. Het positieve resultaat geeft de mogelijkheid de reserve groot onderhoud en vervanging te versterken. Dit is nodig omdat in het seizoen 2021-2022 door het rijk eenmalig is bijgedragen in vervangingsinvesteringen, maar voor de toekomst moet Thialf daarin zelf voorzien. Een intensieve lobby van Thialf en haar aandeelhouders heeft ertoe geleid dat de minister van Langdurige Zorg en Sport in het seizoen 2022 – 2023 € 3,44 mln. beschikbaar heeft gesteld voor de realisatie van een eigen energiemanagement- systeem met batterijopslag. De zonnepanelen op het stadion van Thialf zijn daarbij nu in bedrijf genomen. Tezamen met de aansluiting op de Energiehub (bestaande uit twee grote batterijen) heeft de RVC de verwachting dat daarmee de jaarlijkse energielasten substantieel verlaagd kunnen worden. De eerste resultaten zullen in 2025 gepresenteerd worden. |
2.7 Friese Ontwikkelings Maatschappij BV, Leeuwarden
De provincie is enig aandeelhouder in de besloten vennootschap Doefonds BV. Deze BV is op 2 april 2014 opgericht. Doel is via dit fonds de regionale economie te versterken door innovatie door financiering mogelijk te maken. Eind 2017 is Doefonds BV omgezet tot FOM BV met als doel dat de FOM ook het adres is voor het Friese bedrijfsleven als het gaat om financiering van starters, export en groei.
| Programma | Economie en Mienskip |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | BV (gedeputeerde R.F. Douwstra) |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Geen |
| Resultaat | Resultaat 2024: -/- € 0,8 mln. Resultaat 2023: -/- € 2.8 mln. |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) | Budget per thema: Innovatie maximaal € 12 mln. Groei maximaal € 12 mln. Export maximaal € 3 mln. Starters maximaal € 3,9 mln. |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij | Eigen vermogen 31-12-2024: € 7,0 mln. Eigen vermogen 31-12-2023: € 7,8 mln. Vreemd vermogen 31-12-2024: € 0,2 mln. Vreemd vermogen 31-12-2023: € 0,6 mln. |
| Financiële risico's provincie | Er wordt maximaal € 30,9 mln. uitgezet. Uitgangspunt is dat investeringen vanuit het fonds de kans hebben om de financiering terug te betalen aan het fonds. Gezien de doelgroep waarin het fonds investeert is de provinciale inbreng uit voorzorg deels voorzien. De reservering op de reserve is per budget vastgelegd. Voor Innovatie is dit op voorhand 100%. Voor de overige budgetten dient ter dekking van de risico’s de Reserve risicobuffer: Groei 33% Export 20% Starters 33% Dit is totaal €17,8 mln. en is nog hoger dan wat tot nu toe is voorzien op het fonds. |
2.8 Fûns Skjinne Fryske Enerzjy BV (FSFE), Leeuwarden
De provincie is enig aandeelhouder in de besloten vennootschap Fûns Skjinne Fryske Enerzjy BV. Deze BV is 2 september 2014 opgericht. Doel van het fonds is het financieren van projecten op het gebied van duurzame energie.
FSFE is in het jaar 2013/2014 ontwikkeld en aanbesteed. In januari 2022 is het nieuwe Energieprogramma Fryslân 2022-2025 vastgesteld en heeft Provinciale Staten ingestemd met een aantal uitgangspunten voor FSFE.
Bij de start van het fonds is uitgegaan van 100% revolverendheid en die verwachting is niet veranderd.
De looptijd van het FSFE is verlengd tot en met december 2034.
Voor de zekerheid is bij de start van het fonds wel een reservering op de provinciale risicobuffer van €30 mln. gemaakt, deze is nog ruim voldoende.
| Programma | Ruimte en Klimaat |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | BV (gedeputeerde S. Knol) |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Geen |
| Resultaat | Resultaat 2024: -/- € 7.394.000,- Resultaat 2023: -/- € 295.000,- |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) | Maximaal € 90 mln. |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij | Eigen vermogen 31-12-2024: € 15,5 mln. Eigen vermogen 31-12-2023: € 21,6 mln. Vreemd vermogen 31-12-2024: € 53,5 mln. Vreemd vermogen 31-12-2023: € 50,1 mln. |
| Financiële risico’s provincie |
FSFE is in het jaar 2013/2014 ontwikkeld en aanbesteed. In januari 2022 is het nieuwe Energieprogramma Fryslân 2022-2025 vastgesteld en heeft Provinciale Staten ingestemd met een aantal uitgangspunten voor FSFE. Bij de start van het fonds is uitgegaan van 100% revolverendheid en die verwachting is niet veranderd. De looptijd van het FSFE is verlengd tot en met december 2034. Voor de zekerheid is bij de start van het fonds wel een reservering op de provinciale risicobuffer van €30 mln. gemaakt. Deze is nog ruim voldoende. |
2.9 Fryslân Hurde Wyn BV (FHW), Leeuwarden
De provincie is enig aandeelhouder in de besloten vennootschap Fryslân Hurde Wyn (FHW). Deze BV is 13 maart 2019 opgericht. Het doel van deze BV is het namens de provincie, vanuit haar publieke verantwoordelijkheid, verwerven, houden en vervreemden van een deelneming in Windpark Fryslân Holding B.V. (WPFH). Deze holding heeft tot doel de realisatie en exploitatie van het windpark om zodoende namens de provincie mede een concrete bijdrage te leveren aan de realisatie van een fossielvrije en uiteindelijk volledig duurzame provincie.
| Programma | Ruimte en Klimaat |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | BV (gedeputeerde E. Folkerts) |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Geen |
| Resultaat | 2024: € 1,9 mln. 2023: € 11,2 mln. |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) | De provincie Fryslân heeft 100% van de aandelen in FHW BV. |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij |
Eigen vermogen 31-12-2025: € 20,0 mln. Vreemd vermogen 31-12-2025: € 70,1 mln. |
| Financiële risico’s provincie |
Op 1 oktober 2019 heeft de provincie € 20 mln. eigen vermogen (Agio) en een achtergestelde lening van € 80 mln. aan FHW BV verstrekt. FHW BV heeft vervolgens op 1 oktober 2019 een bedrag van € 20 mln. aandelenkapitaal en een achtergestelde lening van € 80 mln. verstrekt aan Windpark Fryslân Holding BV. In 2022 is er voor het eerst dividend, rente en aflossing ontvangen. Door het ontvangen van aflossing op de achtergestelde lening, daalt het geïnvesteerde vermogen in FHW en Windpark Fryslân. Voor het Agio is er in 2025 een arbitrageprocedure opgestart om duidelijkheid te verkrijgen of het door FHW ingebrachte kapitaal € 20 mln. kan worden uitgekeerd als reserve. Uitgangspunt is dat dit zo is en daarmee zal op termijn ook het risico op het eigen vermogen afnemen. Risico's in de exploitatiefase zijn: de beschikbaarheid van wind en de betrouwbaarheid van de windturbines. Het prijsrisico van de opgewekte stroom wordt grotendeels afgedekt door de SDE Rijkssubsidie. |
2.10 OVEF (Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A.) te IJlst
Voorheen SOVF (Stichting Openbare Verlichting Fryslân)
Samenwerkingsverband op het gebied van beheer en onderhoud van openbare verlichting en op het gebied van gezamenlijke inkoop duurzame energie.
| Programma | Infrastructuur |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | Gedeputeerde S. Knol |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Geen |
| Resultaat | Verwacht resultaat: € 0 |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) | Jaarlijkse bijdrage € 17.500,- |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij | Geen |
| Financiële risico’s provincie | Geen. We hebben geen garanties afgegeven op inkoop. |
Categorie 3: Stichtingen en verenigingen
Terug naar navigatie - Paragraaf 5. Verbonden partijen - Categorie 3: Stichtingen en verenigingen3.1 Vereniging Interprovinciaal Overleg (IPO), Den Haag
Gezamenlijke belangenbehartiging van provincies in algemene overheidsaangelegenheden en kennisuitwisseling. In het bestuursakkoord zijn uitspraken gedaan over zichtbaarheid en aanwezigheid van de provincie. Op landelijk niveau heeft het IPO daarbij een nadrukkelijke rol, o.a. tot uitdrukking komend in het zgn. Kompas 2020. Onderdeel van IPO is ook het kantoor BIJ12, die onder andere de PAS-maatregelen en het Faunafonds voor de provincies regelt.
| Programma | Bestuur |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | Vereniging (gedeputeerde A.W. Kooistra) |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Geen |
| Resultaat | Conform doelstelling Verwacht resultaat: € 0,- |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) | Bijdrage 2026: € 2,7 mln. (begroot) Bijdrage 2025: € 2,6 mln. Jaarlijkse bijdrage aan diverse kerntaken. |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij | Het IPO beschikt niet over eigen vermogen. Een eventueel batig jaarsaldo wordt gerestitueerd aan de provincies of doorgeschoven naar het volgende jaar. Er worden daarnaast geoormerkte middelen aangehouden voor beleidsdoelen die al in uitvoering zijn maar nog niet zijn afgerond. |
| Financiële risico’s provincie | De bijdrage verschilt per jaar afhankelijk van de gezamenlijke inzet van het IPO op dossiers. Onze bijdrage in het IPO is gelijk aan ons aandeel in de algemene uitkering van het provinciefonds. Voor de bijdrage in de BIJ12 zijn aparte verdeelsleutels vastgesteld. |
3.2 Vereniging naar Belgisch recht Huis van de Nederlandse Provinciën (HNP), Brussel (België)
Gezamenlijke huisvesting van de provincies en het IPO in Brussel ter verdediging van de Europese belangen van de Nederlandse provincies.
Het HNP vervult daarmee een groot praktisch nut: de gezamenlijke Nederlandse provincies en hun lobbyisten delen met elkaar huisvesting in Brussel, op een steenworp afstand van de belangrijkste Europese instanties als de Europese Commissie, het Europees Parlement en het Europees Comité van de Regio’s. Deze gezamenlijke huisvesting maakt de provincies meer zichtbaar in Brussel dan afzonderlijke kantoortjes. De provincies hebben hiermee een eigen onderkomen waar vergaderd kan worden (HNP-bestuur, maar ook inhoudelijke bijeenkomsten) en dat kan dienen als ontvangstplek en uitvalsbasis voor bezoeken van bestuurlijke delegaties uit Nederland, die met grote regelmaat plaatsvinden. Bovendien is deze huisvesting voor de provincies aanzienlijk goedkoper dan afzonderlijke onderkomens. De gezamenlijke huisvesting bevordert daarnaast de samenwerking en uitwisseling tussen de provinciale lobbyisten: men stemt af en deelt de informatie die voor alle provincies van belang is en er is sprake van een zekere portefeuilleverdeling om te voorkomen dat alle provincies/landsdelen zich met dezelfde onderwerpen moeten bezighouden. Dit is zo georganiseerd dat de belangenbehartiging voor de eigen provincies/het eigen landsdeel niet in het gedrang komt: die is prioritair. Vanuit Noord-Nederland hebben drie lobbyisten hun kantoor in het HNP: de twee vertegenwoordigers van de gezamenlijk provincies (via SNN) en de lobbyist namens de vier grote gemeenten.
| Programma | Bestuur |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | Vereniging/ INPA (volgens Belgisch recht) (gedeputeerde R.F. Douwstra) |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Geen |
| Resultaat | De resultaten variëren over de jaren. Positieve resultaten worden toegevoegd aan de reserve, negatieve resultaten worden uit de reserve gedekt. |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) | Bijdrage in 2026: € 84.000,- (begroot) Bijdrage in 2025: € 84.000,- |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij |
Eigen vermogen 31-12-2024: € 0,6 mln. Vreemd vermogen 31-12-2024: € 0,2 mln. |
| Financiële risico’s provincie | Geen |
3.3 Stichting Nazorg Ouwsterhaule, Joure
De provincie Fryslân heeft als partij afval gestort op de voormalige stortplaats Ouwsterhaule. Alle partijen die afval hebben geleverd of de stortplaats hebben beheerd, participeren in de stichting nazorg Ouwsterhaule. Het publieke belang betreft het voorkomen van ongewenste milieueffecten van de voormalige stortplaats. Het financiële risico dat de provincie loopt is de schade in geval van lekkage in de bodemafdichting.
| Programma | Ruimte en Klimaat |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | Stichting (ambtelijke vertegenwoordiging) |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Geen |
| Resultaat | Beheer stort conform doelstelling. Onderhoud wordt bekostigd uit het jaarlijkse rendement. Resultaat 2024: € 50.000,- Resultaat 2023: -/- € 32.000,- De tekorten wordt gedekt uit het eigen vermogen |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) | Initiële storting circa € 780.000,- (26% van nazorgkapitaal). |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij |
Eigen vermogen 31-12-2024: € 2,9mln. |
| Financiële risico’s provincie |
Min: € 20.000,- |
Categorie 4: Overige verbonden partijen
Terug naar navigatie - Paragraaf 5. Verbonden partijen - Categorie 4: Overige verbonden partijen4.1 Fonds Nazorg Stortplaatsen, Leeuwarden
De betrokkenheid van de provincie vloeit voort uit de Wet milieubeheer. Het Nazorgfonds Stortplaatsen is een ‘spaarpot’ waaruit de kosten van nazorg van relatief jonge stortplaatsen worden gedekt. Deze nazorg beoogt te voorkomen dat het publieke belang wordt geschaad door milieuvervuiling als gevolg van gebrek aan onderhoud aan en tijdig vervangen van voorzieningen van overgedragen (gesloten) stortplaatsen.
Het belangrijkste financiële risico dat de provincie loopt zijn hoge opruimkosten wegens bodemverontreiniging als gevolg van falende beschermende voorzieningen. Lang onopgemerkte bodemverontreiniging kan leiden tot schade bij derden. In verband met dit soort risico’s is een risicovoorziening in het fonds opgenomen.
Er vallen zeven stortplaatsen onder de nazorgregeling, waarvan 3 droge stortplaatsen, 3 kleinschalige baggerspeciestortplaatsen en 1 grote baggerspecie stortplaats. Aan vijf van de zeven stortplaatsen is een voorlopige heffing opgelegd en geïnd. Voor stortplaats Skinkeskâns is de heffing al in 2005 definitief vastgesteld en geïnd. Voor Drachtstervaart zijn de voorlopige eindheffing en sluitingsverklaring in 2025 aan de gemeente Smallingerland afgegeven.
| Programma | Ruimte en Klimaat |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | Fonds Wet Milieubeheer (gedeputeerde M.A.C. de Vries) |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Geen |
| Resultaat | 2024: -/- € 17.000,- 2025: -/- € 403.000,- |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) | De gelden van Fonds Nazorg Stortplaatsen Fryslân zijn in de periode van 2008 tot en met 2025 uitgeleend aan provincie Fryslân. Hierover betaalde de provincie jaarlijks een vaste rentevergoeding van 4,24% aan het Nazorgfonds. Vanaf 2025 kan het Nazorgfonds de gelden weer beleggen in aandelenfondsen, obligaties en via de provincie onderbrengen bij de schatkist. PS hebben hiervoor het beleggingsstatuut van het Nazorgfonds op 23 oktober 2024 vastgesteld. |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij | Eigen vermogen 2024: € 3,0 mln. Eigen vermogen 2025: € 2,6 mln. Voorzieningen 2024: € 19,9 mln. Voorzieningen 2025: € 20,3 mln. |
| Financiële risico’s provincie |
Door een tegenvallend resultaat over 2025 is de eigen vermogenspositie van het Nazorgfonds ultimo 2025 niet langer op het gewenste niveau. Het totale eigen vermogen van het Nazorgfonds bedraagt ultimo 2025 ca. € 2,6 mln., dat is ca. € 0,5 mln. lager dan het gewenste niveau. Het risico dat het huidige eigen vermogen van het Nazorgfonds ontoereikend zal blijken te zijn bij het optreden van een calamiteit wordt evenwel als zeer laag ingeschat. |
4.2 Omgevingsberaad Waddengebied, Leeuwarden
In 2020 is het voormalige Regiecollege Waddengebied overgegaan in het Omgevingsberaad Waddengebied (OBW). Het OBW is een van de drie onderdelen van een nieuwe governance voor het Waddengebied, zoals medio 2019 aangekondigd door de minister van Infrastructuur en Waterstaat en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De andere twee onderdelen zijn: het Bestuurlijk Overleg Waddengebied en de Beheerautoriteit Waddenzee.
Het Omgevingsberaad Waddengebied is een platform waar gestructureerd discussies over het Waddengebied worden geïnitieerd en gevoerd, alsook informatie uitgewisseld. Gebruikers van het Waddengebied (zoals havens, visserij, landbouw, recreatie en toerisme), natuur- en milieuorganisaties en de Waddenacademie nemen deel aan dit beraad. Rijk en regionale overheden gebruiken het OBW voor het bespreken en toetsen van beleidsvoorstellen. De heer Brok, Commissaris van de Koning van Fryslân is in zijn functie als rijksheer, voorzitter van het OBW én vicevoorzitter van het Bestuurlijk Overleg Waddengebied, zodat de connectie tussen beide overleggen goed geborgd is.
Financiering ervan vindt plaats door Rijk, provincie, gemeenten en waterschappen. Afspraken zijn vastgelegd in een werkplan.
| Programma | Bestuur |
| Rechtsvorm (bestuurder GS) | Convenant (Commissaris van de Koning in zijn rol als rijksheer) |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Niet van toepassing. |
| Resultaat | 2024: nog niet bekend 2023: € 32.000,- |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) | De bijdragen zijn als volgt verdeeld: Rijk 30% Provincies 40% Gemeenten 20% Waterschappen 10% Bijdrage provincie Fryslân 2026: € 47.300,- (begroot) 2025: € 47.300,- |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij | Niet van toepassing |
| Financiële risico’s provincie | Geen |
4.3 Regioboard Noordoost Fryslân, Leeuwarden
De Regioboard bestaat uit negen leden, drie vanuit overheid, drie vanuit het onderwijs en drie ondernemers. Samen met de onafhankelijk voorzitter en de programmaorganisatie werkt de Regioboard aan de economische groei van de regio, de stabilisatie van de werkgelegenheid en aan een grote innovatieslag. Daarnaast beoordeelt de Regioboard of projecten gesubsidieerd worden uit de Regiodealgelden.
Vanaf 1 januari 2020 worden projecten van de Regiodeal Noordoost Fryslân aangejaagd door een nieuwe programmaorganisatie, voorlopig genoemd Versnellingsagenda. Om de samenwerking in de regio slagvaardig aan te jagen wordt er nauw samengewerkt met het bedrijfsleven, onderwijs en de overheid. Op 11 maart 2020 zijn vertegenwoordigers van deze partijen officieel geïnstalleerd in de Regioboard Noordoost Fryslân.
| Programma | Bestuur |
| Rechtsvorm, bestuurder GS | Convenant (gedeputeerde S. Knol) |
| Bestuurswisselingen of veranderingen in openbaar belang | Geen |
| Resultaat | De resultaten worden per project gepresenteerd |
| Financieel belang in de verbonden partij (orde van grootte) | De bijdragen voor de diverse projecten worden opgebracht door de EU, gemeenten, bedrijfsleven, onderwijs en provincie Fryslân |
| Eigen en vreemd vermogen verbonden partij | Niet van toepassing |
| Financiële risico’s provincie | Geen |
Financiële risico’s provincie
Terug naar navigatie - Paragraaf 5. Verbonden partijen - Financiële risico’s provincieDe financiële risico’s van de verbonden partijen worden voor het grootste deel afgedekt door de Reserve risicobuffer, zie paragraaf 4.3 Risicobuffer revolverende middelen. Hierin staan de risico’s van de verbonden partijen FOM, FSFE, NOM, Windpark Fryslân (FHW BV) en de revolverende uitzettingen opgenomen. Het totaal van financiële risico’s voor de provincie bij de andere verbonden partijen (die niet apart in de risicobuffer zijn vermeld) bedraagt per 31-12-2025 € 158,4 mln. (Per einde van 2024 was dat eveneens € 158,4 mln.)
Het grootste deel hiervan heeft betrekking op onderstaande verstrekte leningen:
- de hybride lening van € 50 mln. uitgegeven aan de NWB
- de converteerbare obligatielening van € 76,5 mln. verstrekt aan Alliander
- de achtergestelde lening van € 31,8 mln. verstrekt aan Alliander
Het restantbedrag, €130.000, heeft betrekking op het risico bij Stortplaats Ouwsterhaule.
Vanwege de hoge kredietwaardigheid van zowel Alliander als de NWB is het financieel risico, het tijdelijk of permanent afwaarderen van de hoofdsom van een van bovengenoemde leningen, zeer laag (nihil). De leningen leggen daardoor geen beslag op het in paragraaf 2 vermelde Weerstandsvermogen.